Beste forumleden,
Wie kan mij uitleg geven over de soldijboeken?
Hendrik Vroon vertrekt in 1714 als soldaat naar de Oost. Daar overlijdt hij 3 jaar later. Hij laat een vrouw met 4 kleine kinderen achter. Zijn vrouw is Weijntje Rietveld en zijn moeder is Aertje de Man.
Hij krijgt een handgeld van 18 gulden. Is dat voor 2 maanden? Dat wordt als schuld aangemerkt, snap ik nog. Maar ook een schuld bij Jan Jansz. van 150,- Zou dat een lening zijn om zijn vrouw niet zonder geld achter te laten?
Maar dan: er wordt jaarlijks 18,- aan Weijntje of Aertje betaald. Maar die 18,- zijn toch geen jaargage? Het wordt betaald op de 'maentbrief'. Is 18,- toch per maand?
En die betalingen aan de actionaris? Zijn dat afbetalingen van de schuld?
Hendriks jongere broer is in 1704 vertrokken en ook hij overlijdt na 3 jaar. Hij is nog erg jong en laat geen vrouw en kinderen achter. Toch zie je ook bij hem naast het handgeld van 24,- nog een grote schuld van 150,-. Aan wie is hij dat schuldig? Aan de Compagnie of aan zijn vader Pieter Vroon? Lees ik het goed dat Aeltje de Man, vrouw van Pieter Vroon in 2 keer de schuld van 150,- heeft afbetaald? Waarom zou een jonge soldaat zo'n grote som geld lenen als hij naar de Oost gaat? Hij laat niemand onbemiddeld achter, zijn ouders hebben wel enig vermogen.
Is de veronderstelling juist dat het vertrek van Hendrik een noodgreep is als hij vrouw en kinderen achterlaat en in de wetenschap dat zijn jongere broer niet teruggekomen is?
Alvast bedankt voor de uitleg, Mirjam

