Hier nog even de complete correspondentie die ik over mijn voorvader vond in Nationaal Archief:
Uit corresponentie tussen vader Professor Munniks (Deze persoon nam mijn voorvader aan in Groningen) en zoon vond ik deze brief:
Dhr. Thoin*(Thouin) heeft mij voor enige dagen een jongmensch gestuurd met een Briefje welk ik hier bijvoeg, om hem voor onze Hortus aan te bevelen en waarlijk het is een zeer bedaard mensch, tegen de 30-jaren oud van Aken. Welke zedert enige tijd te Malmaison en te voren te Bonn bij Lenné **, directeur van de Hortus en bij dien van Aken gewerkt heeft. Het komt mij als zeer goed timmerhout voor. Hij had uitmuntende getuigschriften. Is de nomenclatuur der planten zeer machtig. Heeft een Fransche herbarium gemaakt, kent alle moschen en varens, de Cryptogamae. (Lagere planten/ sporeplanten) Thoin prijst die man zeer. Hij is van hier gegaan, omdat hij in Frankrijk niet zijn mocht en niet veel verdiende. Hij is naar Aken vertrokken. Kon ene plaats te Leuven in de Hortus krijgen. Wel dat hij dat 3 weken in braad zoude houden tot hij antwoord van u had. Het welk Thoin en ik met hem zijnde afgesproken. Als gijwel doet, moet gij toebijten zegt Thoin ook. Het is een deskundig mensch. Daar alles van te maken is. Wij verzoeken u hem ten eersten te antwoorden.
Zijn adres is:
Jacques Pierre Leichtenberg, jadinier, fleuriste, cher monsieur Philppe Arnolt, Fils en Aix la Chappelle (Aken)
Wanneer de reis vergoedt wordt, wilde hij ook wel eens overkomen. Ik geloof dat gij het niet ligt beter kan bekomen. Hij spreekt Fransch, Duitsch en gebroken Hollandsch
Parijs 3 january 1806
* André Thouin (Parijs, 10 februari 1747 - aldaar, 27 oktober 1824) was een Frans botanicus en landbouwkundige. Zijn achternaam wordt ook wel als Thoüin of Thouïn gespeld.
Biografie:
André Thouin was een zoon van Jean-André Thouin (overleden 1764), hoofdtuinman van de Jardin du Roi, en broer van de tuinarchitekt Gabriel Thouin (1747-1829).[1] Thouin werd in de botanie onderwezen door Bernard de Jussieu (1699-1777). Toen hij zeventien was, stierf zijn vader onverwacht. Hij beschikte toen al over zoveel botanische kennis dat de Buffon (1707-1788) hem de baan van zijn vader aanbood. Op dat moment was hij de enige kostwinner voor zijn moeder en zijn drie broers en twee zussen. Tijdens zijn werkzame leven in de tuin, vergrootte hij het aantal levende planten en cultuurgewassen, zodat het er bij zijn dood zo'n 6.000 waren. Hij woonde zijn hele leven in de Jardin des Plantes, in eerste instantie samen met zijn broers en zusters, in een bijgebouw van de oude kassen, waar hij bij tijd en wijle mensen als Malesherbes en Rousseau ontving.
** Peter Joseph Lenné Sr. werkte in de periode 1800-1804 in Bonn, specifiek in de tuinen en faciliteiten die voorheen eigendom waren van het Keurvorstendom Keulen.
Zijn werklocaties waren voornamelijk:
De Keurvorstelijke Tuinen (Hofgarten) bij het residentieslot in het centrum van Bonn.
De tuinen en parken rondom Slot Poppelsdorf.
De Botanische Tuin van de Universiteit van Bonn, waar hij de functie van inspecteur bekleedde.
Gedurende deze jaren was het Rijnland, inclusief Bonn, bezet door Frankrijk (ingelijfd in 1798). De functietitels en de werkzaamheden bleven grotendeels ongewijzigd: hij beheerde de voormalige keurvorstelijke parken en de universitaire botanische collecties, maar nu in dienst van de Franse overheidsadministratie in plaats van de oorspronkelijke keurvorst.
Periode Groningen:
De professor Wynoldus Munniks, nam Leichtenberg aan. Dit blijkt uit brieven en documenten. Hij kwam medio april 1806 van Luik naar Groningen. Hij kreeg een reisvergoeding van FL. 35,00. Hij is dus medio december 1805 vertrokken uit Malmaison en in april 1806 aangekomen in Groningen. Er is een briefwisseling geweest van Groningen naar Malmaison. Want er waren inlichtingen ingewonnen dat J.P. Leichtenberg op onderscheidende plaatsen de functie van hortulanus had waargenomen. En kundig was in de kruidkunde.