Loofsignaat Beesd 1631, wie kan het lezen? Beesd, schepenbank 1628-1633, scan 59/96 [ongedateerd akten ervoor en erna zijn van 1631]
https://hdl.handle.net/21.12108/28CF1B835C6941F3A113B5379BC3E0BB
Tot nu toe er dit van kunnen maken:
Gerichts [...?] tot Cuijlen
[...?] Gerrit Bauwensen
Wij Quirijn Mencen(?) ende Dirck Huijbertsen [...?] Schep[enen]
tot Beesdt tuijgen dat voor ons gecoomen is,
Gerrit Bauwensen end heeft getoont(?) Gerichts
[...?] tot Cuijlemborg sijnen [...?] Rente(?)
vijff end twijntich Carolusen gld. desen Jaren te ver-
h[...?]d [...?] hoovts[...?]
[...?]gronde en[de](?) streckende

Met wat onzkerheden:
Gerichts Gorckems tot Cuylen
op Gerrit Bauwensen
Wij Quirijn Meusz ende Dirck Huybersz Verwey, schepenen
tot Beesdt, tuygen dat voor ons gecoomen is,
Gerrit Bauwensz ende heeft gelevert gerichts
Gorckems tot Cuylemborg sijns erf rente
vijff ende twyntich carolus gulden des jars, te ver-
vier hondert guldens hoovtsums tot 20 stuyvers hollants den
gulden gaende ende streckende
Bedankt voor deze lezing, het meeste kan ik meevoelen, en het helpt om de details beter te begrijpen.
Alleen de k in "Gorckems" lijkt erg onwaarschijnlijk. De k wordt in deze en ook de hierop volgende akte toch steeds met een boogje aan het einde geschreven, zie bv.in het laatste woord "streckende"

Bovendien lijkt het raar dat er een gericht van Gorcum in Culemborg zou zitten.
Dus dit woord blijft een uitdaging:

Gerrichen Gossensen tot Cuylen.
contra Gerrit Bauwensen
Wij Quirijn Meusz ende Dirck Huybersen Verwey, schepenen
tot Beesdt, tuygen dat voor ons gecoomen is,
Gerrit Bauwensz ende heeft geloeft Gertchen
Goessensen tot Cuylemborg tijns off rente
vijff ende twyntich carolus gulden des jars, [doorgehaald: te] vier
hondert guldens hooftsums tot 20 stuyvers hollants den
gulden gaende ende streckende
Hartelijk dank, dit lijkt veel logischer