Gerrit van Assen was ook touwslager, wat de hypothese van Anne ondersteunt:
466. Den 25 Meert 1720, fol.164vo.
Op de requeste van Gerrit Jansen van Assen versoeckende om eenige rekeninge van gelevert touw aen de Stat in de jaren 1718 en 1719 te mogen corten aen de gekofte burgerschap of de jaren van dijn so in den jaare 1718 heeft gekoft: als mede een rekeninge van
19 guldens - 1 - 8 so tot de piloote Hermen Capperts sijn laste is hebbende.
Was geapost: De Heeren Cameners en Rentmeesteren van de Stad dis 1718 en 1719 worden g’ ordonneert om de rekeningen indesen gemelt ende tot laste van de Stad sijnde aen de suppliant te valideren in betalinge van de jura van de gekofte groote burgerschap in den jare 1718, dog de rekeninge van f.19 - 1 – 8 penningen, tot laste van de pilote Hermen Kappert, sal de suppliant van sijn debituir eisen en invorderen.
503. Den 3 September 1720, fol.178.
Op den requeste van Gerrit van Assen, meester touwslager versoekende tot voortzettinge van zijn werk, om het bolwerk genaamt het Galgen Bolwerk lopende tot de Broederpoorte tot een lijnbane te moogen bequaam maaken, ende gebruiken.
Was geapost: Op het gedaane rapport van de Heeren Camelaars, so word den suppliant geaccordeert, om het bolwerk lopend evan het Galgen Bolwerk tot aan de Broederpoorte voor zijn gebruik tot een lijnbane te moogen bequaam maken ende gebruiken, mits gevende jaarlijxs ten profijte van deses Stads Camer een somma van thien caroli guldens, ende dit alles tot naader opzage toe.
538. Den 3 Januarii 1732, fol.191.
Op de requeste van Gerrit van Assen, remonstrerende hoe desselfs huisje staende alhier tusschen het Galgen Bolwerk en de Broeder poorte, door hem aldaar geset tot dienste van de Toubane hem door Schepenen en Raden vergund, niet alleen word bestolen, maar selfs te enemaal geruineerd, versoekende dat Schepenen ende Raden hem gelieven t’ accorderen een diergelijk huisjen te timmeren aan de andere zijde van de bane bij de Broeder poorte.
Was geapost: Schepenen ende Raden accorderen het versoek bij de requeste gedaen, doch sal de Suppliant alvorens met de Heren Camenaers over de plaatse, alwaar het huisjen sal willen setten mochten spreken.
296. Den 11 Junij 1737, fol.97.
Op de requeste van Henr. Vriese, Harmen Jans Avink en Berend Avink, versoekende in qualiteijt als momboirs over d’ onmundige nagelaten kinderen van wijlen Gerrit Vos en Annigjen Avink, een summa van vijf honderd Caroli guldens hare pupillen toebehorende, tegens drie en een halv percento intereste s’ jaars aan enen Gerrit van Assen en sijn ehevrouw op een gerigtelijk hijpotheecq van een en een halve morgen lands gelegen op d’ Oostermate in het schouten gerigte van Genemuiden, ongeveer een duisend Caroli guldens waardig, te mogen uit tellen.
Was geapost: De Remonstranten worden in hare qualiteijt geauthoriseerd, de gelibelleerde summa van vijf honderd Caroli guldens, op het gementioneerde onderpand, tegens den interest van drie en een halv percent in het jaar, ten profijte van hare pupillen te mogen beleggen.
Een eerdere Van Assen te Kampen die ik tegenkom:
184. Den 22ste Martij 1666, fol.57.
Op het request van Egbert Janssen van Assen en Cornelis Florisen versoeckende dat sij den
boedel van Frans Janssen Christianus en Ide Floris, haer broeder en suster, onder beneficie
van inventaris mogen aenveerden.
Was geapost: Schepenen ende Raedt authoriseren Egbert Janssen van Assen ende Cornelis
Florisen, om den boedel van Frans Janssen Christiaens ende Ida Floris, nevents Berent
Steenbergen ende Roeloff Molter, sijnde twee der principaelste creditoren onder beneficie van
inventaris te mogen aenveerden ende sullen hebben sorge te dragen, dat de penningen, soo
vande vercofte goederen sullen comen te procederen, ter Secretarie overgebracht worden, om
daer over naer rechte te worden gedisponeert.
Bron: apostillen van Kampen.