Hallo Roel,
het is slechts een vermoeden, maar misschien is er tot nu toe in de verkeerde richting gezocht. Je vraag hoe het kan "dat een 2e regiment Grenadiers overgaat in een 4e regiment Tirailleurs en deze laatste ineens behoren tot de Garde Imperiale?" is nog al vreemd, want dat kon ook helemaal niet. Vandaar.
Het roemruchte regiment 3de Grenadiers van de Garde, was zoals boven aangegeven, is voortgekomen uit het garderegiment van de koning van Holland. In 1810 werden de onderdelen het hollandse leger opgenomen in het keizerlijke franse leger. Dit derde (eerder tweede) regiment Grenadiers werd onderdeel van de keizerlijke garde. Andere regimenten werden linieregimenten, zoals het 123, 124, 125 en 126ste.
Het vierde regiment Tiraillerus was een ander onderdeel van de garde. En het ene onderdeel ging niet over in het andere onderdeel. Die bestonden naast elkaar.
Maar goed, wat dan wel.
"Peter maakte deel uit van de lichting 1808 van de commune Belfeld (departement Nedermaas)." Dat was toendertijd een deel van Frankrijk (vanaf 1794) en had ook niets meer van doen met de Bataafse republiek of het latere Koninkrijk Holland. Daarmee vervalt dus de mogelijkeheid van regiment 2de (3de)Grenadiers van de Garde.
Als conscript kwam je terecht in een linie regiment, dan wel een cavallerie regiment. Maar niet bij de garde. Per locatie en lichting is nog wel na te gaan naar welke regimenten men zoal uitgezonden kon worden, maar dan moet ik gaan zoeken.
Maar in het geval Peter zal dat dus het tweede regiment infanterie van de linie geweest zijn.
En als je dan maar lang genoeg gediend had en aan wat voorwaarden voldeed kon je voorgedragen worden voor de keizerlijke garde. En dat zal dus wel gegolden hebben voor Peter Joosten in 1812.
En dan de andere vraag : Een bataillon was de gevechtseenheid op het slagveld. De naam zegt het al. Die eenheid bestond uit zo'n 1000 man (of 600 , 800 of soms 1200, afhankelijk van het leger (welke land), of het legeronderdeel). Een regiment was meer de administratieve eenheid, en bestond uit meerdere bataillons, drie of vier, later vijf zelfs zes. Het laatste bataillon bleef altijd op zijn basis, daar waar recruten verzameld werden en getraind. De overige bataillons dienden vaak in een brigade, maar dat hoeft niet persé. Ook kon het ene bataillon in Spanje dienen en de anderen bij de Grande armée.
Een bataillon bestond uit een vast aantal compagnien. Eén (flank-)compagnie grenadiers, één (flank-) compagnie voltigeurs en meerdere compagnien fuseliers. Grenadiercompagnien van verschillende eenheden konden bijeengebracht worden in een speciale gevechtseenheid. Hieruit ontstanden dan de regimenten grenadiers. De Garde bestond uit dergelijke gespecialiseerde regimenten. Vandaar ook het regiment tirailleurs.
Maar over limburgers raad ik het boekje Ten oorlog voor Napoleon. aan, van Jan Derix en Sjef Verlinden.(1983)