Beste heer Visser,
Terschelling heeft eeuwen bij de Staten van Holland en West-Friesland behoord, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog is het uit praktische overwegingen door de Duitse bezetter bij Friesland gevoegd. Hoewel na de oorlog door de Terschellingers getracht is om weer tot de provincie Noord-Holland te behoren, is de gemeente altijd onderdeel van Friesland gebleven. Het merendeel van de Terschellinger archieven liggen nu dus niet meer op Terschelling, maar zijn opgeslagen in het Friese Rijksarchief te Leeuwarden (Tresoar). Daar heeft u dus op microfiches zitten kijken naar kopieën van de originele aktes (een verouderd en omslachtig karwei, met soms slecht leesbare reproducties) die men in de Terschellinger nedergerechten vindt.
Zoals ik u reeds meldde, zijn de nedergerechten van onder andere Terschelling door mij gedigitaliseerd en deze zijn nu dus vanuit de luie stoel thuis in te zien op de site van Tresoar, zodat u nu eenvoudig naar duidelijke en eenvoudig te vergroten foto’s van de originele aktes kunt kijken zonder daarvoor naar Leeuwarden te hoeven af te reizen. In totaal bevatten de nedergerechten van Terschelling 64 boeken met duizenden pagina’s aan informatie omtrent koop- en verkoopaktes van landerijen en huizen, testamenten, gerechtelijke aktes et cetera. Via de volgende link kunt dus eenvoudig alle aktes doorzoeken:
https://www.tresoar.nl/Pages/Nedergerecht.aspx
Als u op Terschelling klikt, krijgt u als het goed is het volgende overzicht:
https://allefriezen.nl/zoeken/persons?ss=%7B%22person_1%22:%7B%22search_t_voornaam%22:%22nedergerecht%20terschelling%22%7D%7D&sort=%7B%22order_i_datum%22:%22asc%22%7D
Bij ‘Voornaam’ ziet u de nummering van het desbetreffende boek uit het nedergerecht en waarop de daarin aanwezige aktes betrekking hebben. Helaas staan ze niet mooi op volgorde, maar op zich is het zoeken door de boeken relatief eenvoudig. In boek 57, getiteld ‘Registers van vorderingen tot vestiging en verband 1720-1769’ vindt u op pagina 116 de akte omtrent de boedel van wijlen Gossen en Eegt (aangezien ik de boeken gedigitaliseerd heb, heb ik in mijn eigen kopie van de documenten gekeken, maar op de site staat de desbetreffende akte waar ik naar refereerde niet op pagina 114, maar op pagina 116… op de volgende bladzijden staan nog wat verkopingen). U klikt hiervoor op het desbetreffende boek en klikt vervolgens aan de rechterkant op ‘Bladeren door bron’.
In boek 20 op pagina 57 (het klopt nog niet helemaal op de site, want het volgnummer op de pagina is 56… maar goed, de aktes zijn in ieder geval allemaal in te zien) vindt u dus ook het originele testament van Gossen en Eegt waar u naar refereerde.
Het huis te Amsterdam waar dus over wordt gesproken in dit testament zal later bewoond zijn door dochter Neeltje ‘Neeke’ Gossensdr uit het eerste huwelijk. Zij blijkt namelijk via recentelijk onderzoek door mij verwant te zijn aan mijn familie. Neeke haar moeder moet namelijk een dochter geweest zijn van Douwe Sipkesz, wiens huis Gossen later bezat. Deze onbekende dochter had namelijk in ieder geval een zuster genaamd Mary Douwesdr, die gehuwd was met haar buurjongen Klaas Lieuwesz, een broer van mijn directe voorvader Cornelis Lieuwesz (Cornelis verkocht hun ouderlijk huis te Stortum in 1704 aan Klaas). Klaas Lieuwesz zijn zoon Douwe Klaasz liet namelijk op 17 april 1759 bij notaris Jan Verleij te Amsterdam zijn testament opmaken. Geertje Cornelisdr Sorgdrager werd zijn enige en universele erfgename (Geertje haar moeder behoorde tot de familie Rotgans en zij was zelf op dat moment weduwe van haar neef Rein Siebesz Rotgans… en Klaas Lieuwesz zijn moeder behoorde ook tot de familie Rotgans en het huis te Stortum kwam uit de nalatenschap van die familie… Douwe bekommerde zich dus om de zwakkere in zijn familie door haar tot erfgename te maken). In 1762 blijkt Geertje inderdaad via vererving eigenaresse van het huis te zijn. Hoewel Geertje dus de primaire erfgename van Douwe werd, liet hij wel specifiek opmaken dat hiernaast zijn NICHT Neeltje Gossendr, op dat moment wonende te Amsterdam, ƒ200 diende te erven. Op 3 november 1754 woonde Neeltje nog te Stortum, aangezien zij toen land verkocht aan Michiel Walrad (een buitenlander die blijkens een door mij gevonden scheepsverklaring scheepskok was geweest op het schip van Gerrit Cornelisz Sorgdrager, de broer van Geertje). In 1762 was ook hij deels in het bezit van het huis te Stortum van mijn voorouders. Mogelijk had Neeltje Gossensdr schuld bij Michiel en verkreeg hij zijn deel uit Neeltjes legaat van ƒ200…
Hopelijk heldert dit weer het een en ander op en biedt deze informatie u weer wat aanknopingspunten om verder te speuren.
Hartelijke groet,
Jeffrey P. Lieuwen