Hallo ik vond op internet een brief van een soldaat aan zijn thuisfront met daarin genoemd enige plaatsen waar hij geweest is. Misschien kun je hier iets mee.
Met vriendelijke groet
Jan Kuiper
1
Brief van
Trijntje Jelles. Daar beide ouders jong zijn overleden zijn hun kinderen waarschijnlijk opgenomen in het
Burgerweeshuis te Harlingen. Bijna zeker kan dat gezegd worden van de zoon Johannes die als pupil
(gedwongen) opgenomen werd in het Regiment Pupillen van de Keizerlijke Garde.
Jelle Djurres behoorde tot de lichting 1808 van de mairie Harlingen. Hij werd ingedeeld in het 126
infanterie van linie en maakte als zodanig de Veldtocht naar Rusland in 1812 mee waarvan hij niet terugkeerde.
Op 21 augustus 1812 schrijft hij van uit Butkiste, een plaatsnaam die niet gelocaliseerd kon worden, een brief
aan zijn broer Sybrand Djurres Radelaar, verver en glazenmaker te Wommels.
Bütkiste, 21 Augustus 1812
Jelle Djurres Radelaar geboren te Harlingen op 31 december 1788 zoon van Djurre Hendriks ene regiment
Waarde Broeder en Zuster !
Uw brief van 16 February laatstleden heb ik in gezondheid
ontvangen en uw gezondheid daaruit verstaan dat mij
zeer aangenaam waar om te hooren. Lieve broeder neem
?t mij niet kwalijk dat ik uw niet eerder heb geschreven
hoewel ik wel de tijd heb gehad maar ik dacht dat al dat
schrijven maar onkosten veroorzaakt maar nu
kan ik ?t niet langer nalaten hoewel ik heel ver
van u verwijderdt ben en uw de brief wel eens zooveel
zal kosten als anders maar ik hoop dat gij mij
?t zult vergeven. Lieve broeders en zusters om tot de
zaak te komen laat ik u weten dat wij den 20 April
laatstleden uit Antwerpen zijn vertrokken naar Wezep
van daar den 1 Meij naar Osnabrück vandaar op Hannover
van daar op Magdeburg van daar op Berlin vanaar op
Stettin, vandaar op Reitz vandaar op Pruis Friedland
van daar op Marienweerde vandaar op Marienburg
van daar op Koningsbergen vandaar op Bütkiste
zoodat ik nu ?t zamen 371 uur verder van uw verwijderd
ben en tegenwoordig kort aan de Russische grenzen
en den 25 dezer verder op ruk om Rigga te belagen.
Daarom lieve broeder kan ik niet laten om u te schrijven
daar ik niet weet of ik in langen tijd uw weder
zal kunnen schrijven en mogelijk nooit niet meer.
Ik vertrouw op God den Allerhoogsten en beveel mij
met mijn aardsche hart in Zijne handen en hoop
dat hij mij zal bewaaren. Datik uw nog eens in gezondheid
mag aantreffen maar ?t zal nog heel lang duuren.
tweede blad Maar lieve broeders en zusters wilt uw maar troosten
in mijn lot en bid met mijn groten God aan
dat Hij onze leidsman mag zijn en mijn den overwinning
mag geven dat niet mijne vijanden over mij
zegevieren maar dat ik als een brave held die zijn
vaderland verdedigdt gezond en met eer terug mag
keeren. Maar lieve broeder ik verzeker uw dat ?t
een harde toer zal zijn want ik agt mijn vijanden
nooit ligt maar onze keijzer Napolion zal
God den zegen geven dat wij hem in volle
Glorie te rug mogen keren zoo dra ons land
is weder vrijgevogten van onze wederzijdsche
vijanden dat dan ons land weder mag floreeren
als in vorige dagen. Daarom bid ik God dat hij ons
Zijne Regter zal leenen en ons helpen als voorheen
Tegen den vervloekten Spanjaard die ons land dagte
te verdelgen. Maar Israëls God leeft nog en zal niet
gedogen waar Zijn naam geloofdt wort dat daar
een koorn halm vergaat. Nu lieve broeders en Zusters
verder kan ik uw niet meer schrijven dan mijn gemoed
2
is te vol en ik beveel mij naar naar uw gegroet te hebben in de
hand des Allerhoogsten. Lieve broeder schrijf tog spoedig
want hoe ver af ik ook mag zijn, kost mijn de brief
maar een vierduiten. Nu breek ik af en verzoek mijn
compliment aan mijn baas Jan Jeltes en aan
al de famielie en goede bekenden en schrijf mij
eens hoe het met ons broeder Johannes is want dat ik
geen tijding van hem gehad zedert Antwerpen al
waar hij gezond en stond bij ?t 2 Bataillon 4 Compagnie
Guarde, Pupil. Blijf met alle Achting uw onderdanige
Broeder Jelle Djurres Radelaar.
Geadresseerd:
Aan
Sijbrand Djures
Radelaar meester verver en
Glasemaker
Canton Bolsward
Departement Wommels
Friese
3
Brief van
Trijntje Jelles Bruinsma, beiden overleden.
Hij is na het overlijden van zijn ouders opgenomen in het Burgerweeshuis te Harlingen; niet nagegaan kon
worden of hij reeds tijdens het Koninkrijk Holland onder Lodewijk Napoleon met vele andere wezen is
geronseld. Lodewijk Napoleon huldigde evenals zijn broer de Franse keizer het standpunt dat mannelijke wezen
beter in het leger konden worden ondergebracht dan op kosten van de overheid in een weeshuis groot gebracht.
Beide broers scheerden daarbij kennelijk de stadsweeshuizen en de burgerweeshuizen over een kam. De laatsten
waren echter financieel geheel zelfstandig en niet afhankelijk van de overheid. Onder het regime van Lodewijk
Napoleon en Napoleon Bonaparte zijn honderden wezen vaak onder protest van de regenten uit de weeshuizen
gehaald en ingedeeld bij een speciaal regiment. Onder Napoleon Bonaparte was dat het Regiment Pupillen van
de Keizerlijke Garde.
Wanneer Johannes Djurres Radelaar bij een dergelijk regiment werd ingedeeld is niet bekend. Uit de brief van
zijn broer Jelles Djurres weten wij dat hij in de 4
Antwerpen is geweest. Het garderegiment pupillen hield garnizoen te Versailles. Het sterftecijfer van dat
regiment moet bijzonder groot zijn geweest als gevolg van ziekten en ontberingen.
Van Johannes Djurres Radelaar is een brief van 19 december 1819 geschreven op Kaap de Goede Hoop. Een
bewijs dat hij zijn dienst onder keizer Napoleon heeft overleefd. Voor zover kan worden nagegaan is hij niet na
zijn koloniale diensttijd in het vaderland teruggekeerd.
Kaap de Goede Hoop den 19 December 1819
Veel Geagte Broeder en Zuster.
Daar ik ?t goed gevonden heb om mijn
uit het vaderland te begeven zoo kan
ik niet langer nalaten om uw een
letter te schrijven hoewel ik wel vrees
broeder dat het een groot verdriet zal
verschaffen nu dat ik naar batavia
in de Oostinden ben vertrokken maar
laat het uw maar niet verschrikken want
ik ben God zij dank nog fris en gezond. Wij
zijn reeds zeer lang op zee geweest en
onze reis word op zes maanden gerekend.
Wij zijn tansch halfweg want men
rekend de Kaap op halfweg. Ik heb ?t
hier zeer goed en ben zoo gezond als een hoen.
Verders weet ik nu geen nieuws meer te
schrijfen van de omstandigheeden van
deze kust kan ik uw niet nader berigten
dan gij ze in de historeijen zult vinden.
Als dat ik den 18 dezer aan de wal ben
Geweest en enige vreemde dieren en
gewassen heb gezien en belouwe uw
met ?t eerste schip dat er naar
Eropa vaart een altoos al schrijfen.
Verders blijve ik altijd uw getrouwe
en tederminde Broeder
w.g. Radelaar
Serga(nt)
4
NB Uw staat van gezondheid zal wensch ik
Gelijk die van den mijne tegenwoordig is.
hope ook dat den Heere uw en uw Gade
en kroost zal zegenen. Veel kompelmenten
aan alle vrienden en bekenden.
Johannes Djurres Radelaar geboren Harlingen 28 november 1719 zoon van Djurre Hendriks ne compagnie van het 4e bataljon diende dat kennelijk in