Hallo allemaal,
Al zoekend via internet kom ik deze discussie tegen. Ondanks dat de heer Dragon2 de discussie afgekapt heeft wil ik toch even mijn bevindingen hier ventileren. Bewijzen zijn inderdaad moeilijk te vinden maar er zijn wel enkele vingeraanwijzingen te traceren. Ik zal proberen zo neutraal mogelijk te blijven; ik ben het in die zin met Alex Dragon2 eens dat je pas iets stellig kan beweren er ook aanwijzingen moeten zijn dat het zo ook is. Voor de middeleeuwen is dit een schimmig gebied. Een gebied met veel heroïsche heldenverhalen waardoor er snel verkeerde aannames worden gedaan.
Ik begin mijn uiteenzetting met de uitruil van goederen en de vermeende nicht van Raoul/Rudolp/Roelof ‘Coq/Cock’ van Chatillon
- vaststaand feit is dat de uitruil van goederen tussen de Hertog van Gelre (Otto II) en Rudolp de Cock in 1265 heeft plaatsgevonden. Hiervan is bewijs terug te vinden in het Gelders Arhief. Rudolf heeft dit in overleg met zijn (volwassen zonen) gedaan. Zij waren zijn rechtmatige erfgenamen en hierin dus ook van belang. Rudolp ruilde 450 morgen land (liggende tussen de rivieren de Lek en de Linge en tussen Beesd en Leerdam) tegen een gelijke hoeveelheid land van de Hertog; 450 morgen bevattende de plaatsen Hien, Neerijnen, Opijnen en Meteren. Deze gelijke ruil is belangrijk omdat het allodiale goederen betreft, wat inhoudt dat de eigenaar van deze goederen ook de bezitter was; een uitzonderlijke vorm van grondbezit waarover het bezitsrecht dus absoluut is. Het betrof dus geen leengoed. Rudolf stond daardoor bekend als vrij man. Omdat dit goed in de Betuwe ligt en zich daar meer Gelderse allodiale goederen bevonden, wordt er aangenomen dat deze goederen uit een erfenis van Jolanda van Henegouwen (geboren Van Wassenberg=Van Gelre) kwamen en via de familie Chatillon in Rudolp’s bezit kwamen.(we komen hier later op terug)
De gelijke ruil kon daardoor plaatsvinden omdat het bij wijze van spreken een familieaangelegenheid was; via Jolanda van Henegouwen waren ze immers verwant. Bij deze uitruil zijn echter wel een paar spelregels verandert; Rudolp zal zijn Allodiaal Recht op zijn goed hebben opgedragen (opgedragen leen = Feodum Oblatum) aan de veel machtigere Hertog van Gelre om het daarna als leengoed weer terug te ontvangen. Hierbij ontving hij diens bescherming en behoud van het vruchtgebruik, vaak wel in ruil voor militaire diensten. Dit was tevens een waarborg voor zijn zonen die ieder daarmee hun eigen leengoed verkregen uit de erfenis van Rudolp. Rudolp kreeg tevens hierbij toestemming van de Hertog om een ‘Castrum’ te bouwen (Waardenborch).
Het Allodiale goed uit de Henegouwse/Wassenbergse erfenis is aanwijzing I
- Dan het familiewapen van de familie Chatillon. Zoals de heer Dragon2 eerder stelde werd een familiewapen door een familie uitgedragen. Het dragen van een wapen stamt uit de vroege middeleeuwen waarbij deze werd gedragen bij toernooien door de strijdende ridders. Later ook bij slagvelden. Het dragen van een wapen was een eervolle aangelegenheid. Men kon niet ongestraft zomaar een familiewapen aannemen. Eer en trouw aan de (Leen)heer stond hierbij hoog in het vaandel. De bewering dat het wapen van Rudolf een afgeleide zou zijn van een al reeds bestaand wapen in die contreien en het wapen dus gekoppeld zou zijn geweest aan de beheerste goederen wijs ik naar het land der fabelen. Het is eerder andersom; wapens gevoerd door steden, dorpen en gemeentes zijn meestal een afgeleide van een familiewapen. Daarnaast hadden de Chatillons voor Rudolf nog geen bezittingen in de Betuwe, het waren immers goederen uit de erfenis van Jolanda van Henegouwen (lopende via de familie St. Pol) en dus van oudsher Gelderse goederen. Het wapen moet dus met Rudolf mee naar de Betuwe zijn gekomen. Dit wapen werd dan door zijn vazallen (en nakomelingen) binnen zijn goed uitgedragen.
Het familiewapen van de Chatillons is aanwijzing II
- Dan de kwestie van de vermeende nicht Philippina van Dammartin. Philippina was echtgenote nummer 3 van Hertog Otto II van Gelre. Zij was een dochter van Simon van Dammartin en Maria de Ponthieu.
De Hertog was tevens haar derde echtgenoot. Ze was eerder gehuwd geweest met Raoul II van Lusignan Graaf van Eu (+1246) en daarna met Raoul II Heer van Coucy (+1271)
Deze laatste echtgenoot was vóór haar met Elisabeth van Chatillon – St. Pol gehuwd geweest.(dochter van Wouter III van Chatillon en Elisabeth van St. Pol)
De oom van Philippina, Renaud van Dammartin, was gehuwd geweest met Marie de Chatillon (zus van Wouter III van Chatillon) maar had haar op verzoek van de koning moeten verstoten en hij met Ida van Lorraine, Gravin van Boulogne moest trouwen.
In de bovenvermelde ruilakte staat Philippina vermeld als “de St. Pol”. Dit is echter niet haar achternaam maar waarschijnlijk is het vermeld om hiermee duidelijk te maken dat via die lijn de familieverhoudingen liepen. De grootmoeder van Philippina via moederszijde was Beatrix van St. Pol (gehuwd met Jean de Ponthieu)
Deze Beatrix was de zus van Hugue/Hugo de St. Pol die gehuwd was met Jolanda van Henegouwen, de laatste een kleindochter wezend van Jolanda van Wassenberg/Gelre. Hugo was de vader van Elisabeth die met Wouter Van Chatillon huwde.
Philippina zou dus op deze manier verwant zijn aan de familie Chatillon.
Ze zou een nicht zijn van Rudolf en hij een neef van haar. Dit is een breed begrip in die tijd. Een neef/nicht kon ook een achterneef/-nicht zijn of zelfs aangetrouwd zijn. Maar in dit geval denk ik dat ze achterneef en –nicht waren.
Het gebruik van de naam St. Pol is naar mijn mening expres gebruikt om de familieverhouding nogmaals extra te bevestigen, waardoor we Rudolf dus in de Chatillon – St. Pol familie kunnen plaatsen.
Het gebruik van de naam St. Pol is de aanwijzing III
- Dan het gebruik van de naam Cock of Coq, afgeleide van Coquin, wat schelm of schavuit betekend. Een bijnaam die naar mijn mening gegeven is aan een jongeman die streken heeft uitgehaald die niet door de beugel kunnen maar misschien toch enigszins door de vingers gezien konden worden.
Waarom nam Rudolf deze naam aan en voerde hij niet de naam Chatillon?
Als jongste zoon had hij geen recht op de naam Chatillon (want niet de Heer van ) en niet op de naam St. Pol (want niet de Graaf van). Het direct hoogst haalbare was voor hem Ridder worden. Dit kon enkel door in dienst te zijn van een Heer. Of, indien hij door een nalatenschap ergens goederen zou erven daar heer en meester van zijn en dan de naam van dat goed aannemen. “Le Coq” was zijn bijnaam. Door wie het gegeven is, is gissen. Er is dan nog het legendarische verhaal over de koning en zoals het wel vaker het geval is met legendes zit er vaak een kern van waarheid in. Het betreft hier de opstand van de franse Baronnen tegen de heersende regentes koningin Blanca, de weduwe van de overleden koning en moeder van de minderjarige koning Lodewijk IX. De franse adel wantrouwde haar en haar entourage. Het plan was om de koning te ontvoeren en de bastaard oom (Philippe Hurepel) van Lodewijk op de troon te zetten. Het was een klein groepje edelen (met oa Engelram III van Coucy en Hugo XI van Lusignan) die hun kans grepen op het moment dat de koningin-moeder en haar zoon op weg waren van Orléans naar Parijs en ze bij Etréchy in een hinderlaag lokten. Echter, dit mislukte aangezien een gezant van de Graaf van Champagne hen waarschuwde. De graaf had op het allerlaatste moment de kant van de regentes gekozen. De koning ontsnapte zodoende aan zijn ontvoerders. Mijn vermoeden is dat Rudolp daarbij betrokken is geweest. Waarschijnlijk als knaap in dienst (lees opleiding) bij een van de betrokkenen.(vermoedelijk Raoul II de Coucy, de echtgenoot nr 2 van Philippina de Dammartin)
Alle betrokkenen zijn bestraft en later weer in de gratie van de koning gekomen. De bijnaam schavuit/Coquin kan in dit licht gezien worden als een liefkozende bestraffing. Echter zal zijn familie er niet zo mild mee omgegaan zijn. De familie Chatillon – St. Pol stond erg dicht bij de troon en waren ook zeer trouw aan de koning. Rudolf zal afgescheept zijn met wat bezittingen in de Nederlanden om daar een nieuw bestaan voor zichzelf op te moeten bouwen.
- Om welke goederen ging het dan? Zoals gezegd bezat de familie St. Pol via de familie van Henegouwen allodiale goederen in de Betuwe uit de erfenis van Jolanda van Gelre afkomstig. Het betrof hier het allodiale goed Dodewaard. Dit lag naast Ochten, waar de familie van zijn eerste vrouw afkomstig was: Aleid Ricoltsdr van Ochten. Helaas is zij kort na hun huwelijk overleden. Waarschijnlijk in het kraambed van hun zoon Ricolt (die ook jong overlijdt). Hierna huwt hij Agnes Hendriksdr van Cuijk/ van Malsen. Het goed Rhenoy zal waarschijnlijk een deel van de bruidsschat hebben uitgemaakt en afkomstig zijn uit de familie van Cuijck, in wiens gebied Rhenoy lag. De famlie van Cuijk was in die tijd al op zijn retour wat betreft macht. Het is onduidelijk wat er met het goed Dodewaard gebeurd is. (heeft hier ook een uitruil plaatsgevonden?)
- Dan nu de vraag waar hoort Rudolf thuis in dit plaatje?
In mijn optiek zou ik Rudolf plaatsen als jongste zoon van Wouter III van Chatillon en Elisabeth van St. Pol. Hij zou dan ongeveer in 1210 geboren zijn en ongeveer dezelfde leeftijd zijn geweest van de jonge koning Lodewijk IX. (wellicht speelkameraden?)
Rudolf/Raoul werd vermoedelijk vernoemd naar de derde echtgenoot van zijn grootmoeder van vaderskant. Zijn grootmoeder Adèle de Dreux was na het overlijden van Guy II de Chatillon nog tweemaal hertrouwt: eerst met Jean de Noyen en kort daarna met Raoul de Soissons. De kinderen uit haar voorgaande huwelijken waren destijds nog jong en Raoul de Soissons zal een goede stiefvader voor Wouter III de Chatillon geweest zijn. Wellicht zelfs peetvader van zijn zoon. (hens de vernoeming)
De verhalen op internet waarin gesteld wordt dat Renaud van Chatillon Rudolps vader zou zijn geweest verwijs ik tevens naar het land der fabelen. Renaud zat in het heilige land en huwde daar de erfdochter van Antioche en daarna met de dochter van Oultrejordain. Uit deze huwelijken kreeg hij enkel dochters. Er is hiermee geen enkel verband. Mijn vermoeden is dat het in de loop der tijd mooi op iemands ‘cv’ stond dat er een held in zijn familie was geweest. Typisch gevalletje geschiedvervalsing.
Ook de bewering dat Jolanda van Henegouwen gehuwd zou zijn geweest met Hugues/Hugo van Chatillon klopt van geen kanten. Dit betrof Hugues/ Hugo van St. Pol, zoals eerder aangegeven.
Vanaf Jolanda van Gelre gaat de lijn als volgt:
I Jolanda Wassenberg/ van Gelre x Boudewijn III van Henegouwen
II Boudewijn IV van Henegouwen x Adelheid van Namen
III Yolanda van Henegouwen x Hugo IV van St. Pol
IV Elisabeth van St. Pol x Wouter III van Chatillon sur Marne
V Raoul/ Rudolp ‘Coq’ van Chatillon
Op zich klopt het dan ook wat de generaties betreft; Jolanda van Wassenberg was de betovergrootmoeder!
Tot zover mijn bevindingen waarvoor ook ik geen sluitend hard bewijs heb. Ik ben ook bang dat we die nooit zullen vinden. In mijn zoektocht heb ik alle beschikbare informatie naast elkaar gelegd, Nederlandse maar ook Franse; zoals onder andere de pagina’s Racine Histoire Francais en Champagne Nobility. Maar ook hierbij is voorzichtigheid geboden. Wellicht als iemand ooit diepgaand onderzoek doet in Frankrijk in de Franse archieven dat er dan meer duidelijk wordt.