Dhr. Faber van het Historisch Centrum Leeuwarden heeft me op weg geholpen, ik citeer met zijn toestemming:
Het stedelijk ambt stads-keizelaar heeft tot in de 19de eeuw bestaan. Deze was belast met het onderhoud van de toen nog voor het overgrote deel onverharde straten en wegen in de stad. Diens werkzaamheden zullen hoofdzakelijk hebben bestaan in het repareren en egaliseren van kuilen, gaten en karresporen in het wegdek met puin, schelpen en kiezelstenen. In 1837 werd in de gemeenteraad het voorstel gedaan om het ambt af te schaffen en het onderhoud in het vervolg te verpachten. Hieraan is toentertijd geen gevolg gegeven, zodat de functie naar alle waarschijnlijkheid nog tot in de tweede helft van de 19de eeuw heeft bestaan, althans het voornemen tot afschaffing kom ik tot 1851 niet weer tegen. Zie:
http://periodieken.historischcentrumleeuwarden.nl/issue/REP/1811-01-01/edition/05/page/8?query=keizelaar&sort=relevance
Ik had verwacht in de (gedigitaliseerde) instructieboeken, net als voor andere stadsambten (b.v. turfdragers en -meters, lantaarnopstekers, et cetera) ook een instructie voor de Stads Keizelaar aan te treffen, doch dit is helaas niet zo. Meestal werden deze instructies door degenen die voor een ambt werden beëdigd ondertekend, maar in dit geval moet ik u een antwoord op de daadwerkelijke aard van de werkzaamheden, regels en verplichtingen, alsmede de aanstelling van Willem Hoekstein schuldig blijven. Zie voor de instructieboeken:
https://allefriezen.nl/zoeken/persons?ss=%7B%22q%22:%22leeuwarden%20invnr.%20instructieboek%22%7D&sort=%7B%22order_s_voornaam%22:%22asc%22%7D
Resteert de mogelijkheid dat de aanstelling van een Stads-Keizelaar kan worden teruggevonden in de resolutieboeken van de Magistraat. Helaas zijn deze niet gedigitaliseerd en slechts incidenteel ontsloten, zodat deze alleen op onze studiezaal op microfiche kunnen worden bekeken.
De vermelding in Everwinus Wassenbergh, ‘Taalkundige bydragen tot den Frieschen tongval’, Franeker, 1806 van het woord "keizel" geeft de betekenissen "puin, steengruis, kiezel". Dit is dus hetgeen de keizelaar zich mee bezighield. Dit is dus iets anders dan het ambt van stads-steenhouwer die zich bezighield met stenen onderdelen van bouwwerken en ornamenten.