Lees eens een boek?
P. Holthuis, Roode Weezen in Groningen, 1599-1999 (Groningen 1999).
De situatie in Groningen: in principe waren weeshuizen alleen voor vol-wezen. Als er nog een ouder in leven was, werd die geacht zichzelf ermee te redden, eventueel met behulp van de diaconie. Kon dat niet (vader als soldaat op veldtocht, moeder in het tuchthuis) dan ontfermde de diaconie zich erover; die runde (in de steden) een eigen weeshuis. Een burgerkind ging naar het burgerweeshuis, alle anderen naar het diaconieweeshuis (een klasse minder, ook qua verzorging en faciliteiten). Als van een burgerkind nog één ouder in leven was die niet voor het kind kon zorgen, ging dat kind ook naar het diaconieweeshuis tot het bewijs was geleverd van het overlijden van beide ouders -- en b.v. met een vader in Indië kon dat lang duren.
In principe gingen ze uiterlijk bij hun meerderjarigheid (25 jaar) uit het weeshuis, maar als jonge mensen zichzelf konden onderhouden was dat vaak een paar jaar eerder. Wel werd verwacht dat ze dan al geloofsbelijdenis hadden gedaan.
Een meegebracht erfenisje verviel aan het weeshuis in kwestie (bij de diaconie geheel, bij de burgers voor de helft). En zo zijn er nog legio regels en richtlijnen, dus ga gewoon over het onderwerp lezen; voor zover ik weet zijn verscheidene boeken over dit onderwerp geschreven, vaak m.b.t. een specifieke stad.
In de provincie werd een weeskind meestal in een gezin uitbesteed, hetzij op kosten van de boedel, hetzij door de diaconie.