Een formulering uit de 18e eeuw, en misschien ook al de 17e...
Jan verkoopt zijn huis aan Piet. Hij - de verkoper - krijgt ƒ 200 handgeld, zeg maar een aanbetaling, en de resterende ƒ 800 van de koopsom blijft vooreerst onbetaald. Er zijn verschillende mogelijkheden (Piet kan bijvoorbeeld betalen in regelmatige termijnen, of het hele bedrag blijft voorlopig "uitstaan" tot Piet een erfenisje krijgt, of het huis doorverkoopt). Als hij wil kan Jan de vordering overdragen aan Klaas, die wat geld te beleggen heeft en die 800 gulden aan Jan uitkeert. In vrijwel alle gevallen moet Piet dan wel rente betalen: hetzij aan de verkoper, hetzij aan de geldschieter.
Mijn vraag gaat over de formulering die ik hier in het Noorden vaak zie: 4% huire in plaets van renten. Wat houdt dat in? Vermoedelijk in de praktijk niet veel, die 4% zal betaald moeten worden, hoe je het ook wendt of keert. Maar er zal ongetwijfeld een juridische reden voor zijn: maakt het verschil of je voor dat bedrag nu huur of rente voldoet? En zo ja, welke?
Dag Petra,
Ik ken die praktijken niet uit eigen ervaring. Maar, kan het zijn dat de betrokkenen Doopsgezind of anderzins orthodox gelovig waren?
Het vragen van rente en bankieren in het algemeen werd door sommigen als niet christelijk gezien. En misschien werd huur als alternatief voor rente wel geaccepteerd. Vergelijk het met het tegenwoordige halal bankieren.
Michaël
Dank je wel Michaël. Er zijn geen andere suggesties binnengekomen, dus laat ik het hierbij.
Petra.