Den 1e November 1589
Compareerde voor Jan Thomasz, Jan de Vrij Egbertsz, Dirrick Jacobsz Rosenkrans, Balthasar Appelman
ende Tonis Jansz Schelingbou, Lubbert Jansz, droochscherer, oudt 25 jaren,
woonende op de Oudezijts Voorburgwal, geassisteert met Anne Hendricsdochter,
zijne moeder ter eenre, ende Herman Vorck, oom, Catrijne
van der Lucht, moeye, Gerart Noyen, broeder van Rijcklant Noyen
van Harderwijck, ter andere zijden, ende versochten drie Sondaeghsche
uytroepingen te dien eynde vanwegen der dochter vertoonende zeeckere
minute van huwelijckse voorwaerden tusschen partijen met den vrienden vandien
gemaect, van date den 9en Novembris 1589, in plaetse der dochters wille
en naerdien hij Lubbert Jansz verclaerde met sijn vrijen wille, sonder
bedwanck ofte geveynstheyt verschenen te sijn ende een vrije persoone
te sijne ende der voorn. Rijcklant Noyen in bloede niet te bestaen,
sijn hen hare drie Sondaegsche uytroepeinge verwilliget.
[in de marge:]
Zullen trouwen te Harderwijck.
Betooch van der dochter
bewillinge is gebleken, geteyckent
Otto van Hetteren, dienaer
aldaer ende Rijcklant Noyen selve.