De gebeurtenissen rond Stralsund (1807-1808) en de Engelse invasie in Walcheren (1809) zouden nog kinderspel blijken vergeleken bij de veldtochten in Rusland 1812 en Duitsland 1813.
Van het 124e regiment waarin Cornelis diende tijdens de Russische veldtocht zouden maar enkele overleven. Ook bij de slagen in Duitsland bleek Napoleon een afschuwelijke Moloch.
Het 124e regiment infanterie d'ligne was samen met het eveneens Hollandse 123e regiment ingedeeld bij het 2e legerkorps van Maarschalk Oudinot. Het 124e was het oude Hollandse 3e regiment van linie plus een bataljon van het Hollandse 7e regiment van linie. De slagen waaraan dit regiment deelnam gedurende de Russische veldtocht: Dewoltowo, Oboiardzina, Polotsk (1e en 2e), Borodino, Tchaniski, Borisow, Beresina en Kowno.
Bij de aanvang van de eerste slag rond Polotsk rond 17 en 18 augustus zijn er van het regiment (oorspronkelijke grootte: 2400 man) nog ongeveer 600 man en 26 officieren over. Na de slag nog slechts 90 man en 7 officieren. Na de 1e slag bij Polotsk word het regiment aangevuld met 200 Friezen van lichting 1811 die vanuit het noord Franse Abbeville de 500 uren gemarcheerd zijn naar Polotsk. Binnen twee weken zou het overgrote deel dezer Friezen door ontberingen en ziektes komen te overlijden zonder ook maar een schot gelost te hebben. Bij de slag rond Tchaniski op 31-10-1812 tegen het Russische leger van Wittgenstein komt de regimentscommandant kolonel Jaques Hardyau te overlijden door een kanonskogel.
Na de gevechten bij de Beresina blijven er nog maar 30 man over van de 124e, maar de aigle is nog steeds in handen van het regiment. Daarna zou de strenge vorst, de straatgevechten in Wilna tegen de kozakken (Cornelis raakt daar gewond) en de vlektyphus nog volgen. Uiteindelijk zouden maar enkelen van die 30 naar Nederland terugkeren.
Bekende overlevenden van het 124e regiment uit de Russische veldtocht zijn:
Luitenant W.P d' Auzon Boisminart (1776-1870)
Luitenant J.A. de Groot Stiffrey (1773-1858)
Soldaat Albert Gerrits Kanis (1789-1878)