Bij Erfgoed Leiden en Omstreken vandaag drie inschrijvingen gevonden bij de universiteit Leiden van de familie Van Voorburgh in het Album Studiosorum:
Inschrijving Johannes Voorburgh 21-07-1606, Hagiensis, oud 20 jaar, M (Medicinae)
Inschrijving Jacobus Voorburgh 10-06-1651, Hagienses, oud 19 jaar, P (Philosophiae)
Inschrijving Wilhelmus Voorburgh 15-04-1684, Rotterodamensis, oud 20 jaar, P (Philosophiae)
Drie generaties (van) Voorburgh van vader op zoon aan de universiteit van Leiden.
Johannes Voorburgh, geboren 1586, is de oudste zoon en zeer waarschijnlijk eerstgeborene van Jacob Willemsz van Voorburgh en Geertruijt Jansdr (ondertrouw Delft 02-02-1585). Zijn zuster is Catharina van Voorburgh die hieronder volgt.
Hierop aansluitend met betrekking tot genoemde Jacobus Voorburgh (zoon van Johannes Voorburgh) het volgende gevonden vanmiddag:
In het familiearchief Van Vredenburch (Nationaal Archief, toegang 3.20.61.02, Inv. Nr. 692) bevindt zich een charter van de belening door de Staten van Holland op 16-06-1651 door de stadhouder van deze lenen Jacob Cats, raadspensionaris van Holland, van drie percelen leenland in Wateringen, ten westen de Quacwetering die gestopt is, voorheen beleend aan Jan Cornelisz van der Marel en eertijds in bezit van Theunis Claesz met zijn moeder en broers, aan de onmondige Jacob van Voorburch, die deze percelen geschonken kreeg van zijn "moeije" (tante) juffrouw Catharina van Voorburch, weduwe van de advocaat van het Hof van Holland mr. Cornelis Bosch die deze percelen eerder gekocht had. De drie percelen leenland waren te verheergewaden met een rode sperwer. Binnen één jaar bij het verkrijgen van de mondige leeftijd moest Jacob van Voorburch zijn eed voor deze leengoederen hernieuwen.
Het perceel van 2 morgen 2 hont leenland in Wateringen wordt vermeld als leen 29 van de Graven van Holland (bron: REPERTORIUM OP DE GRAFELIJKE LENEN IN WATERINGEN, 1281-1646 door A.J. van der Valk, www.hogenda.nl) met als jongste vermelding: 11-10-1632: Jan van der Marel Cornelisz. te Wateringen bij dode van Pieter, zijn broer, LRK 146 c. Nd.-Holland fol. 38.