Omdat er, op de reactie van Judicus na, nog geen antwoord is gegeven op de vraag die ik destijds stelde over de archieven in Chateau Vincennes, zal ik zelf iets (hopelijk informatiefs) toevoegen. In het onlangs verschenen Jaarboek van het CBG (Genealogie en de Canon, deel II, blz. 41 en 42) beschrijft de historicus Joost Welten zijn ervaringen met het legerarchief in Parijs.
In het kort komt het hier op neer: als je de studiezaal wilt bezoeken, moet je vooraf reserveren. Wil je kunnen reserveren, dan heb je een pasje nodig, dat je eerst in Vincennes moet laten maken. De stukken die je wilt inzien moet je twee weken van te voren reserveren en je moet dan meteen de inventarisnummers opgeven die je wilt inzien. Als je de stukken pas bestelt bij je bezoek in de studiezaal, dan duurt het 48 uur voordat ze er zijn.
Bovendien geldt de beperking dat je slechts drie (!) stukken per dag mag aanvragen.
Dit zijn voor Nederland ongekende beperkingen. Dit voorbeeld geeft aan dat we het in NL getroffen hebben met de dienstverlening in de archieven, hoezeer we als archiebezoekers soms ook zitten te mopperen.
Digitalisering zou een oplossing kunnen zijn in het geval van Vincennes. De meeste Nederlanders hebben gediend in een beperkt aantal regimenten, waaronder het 123e, 124e, 125e en 126e Regiment Infanterie van Linie en het 33e Regiment Lichte Infanterie. Dan hebben we het in totaal over circa 15.000 stamboekinschrijvingen. Als die nu eens gedigitaliseerd, maar in ieder geval gefotografeerd zouden worden, dan hoeven er nog maar heel weinig Nederlanders richting Vincennes.
De Fransen hebben het er toch al zo moeilijk mee, met dienstverlening 
. Scheelt ze weer een hoop bezoekers.