Er waren weinig deserteurs tijdens de Russische veldtocht, die hun desertie overleefden. Dus dat is niet aannemelijk.
Hier volgt nog een korte samenvatting van de ondergang van het 124e Regiment van Linie.
De verliezen van het 124e Régiment d'Infanterie de Ligne:
Bij de aanvang van de eerste slag rond Polotsk op 17 en 18 aug. 1812 zijn er van het Regiment (oorspronkelijke grootte:
2400 man) nog ongeveer 600 man en 26 officieren over. Na de slag nog slechts 90 man en 7 officieren. Na de 1e slag bij
Polotsk word het regiment aangevuld met 200 Friezen van lichting 1811, die vanuit het noord Franse Abbeville 500 uren
hebben gemarcheerd om in Polotsk te komen. Binnen twee weken zou het overgrote deel dezer Friezen door ontberingen
en ziektes komen te overlijden zonder ook maar een schot gelost te hebben. Bij de slag bij Tchaniski op 31 oktober 1812
tegen het Russische leger van Wittgenstein komt de Regimentscommandant Colonel Jaques Hardyau te overlijden, nadat
hij was getroffen door een kanonskogel.
Na de gevechten bij de Beresina bleven er slechts 30 man over van het 124e RIL, maar de aigle was nog steeds in handen
van het Regiment. Daarna zouden de strenge vorst, de straatgevechten in Wilna tegen de kozakken en de vlektyphus nog
hun tol eisen. Uiteindelijk keerden maar enkelen van die 30 naar Nederland terug.
Echter:
Er zijn meer overlevenden van het 124e RIL, dan wordt aangenomen. Het 4e bataljon ging niet mee met de Russische
veldtocht, maar trok naar Stettin en maakte deel uit van het garnizoen dat daar in de periode van 18 maart tot 5 december
1813 werd belegerd. Bij de overgave van de vesting werden de overlevenden van dit bataljon, alsmede van drie andere
bataljons, resp. v.h. 123e, 125e en 126e RIL, tezamen ongeveer 1000 man, gedwongen om vrijwillig dienst te nemen in
het pas in Schwedt aan de Oder opgerichte Oranje Legioen. Van het 5e bataljon van het 124e RIL, gelegerd in het garnizoen
te Wesel, hebben ook veel Hollanders de oorlog overleefd, door te ontsnappen.
De vestingcommandant generaal Bourke had vlak voor de belegering alle Hollandse soldaten in Wesel ontwapend en via
Venlo en Maastricht naar Frankrijk laten afvoeren. Toen de "Hollandse" Regimenten in augustus 1814 werden opgeheven,
werd een administrateur belast met het afsluiten van de stamboeken. Hij handelde vrij rechtlijnig. Wanneer er geen mutatie
achter de naam stond, b.v. van overlijden of overplaatsing, en de man was ook niet meer lijfelijk aanwezig, dan betekende
dit dat hij kennelijk was gedeserteerd. Dus heeft hij achter honderden namen genoteerd: déserté le ……1813. Ook achter
de namen der soldaten die in Rusland waren omgekomen plaatste hij deze mutatie. Later is er waarschijnlijk toch nog een
lijstje boven water gekomen met namen van mannen die in het hospitaal van b.v. Stettin zijn overleden. Die data werden
daarna alsnog toegevoegd, zonder echter de aantekening van desertie te verwijderen of door te halen. Die bleven gewoon
staan. Zo klopte, volgens deze simpele administrateur, op papier de "menselijke" boekhouding.
(vrij naar een mail van Jan de Ruiter op dit Stamboomforum).
(correctie: vlak voor de legering moet zijn .....belegering)