Beste Bas,
Er is, lijkt me, zeker behoefte aan een gepubliceerde lijst namen van deelnemers.
Alleen al voor alle individuele onderzoekers, maar ook voor de uiteenlopende organisaties die zich met geschiedenis bezig houden en vragen hierover krijgen.
Wel ben ik erg benieuwd hoe het u is gelukt om de database samen te stellen. Ik had zelf vruchteloos gezocht naar een voorvader en zijn mogelijke deelname aan de slag bij Waterloo.
Uiteindelijk had ik me erbij neergelegd dat de gezochte informatie geheel verloren is gegaan bij het bombardement van het Bezuidenhout Den Haag waarbij het Krijgsgeschiedkundig archief van de generale staf vernietigd werd.
Ik verzoek u vriendelijk mij te informeren of mijn voorvader L.J.A.J. Broman voorkomt in uw database.
Zoals gezegd ben ik met mijn onderzoek hiernaar helemaal vastgelopen.
Als oudste zoon van een majoor lag een militaire carrière voor de hand. Toch is het anders gelopen.
Geboren in Bethune omdat daar de uitgeweken officieren waren ondergebracht had hij derhalve gelijk een verleden. De majoor stierf in 1802. Het gezin was toen nog in goede doen, maar verval kwam snel. Weduwepensioen werd verminderd en misschien zelfs stopgezet in de moeilijke periode onder Lodewijk Napoleon. Mijn voorouder Lodewijk (L.J.A.J.) moest dan als gezinshoofd zorgen voor zijn zussen, jongere broertje en zijn moeder.
In 1814 stond hij voor een keerpunt in zijn leven.
Zijn zieke moeder stierf in februari en als hij alsnog een militaire carrière ambieerde was de weg vrij.
Maar in datzelfde jaar bleek hij een goede ambtenarenbaan te hebben gekregen en kreeg hij de voogdijschap over 3 jonge kinderen van overleden vrienden.
Wat dat laatste betreft is vrij zeker dat de kinderen in de praktijk netjes zijn opgevoed door zijn tweelingzuster.
Zijn beslissingen op dit keerpunt van zijn leven hangen af in hoeverre hij gevoelig was voor de oproep van Koning Willem I die een leger wilde formeren en de dreiging van de terugkomst van Napoleon.
Mogelijk dat ook nog de niet verklaarde dood van zijn jongere broer meespeelt.
Op zich zou deelname niet geheel logisch zijn (goede baan en voogd), maar aan de andere kant is het opvallend dat hij, die geen militaire aanwijsbare ervaring had, toch vier van zijn zonen militair liet worden, waarvan drie beroeps, alsmede de jongen waarvan hij voogd was ook beroepsmilitair werd en echtgenoten van zijn dochters ook beroepsmilitairen waren. Dat geeft toch te denken. Lodewijk kon alleen via de slag bij Waterloo zelf militair zijn geweest en vandaaruit zijn kinderen hebben gemotiveerd. Zijn kinderen hebben hun opa (de majoor) niet gekend.
Om dit uit te zoeken ben ik eerst begonnen met zoeken naar de Nederlandse deelnemers aan de slag bij Waterloo. Boeken nagekeken in de Koninklijke Bibliotheek, veel op internet gezocht en veel vragen gesteld aan onderzoekers en bijvoorbeeld aan het Legermuseum en de gidsen van Waterloo.
In het NIMH vond ik het boek ?the Waterloo Medal Roll?. Het boek van meer dan 400 bladzijden geeft een opsomming van militairen die meegevochten hadden bij de slag bij Waterloo.
In totaal zullen er zo?n 36000 namen opgesomd zijn. Aangezien ik niet de namen van Chassé, Van Bylandt, Bijleveld, Grenier en Krayenhoff tegengekomen ben, kan ik ervan uitgaan dat de Nederlandse deelnemers niet in dit boek zijn opgenomen.
In de Koninklijke Bibliotheek vind ik de uitgave ?la campagne de 1815 aux Pays-Bas d?apres les rapports officiels Neerlandais?. Hierin helaas alleen de namen van de officieren.
Er werden wel eenheden genoemd (ook op internet) en van de mogelijk relevanten heb ik vele uren gezocht in het Nationaal Archief zonder succes. Naar mijn idee kon de voorouder zich mogelijk in 1815 als vrijwilliger hebben aangemeld, maar ook dat niet gevonden.
Toen heb ik het op een andere manier geprobeerd.
In 1865 werd het 50 jarig jubileum gevierd met de veteranen.
Er leefden toen nog zo?n 5000 militairen.
Zo?n 600 ervan staan in een boek in de KB Het Nationale feest te Leiden 1865.
Fonds 1815 (gewonden) geen succes. De gemeente van toen heeft geen informatie hiervan uit 1865.
Geen lijsten in kranten gevonden of in de Koninklijke besluiten.
Op internet vond ik wel Goudse deelnemers en vele Friezen.
Volgens dhr H.G. Meijer van vereniging Mars et Historia bestaat er geen lijst met 5000 namen en is veel verloren gegaan met het betreffende bombardement in WOII.
Tot slot nog een laatste manier getracht. Als ik deelname niet kon aantonen, dan misschien trachten aan te tonen dat hij niet deelgenomen kon hebben. Echter ook dat is niet gelukt.
Hij werkte in 1814 als hogere ambtenaar in Bergen op Zoom. In 1819 is een geheel andere (mogelijk lagere) functie aan de andere kant van Nederland. Gezocht naar aanwijzingen bij het BHIC in de citadel van Den Bosch, doch ook zonder resultaat.
Uw publicatie in 2015 zal uiteindelijk antwoorden geven voor mij en wellicht vele anderen.