Op 12-12-1981 kreeg ik per brief van Harrie Salman uit Noordwijk het advies onderzoek te gaan doen in Leiden naar de schoenmakersfamilie "Van Duvenvoorde" "Van Duijvenvoorde" vanaf 1485, waaronder naar Gijsbert Cornelisz, schoenmaker.
Het beroep schoenmaker zou aan kunnen sluiten op het beroep Lapper, dat het beroep was van Jan Jansz van Duijvenvoorde, die in Lisse en Hillegom huizen bezat rond 1690 en kan betekenen dat hij of zijn voorouders schoen(lappers) waren. Ook de stamvader Arij Jansz Duijvenvoorde (overleden in 1724) in Noordwijkerhout had als bijnaam Lapper.
Nu - nadat dit advies sindsdien niet door mij is opgevolgd - probeer ik deze draad toch op te pakken naar ik hoop met jullie hulp en medewerking!
Harrie Salman stuurde mij deze stamboom:
1e generatie Cornelis Cornelisz van Duvenvoorde, geboren ca. 1485.
Koopman in 1543, NA Leiden Inv. Nr. 3, folio 376

"Inhoudende een huijs ende erve gelegen ande nijeuwestraet inde coorenbrugstege mit een camertgen ende hoeren erve daer after anden burch staende gepasseert bij mr Joost Jacobsz chirurgijn ten profijte van coman cornelis cornelisz van duvenvoorde in date den XXIIIen Octobris 1543 (23-10-1543) / de tweede beginnende wij Claes aelwijn claesz ende gerijt roeloffsz schepenen in Leijden rch waer bij Cornelis cornelisz van Duvenvoerde voorscreven de voorscreven huijsinge getransporteeert heeft ten behouce van frans gerijtsz gool ende gerijt aelbrechtsz brouwer van dat den XXVIIen Aprilis XVc ende L (27-04-1550) / ende de derde beginnende wij Cornelis adriaensz ende mr floris van tholl Schepenen in Leijden rch / waer bij pieter gerijtsz gool zoe voer hem zelven als vervangende claes gerijtsz gool zijn broeder de voorscreven huijsinge vercoft ende getransporteert heeft ten profijte van de voorscreven zalige dirck cornelisz van date den tweeen septembris 1572 (02-09-1572)".
https://www.erfgoedleiden.nl/collecties/archieven/archievenoverzicht/scans/0508/3.8.1/start/30/limit/10/highlight/3
1562 droogscheerder
https://www.erfgoedleiden.nl/collecties/archieven/archievenoverzicht/scans/0508/3.1.2/start/60/limit/10/highlight/1

Op 09-04-1562 koopt Cornelis (Cornelisz) van Duvenvoirden droogscheerder met Reijer Ghijsbertsz van Stock en Jan Jansz, bakker, als voogden over Ghijsbert, Aerent, Cornelis, Dirck, Phillips en Maritgen, kinderen van Cornelis van Duvenvoirden, tot behoefte van deze kinderen van Gerrit Foeijen een huis en erf in Leiden staande en gelegen in het noordeinde op de hoek bij de Sint Cathoniebrug belegen hebbende aan deze zijde Kort Rapenburg, aan de andere zijde de Bornsteeg (Erfgoed Leiden, Rechterlijk Archief).
1564 koopt hij een looiwerf

Cornelis (Cornelisz) van Duvenvoorde koopt op 30-10-1564 voor schepenen van Leiden van Aefgen Cornelisdr, weduwe van Joost Bouwensz, schoenmaker, met Bouwen Joostz, haar zoon en voogd, een looiwerf met twee kuipen en een kalkput aan de Mirabelsteeg in Leiden. Mede compareert Joris Willemsz Hertgen, schoenmaker, als waarborg (Erfgoed Leiden, Rechterlijk Archief).

Uit hem (1545-1560):
2e generatie Gijsbert Cornelisz van Duvenvoorde; hij huwt Grietje Pietersdr; woont in 1557 in stadsdeel Zevenhuizen van Leiden; beroep schoenmaker; NA Leiden Inv. Nr. 25 folio 67

"In huijden den vijfden Maij anno XVc zeven ende tnegentich (05-05-1597) compareerde voor mij Notario publijcq ende voorden ondergeschreven getuijgen Cornelis Ghijsbertsz van Duvenvoorde schoenmaecker wonende binnen der stede van Leijden / dewelcke mitsdesen voor ende ten behouve van Gerijt lenaertsz schoenmaecker poorter der voorscreven stede getransporteert ende overgegeven te hebben een Schepenen bezegelde custing brieve spreeckende op Adriaen Harmensz slotemaecker als principael ende Quijerijn Robbertsz warmoesman als borge inhoudende hondert vijf ende tzeventich gulden van XL grooten t stuck / breder blijckende bijde tzelve custingbrieve daer dese jegenwoordige transporte aengehecht is van date den XVIII aprilis anno XVc ende XCVII (18-04-1597) ende daer toe alle recht actie ende eijgendomme hem comparant aende voorscreven custingbrieve ende door crachte vandien aende penningen daer inne begrepen eenichsints competerende comen daer mede te mogen waren ende te verlaeten in alle schijn of hij comparant zelfs ware / voorts bekende hij comparant vande voorscreven transporte ende overgeven vernoucht te zijn den eersten penninck mitten lesten / Ende hij comparant mitsgaders Gijsbert cornelisz van Duvenvoorde zijn vader / ende Gerijt Henricxsz scheepmaecker wonende tot Zevenhuijsen zijn swager (huijden mede comparende) beloofden bij desen mit

De notariële akte wordt ondertekend door Cornelis Ghijsbertsz (van Duvenvoorde), zijn vader Ghijsbrecht (Cornelisz) van Duvenvoorde en zijn zwager Gerrit Heindricxe