@ Frank,
In het eerste geval, als beide huwelijken in Bramsche hebben plaatsgevonden, heeft de echtgenoot verzuimd binnen een jaar (of 3 maanden voor 1838) na vestiging in Nederland het huwelijk te laten overschrijven. Als de huwelijken niet in Bramsche gevonden kunnen worden is het waarschijnlijk dat de huwelijken in een andere plaats in Duitsland of in het geheel niet hebben plaats gevonden.
In het tweede geval is er een huwelijk in Duitsland tussen twee Duitsers en kan ik me het volgende voorstellen.
De ouders zijn in Duitsland volgens Duits recht getrouwd en wilden na vestiging in Nederland en voor het huwelijk van hun kinderen dat volgens Nederlands recht een familierechterlijke relatie tussen de ouders en de kinderen bestond.
De volgende gevallen zijn te onderscheiden:
I. De ouders zijn niet genaturaliseerd;
Ia. Alle kinderen zijn in Duitsland geboren;
Ib. Alle of sommige kinderen zijn in Nederland geboren.
onder Ia. hebben alle kinderen de Duitse nationaliteit op grond van het 'ius sanguinis' en 'ius solis',
onder Ib. hebben alle kinderen de Duitse nationaliteit op grond van het 'ius sanguinis' en alle of sommige de Nederlandse op grond van het 'ius solis' (art. 5 BW 1838).
II De ouders zijn genaturaliseerd;
IIa. Sommige kinderen zijn in Duitsland geboren;
IIa.1 De minderjarige en meerderjarige kinderen hiervan zijn genaturaliseerd;
IIa.2 De meerderjarige kinderen hiervan zijn niet genaturaliseerd;
IIb. De kinderen zijn in Nederland geboren.
In geval Ia, Ib en IIa.2 kan een beroep gedaan worden op Duits recht op grond van nationaliteit. IIa.1 en IIb zijn probleemloos. Omdat ik vermoed dat in dit geval Ib geldig is hebben de ouders eieren voor hun geld gekozen. Zonder naturalisatie was dat mogelijk door een huwelijk volgens Nederlands recht en erkenning van de kinderen geboren voor het huwelijk.