Een passage uit het dagboek van de reis van mijn overgrootvader H.J.M. Koch, hij schrijft dit gericht aan zijn vrouw Louise A. Dekker welke in NL achtergebleven is - aankomst per schip 8 augustus 1914 op de kade te Priok, op zijn 34e verjaardag (ik heb dit zo goed als ik kon uitgetypt, maar het kan zijn dat ik sommige woorden niet goed begrepen heb):
Ik zag wel duizend menschen doch niemand voor mij, maar wel kreeg ik een brief van Dinger waarin hij schreef dat hij uitstedij was en eenige tijd op de plantage moest blijven maar mijevol (?) hij mij van dienst kon wezen dan moest ik naar een adres gaan hetwelk hij in die brief opgaf. Je begrijpt dat ik een oogenblik teleurgesteld was, doch toen ik weer bij mij zelf kwam dacht ik; wat kan mij die vent schelen en ik zal mij er zelf wel doorslaan. Ik gevoelde geen lust om naar dat adres te gaan om daar weer alles te moeten vertellen.
Ik dacht vooruit Herman, doorlopen. Ik riep een koelie over, liet mijn koffers naar de douane brengen en vandaar naar de trein, nam een kaartje naar Batavia en Louise, zoo stond ik op zaterdag morgen 10 1/2 uur met mijn hebben en houwen aan het station te Batavia. En hiermede is mijne reis afgelopen, de handeling van Amsterdam tot Batavia zuiver weergegeven en nu Louise volgt er een relaas hoe ik hier wederware ben. Alzoo luister aandachtig.
[ Vooraleer dat ik verder ga moet ik je vertellen dan Suze mij eene heele lange brief naar Sabang toezond waarin stond waar ik haar kon vinden en wat ik verders doen en laten moest, doch die brief heb ik niet in handen gekregen zoodat ik niets wist.]
Alzoo stond ik te Batavia met ruim zeven gulden in mijn zack. Wat moest ik doen... waarheen?
Ik had aan boord wel eens gehoord van een goed militair te huis, maar waar was dat? Ik hield een das a das (?) over (een klein rijtuigje) gooide mijne koffers daar op en vooruit er mede naar het huis genaamd "ons huis". Na circa een uur gereden te hebben kwam ik eindelijk terecht en ik trof er was net een kamer ten minste wat ze hier een kamer noemen, leeg en ik betrok dat voor 50ct per nacht zonder een kruimel eten of een spoog drinken. Maar enfin, ik was al heel blij dat ik vast voor de eerste nacht een onderdak had, de volgende dag zal ik wel weer zien dacht ik.
Het dagboek loopt nog enige paginas door na deze eerste nacht van verblijf:
- De tweede dag gaat hij naar de mis in de kerk en spreekt met de pastoor aldaar.
- Na enkele dagen in het militair tehuis te verblijven, vindt hij via de kerk zijn zus Suze terug die op dat moment tijdelijk in Batavia verblijft (S.M.F. Koch - geestelijk zuster Mère Emmanuel)
- Via 1 van de nonnen van het klooster waar zijn zus verblijft krijgt H.J.M. Koch vervolgens onderdak in een zeer welgesteld gastgezin, waar hij enige tijd verbleven moet hebben.
Dit gezin en hun leven/huishouden wordt zeer uitgebreid beschreven in het dagboek, maar nergens wordt een naam of straatnaam genoemd.
Hier eindigt het dagboek, en vinden we H.J.M. Koch terug in het adresboek van 1915, zijnde in dienst bij handelsmaatschappij Onderlinge Hulp te Batavia.
Uit bovenstaande passage blijkt dat wellicht er toch afspraken waren voor zijn aankomst in Batavia - met een Dhr. Dinger?
Ik heb de link terug naar NL nog niet kunnen maken, maar ik mis ook nog alle informatie rondom arbeidsbetrekkingen van H.J.M. Koch in NL - ik heb hier nog niets over kunnen terug vinden.