graag controle en correctie van onderstaande transcriptie, met name de tekst in de kantlijn
Op huyden den 20en Decembris 1652 soe heeft
Stoffel Peters ende Hoebert Laens, beyde als
momboirs van Hendrycken naergelaeten dochter
Herbert Wynters, gedaen den behoerlycken eedt van
behoerlycke reckeninge bewys et reliqua
van hunnen ontfanck ende uuytgaven, testes
Jan Anthonis Swreen ende Dirck Lennarts, schepenen
Op dato voers. soe is gecompareert voer schepenen
voers. de voors. momboirs, voerden selven
onmundige ter eenre, ende Erasmus Gerarts
voer sijn selven, en hebben dyenvolgende geliquideert
ende gedeijlt allen het achtergelaeten goet van Herbert
Wynters ende Grijet Lennarts, hunne ouders, sijn
achtergelaeten ende metter doot hebben ontruijmpt
ende ofter eenige pachten oft lasten met recht op
bewoning worden, sullen sij partijen malcanderen
gelijck helpen draegen ende het cooren, stroij ofte
anderssynts datter tegenwordich is sullen
sij gelijck deelen, ende het lant dat onbesaijt
is sullen sij gelijck deelen ende t’samen saijen,
gelovende de voers. momboirs metten voers.
Erasmus t’gens voers. voer goet, vast, bundich
ende van waerden te houden op hunne persoen
ende des voers. onmundige kinders goederen, ende
des voers. Erasmus op syne eijgen goederen gelijck
Jan Anthonis Swreen inden namen vanden Heere
Drossart de besloeten loeten sal leggen, actum
ut supra
Item inden iersten gesedt het huijs metten halven
drijes, te weten met syn behoerlijcke plaetsse,
metten halven bemdt neffens den Heer van
Eckart straetijen opte dijck, met de hellicht
van Willem Scheppen hoeve, neffens Wijn
Vreijssen erve, mette gerechte hellicht van twe
deel neffens Thonis Hendrijckx za[liger] erve,
dese is gevallen Hendrijckxken het onmundig
kindt
in de kantlijn
Op huyden den
19en December
1652 soe sijn
gecompareert
voer schepenen
in judicio Jan
Thonis als man
ende momboir van
Hendrijcken Herberten
Wijnters ende Erasmus
Gerijts ende hebben d’een
den anderen gevest
ende gegoyt dat
den voers. Jan Thonis
sal hebben het
huijs ende ontrent
derden halff
vaetsaet soe het
is affgehaelt
ende de meer resten
sal hebben den
voers. Erasmus
Gerijts, soe inde
rijfferten, ende (?)
over het ........
ende beyde hoeven
ende vorts in haegen (?)
ende tegen in naerden (?)
ende in droegen (?)
ende hebben malcanderen
doer imme (?)
geveest ende gegoijt
met helminge,
vertidinge, met
mannisse der
rijchters ende
met vonnisse
der schepenen alsoe als t’slants recht is ende gelovent malcanderen
te weeren op hunne persoenen ende goederen, actum in judicio, voer
alle schepenen
