Hallo Vincent,
Het is logisch, dat je zo snel mogelijk ver terug wilt in de rechte lijn. Toch kleven daar gevaren aan. Het is beter om hele gezinnen in kaart te brengen, omdat anders de kans bestaat, dat je een jong overleden kind met dezelfde naam laat trouwen. Ook eventuele tweede en derde huwelijken van voorouders moet je zien te vinden.
Als het om een katholieke familie gaat - en die kans betstaat als ze uit Wietmarschen komen - dan kunnen doop- en huwelijksgetuigen ook een aanduiding zijn over de namen van iemands broers en zussen. Dus altijd noteren.
Houd ook rekening met het verschijnsel van het "introuwen". Als er op een boerderij geen (geschikte) mannelijke kandidaat was om de zaak over te nemen, dan erfde een dochter de boerderij. De bruidegom trouwde dan nog wel onder zijn eigen naam, maar als de kinderen gedoopt werden dan bleek, dat hij de naam van de boerderij had aangenomen. Dit kwam vaak voor.
Als een zoon de boerderij erfde en zijn weduwe hertrouwde dan nam de nieuwe man de naam van de boerderij aan. Als nazaat stam je dan opeens niet meer van de boerderij af. Ook dit kwam menigmaal voor.
Net als bij ons is in de Franse tijd in Duitsland de Burgerlijke Stand ingevoerd. Na het vertrek van de Fransen is in veel delen van Duitsland de BS weer vrolijk afgeschaft. Dat verschilt per regio.
Met vriendelijke groet, René Remkes