Hieronder heb ik nog wat aantekeningen geplaatst, in de hoop een iets genuanceerder beeld te geven:
Het Depôt van het 124e Régiment d'Infanterie de Ligne was Abbeville.
Later werd het Depôt verplaatst naar Wesel en het bleef hier totdat Wesel werd ingenomen door de Coalitietroepen.
Het 124e Régiment d'Infanterie de Ligne was ingedeeld bij de 8e Divisie onder het 2e Corps van Maarschalk Oudinot.
First Battle of Polotsk
Part of the French invasion of Russia (1812)
Połacak. Полацак (16-18.08.1812).jpg
Date 17–18 August 1812
Location
Polotsk, Russian Empire
Result French victory
Belligerents
France French Empire
Kingdom of Bavaria Kingdom of Bavaria
Russia Russian Empire
Commanders and leaders
France Nicolas Oudinot (WIA)
France Laurent de Gouvion Saint-Cyr
Russia Peter Wittgenstein
Strength
18,000–44,000 men[1][2][3]
150 guns[4][1] 20,000–22,000 men[1][2][3]
98 guns[4][1]
Casualties and losses
2,500–6,000[4][1][3]
3,000–6,000[4][1][3]
1,800–4,000 killed and wounded[4][3]
1,200–1,500 captured[4][3]
14 guns[4][3]
vte
French invasion of Russia
In the First Battle of Polotsk, which took place on 17–18 August 1812, Russian troops under the command of Peter Wittgen-
stein fought French and Bavarian troops led by Nicolas Oudinot near the city of Polotsk, halting Oudinot's advance toward
Saint Petersburg.[5] The First Battle of Polotsk should be distinguished from the Second Battle of Polotsk which took place
during the same campaign two months later.[6]
Events
After the battle of Klyastitsy and several minor losses, Oudinot's Corps retreated to Polotsk. In the early morning of 17 Au-
gust, the 1st Infantry Corps led by Wittgenstein attacked the French positions near the village of Spas, forcing the French to
retreat. Oudinot transported additional units to the sector of the attack and also counterattacked in the centre. By the night
both the French and the Russians managed to keep their positions. Oudinot was wounded and had to hand over the command
to Gouvion Saint-Cyr.
The next morning Gouvion Saint-Cyr undertook a major offensive. He managed to mislead Wittgenstein about the area of the
offensive, regroup his troops and suddenly attack the left flank and centre of the Russian positions. In the beginning the offen-
sive was a major success, the French troops crushed the Russians and captured seven cannons.
When defeat seemed imminent, Wittgenstein organized a cavalry counterattack. It caused a scare among the French, who
ceased the offensive and retreated. Wittgenstein retreated to the Drissa. For the next two months both the French and the
Russians did not attempt to upset the balance of powers.
French-Bavarian losses numbered 6,000 killed, wounded. The Russians lost 5,500. Bavarian general officer losses were
heavy. General of Infantry Bernhard Erasmus von Deroy was mortally wounded and General-Major Siebein was killed.
General-Majors Vincenti and Raglovitch were both wounded. Among the French, both Oudinot and General of Brigade
François Valentin were wounded. Russian Generals Berg, Hamen, and Kazatchkowski suffered wounds.
De verliezen van het 124e Régiment d'Infanterie de Ligne:
Bij de aanvang van de eerste slag rond Polotsk op 17 en 18 augustus zijn er van het regiment (oorspronkelijke grootte:
2400 man) nog ongeveer 600 man en 26 officieren over. Na de slag nog slechts 90 man en 7 officieren. Na de 1e slag bij
Polotsk word het regiment aangevuld met 200 Friezen van lichting 1811, die vanuit het noord Franse Abbeville 500 uren
hebben gemarcheerd om in Polotsk te komen. Binnen twee weken zou het overgrote deel dezer Friezen door ontberingen
en ziektes komen te overlijden zonder ook maar een schot gelost te hebben. Bij de slag bij Tchaniski op 31oktober1812
tegen het Russische leger van Wittgenstein komt de Regimentscommandant Colonel Jaques Hardyau te overlijden, nadat
hij was getroffen door een kanonskogel.
Na de gevechten bij de Beresina bleven er slechts 30 man over van het 124e RIL, maar de aigle was nog steeds in handen
van het Regiment. Daarna zouden de strenge vorst, de straatgevechten in Wilna tegen de kozakken en de vlektyphus nog hun
tol eisen. Uiteindelijk keerden maar enkelen van die 30 naar Nederland terug.
Er zijn meer overlevenden van het 124e bekend, dan wordt aangenomen. Het 4e bataljon ging niet mee met de Russische
veldtocht, maar trok naar Stettin en maakte deel uit van het garnizoen dat daar in de periode van 18 maart tot 5 december
1813 werd belegerd. Bij de overgave van de vesting werden de overlevenden van dit bataljon, alsmede van drie andere
bataljons, resp. het 123e, 125e en 126e RIL, tezamen ongeveer 1000 man, gedwongen om vrijwillig dienst te nemen in het
pas in Schwedt aan de Oder opgerichte Oranje Legioen. Van het 5e bataljon van het 124e RIL, gelegerd in het garnizoen
te Wesel, hebben ook veel Hollanders de oorlog overleefd, door te ontsnappen.
De vestingcommandant generaal Bourke had vlak voor de legering alle Hollandse soldaten in Wesel ontwapend en via
Venlo en Maastricht naar Frankrijk laten afvoeren. Toen de "Hollandse" Regimenten in augustus1814 werden opgeheven,
werd een administrateur belast met het afsluiten van de stamboeken. Hij handelde vrij rechtlijnig. Wanneer er geen mutatie
achter de naam stond, b.v. van overlijden of overplaatsing, en de man was ook niet meer lijfelijk aanwezig, dan betekende
dit dat hij kennelijk was gedeserteerd. Dus heeft hij achter honderden namen genoteerd: déserté le ……1813. Ook achter
de namen der soldaten die in Rusland waren omgekomen plaatste hij deze mutatie. Later is er waarschijnlijk toch nog een
lijstje boven water gekomen met namen van mannen die in het hospitaal van b.v. Stettin zijn overleden. Die data werden
daarna alsnog toegevoegd, zonder echter de aantekening van desertie te verwijderen of door te halen. Die beleven gewoon
staan. Zo klopte, volgens deze simpele administrateur, op papier de "menselijke" boekhouding.
(vrij naar een mail van Jan de Ruiter op Stamboomforum).
De veteranen die later in Veenhuizen en Ommerschans werden geplaatst, waren formeel "Militaire Kolonisten" en ook nog in dienst
van het Ministerie van Oorlog. Zij vervulden functies bij de vaste staf, bijvoorbeeld de functie van veldwachter.