Hr Clavaux, ik wist niet dat het niet ging om Juriaen Souburg, maar om Jurien Sondach, ik ben niet goed in transcriberen. Ik heb inmiddels met hulp van anderen deze redelijk voor elkaar; mogelijk kan iemand me uitleggen welke rol Jurien had en wie nu de thesaurier was. Het lijkt erop dat Gerbrant van Warmenhuijsen als notaris de boel dwarszat en dat Juriean daarvoor dreigde te boeten door 40 dagen gegijzeld te worden; dit weet ik echter niet zeker:
Op huijden den xxiii Ja:ry 1650 Comp.de voor mij Johannes van Vijver openbaer Notaris bijden Hove van Hollandt geadmitteert in s’Gravenhage residerende, ende voorde naer genoemde getuigen, Cornelis Leenderts Roels, M.r Timmerman ende Arent Leendertsz Cleij M:r Metselaer beijde woonende alhier inde Hage, sijnde van competenten ouderdom, Ende verclaerden ter requisitie ende versoucke van S:r Querien Sondach pachter van Litsen Tol, woonende opde Schans
De Voornz, waer ende waerachtig te wesen hoe dat sij deposanten inden verleden jaere 1649 omtrent de maent van meij bij den heere Thesorier Generael van Sijne Hooch:t den heere Prince van Orange sijn geassigmeert geweest opden Req:t met een somme van Sestien Hondert guldens, waerop sij deposanten op twee verscheijde wijsen ontfangen hebben uijt handen van Gerbrant van Warmenhuijsen Not:s mede alhier woonachtich een Somme van Acht Hondert car: gul, waervan sij deposanten haere quitantien aen selven Warmenhuijsen hebben overgelevert, Verclaren wijders dat eer sij deposanten de laetste Vier Hondert gul vande &ß Acht Hondert gl ontfingen, hen deposanten alsnoch toegeseijt was een Somme van Ses Hondert gul ende dat sij deposanten door de quade bejegeninge van &ß Warmenhuijsen inde maent van October laestleden genootsaect sijn geweest haere clachten te addresseren aen meergemeten heere Thesorier, die daerop den voorn. req:t tot voldoeninge heeft doen sommeren renoveren ende gijselinge beteijckenen alhier inden Hage, alwear den &ß Req:t alßoen ontrent de veertien dagen gijselinge heeft moet houden, ten dat sij deposanten alßoeh door ordre van Ed: Rade van Sijn meergemeten Hooch:t te vreden hebben moet sijn, met het ontfangen van voorn. Vier Hondert gl in plaetse van &ß Ses Hondert gl, waerop de meergemeten Req:t door ordre van de &ß Rade uijt de voorn gijselinge is ontslagen, Verclaeren sij deposanten mede dat sij tot betalinge vande &ß Vier Hondert gul met groote moeijte sijn geraect, die den voorn Warmenhuijsen hen deposanten dagel[ij] moveerde, als mede wel &staen te hebben dat sij req:t al lange te vooren Twee Hondert guldens aen &ß Warmenhuijsen hadden gesonden, die sij tot sijn eijgen voordeel ende proffijt hadde bekeert, en dat het selve de oorsake was dat sij deposanten de &ß Ses Hondert guldens niet soude becomen, Verclaeren sij deposanten ten laesten noch dat den &ß Req:t over enige dagen hier sijnde hen deposanten heeft gepresenteert haere resteren Acht Hondert gl, alsnoch te betalen, dewelcke sij deposanten weijgerden te ontfangen, ten [waerchaer] ter hande wierden gestelt haer voorguen quitantie van Acht Hondert gl als &ß Warmenhuise overgelevert, waertoe den &ß Warmenhuise [ieten] begeerde te &staen, waeromme sij deposanten genootsaect wierden haer waederom te addressen aen meerge:n Rade van Sijn Hooch:t, de welcke den voorn: Warmenhuisen voor haer Ed: Collegie ontboden hebbende, hem belasten acte van Decharge ten regarde van &ß overgeleverde quitan: ten behoude van hen deposanten inte stellen, omme deselve bij haer Ed: geexamineert sijnde, bij hem Warmenhuijsen gepasseert te waerden, in plaetse van t’welcke te [obedieren] is den &ß Warmenhuijse onvernoucht doorgegaen waerover sij deposanten haer wederom aen meergeleijden Rade verbougen daer over een groot misnoegen bijden selven Raet is betoont, Echter op gisteren verstaen hebbende dat bijden selven Warmhuijsen aen hem Req:t de voorn: quitan: van Acht Hondert gl: waren overgelevert hebben deselve gecasseert overgenomen haer resteren Acht Hondert gul: van Req:t ontfangen en haere voorß Assignatie van Sestien Hondert gul: met generale quitantie aen meergemelten req:t overgelevert, Eijndigende sij deposanten hiernaer haere depositie Presenteren t’geen &ß staet, des noot ende incas van recollement daertoe &socht sijnde, naerder met solemnele rede te bevestigen, Aldus gedaen, Ter presentie van D’heer Doctor Johannes Bougaert en P:r Hulsman, beijde mede woonende alhier als getuijgen,