Via via verkreeg ik onlangs onderstaand artikel over Roelof Frederik Nicolaas Meyer. Heeft iemand enig idee waar en wanneer dit artikel oorspronkelijk verschenen is? En wie is auteur Rijklof van Goens?
MEYER, PIONIER DER THEECULTUUR
Een herinnering
Waspada, stond op de bestelauto die mij dezer dagen ergens in het centrum van Paramaribo voorbij reed. En dit woord deed een stroom van herinneringen loskomen. Want Waspada is voor mij onverbrekelijk verbonden met de onderneming van die naam op de Preanger hoogvlakte, en met de figuur van de oude heer Meyer, die in mijn geboorteplaats Garoet woonde en die ik altijd heb bewonderd. Hoewel er 60 jaar voorbij zijn gegaan staat hij mij nog levendig voor de geest.
In 1916 besloot mijn vader, een welgesteld maar na de dood van mijn moeder rusteloos man, zich weer te vestigen in het mooie huis dat hij destijds te Garoet voor haar had laten bouwen. Uiteraard bezocht hij oude vrienden en kennissen, onder wie de oude heer Meyer, die veel ouder was dan hij. Hij wilde mij tevens kennis laten maken met diens twee kleinzoons.
Het huis en het grote, goed onderhouden erf, waarin zich een flinke rozentuin bevond, maakten op mij een diepe indruk. Het was een onopvallend huis, maar het bevatte marmeren vloeren en ruime vertrekken. Het stond op de deftigste stand van het kleine binnenplaatsje, namelijk aan de aloon-aloon, direct naast het grote ouderwetse huis van de assistent-resident op het voorerf waarvan zich een grote waringin bevond. Om de aloon-aloon lagen voorts de eveneens ouderwetse lagere school en aan de andere kant van de aloon-aloon het huis van de regent, tegenover de woning van de assistent-resident. Tegenover de lagere school en daarvan gescheiden door de aloon-aloon bevond zich de moskee. Op de aloon-aloon, vlak bij de rijweg en tegenover de woning van de assistent-resident stond het borstbeeld van Holle.
Na ons bezoek toonde mijn vader mij dit borstbeeld en las hardop hetgeen er op een marmeren plaat stond: "Holle, de Vriend van de Landbouwers". En daarna zei hij: "Holle was een der pioniers van de theecultuur in deze streken. En ook de oude heer Meyer is een van de pioniers daarvan." Vervolgens vertelde hij over de oude heer Meyer, die in 1840 werd geboren en in 1932 te Garoet overleed.
Volgens mijn vader kwam Meyer op het einde van de vijftiger jaren van de vorige eeuw als jongmaatje te dienen onder Holle op de thee-onderneming Waspada. Het was in dat autoloze tijdperk een heel hard leven. Men werkte er van de vroege ochtend tot dikwijls laat in de nacht. Zon- en feestdagen golden er niet, maar stakingen en onrust evenmin. Allen woonden in schamele hutjes; men beschikte slechts over petroleumlampen.
Men had te kampen met veel moeilijkheden, maar stampte iets groots uit de grond.
"De oude heer Meyer bracht het tot administrateur van Waspada", vertelde mijn vader. "In de negentiger jaren besloot hij zich met zijn Chinese vrouw en twee kinderen te vestigen te Garoet, waar hij dit huis, dat je gezien hebt, bouwde".
Hij hield er duiven en legde zich toe op de rozenteelt. Maar daar dit alles hem geen volledige dagtaak verschafte, opende hij Toko Meyer, de enige Europese winkel in provisiën en dranken te Garoet. En wéér maakte hij lange dagen. En Toko Meyer bloeide onder zijn beheer zoals het geval was geweest met Waspada!
Maar alles ging verloren nadat hij in 1932 was overleden.
Hoe stelt men zich gewoonlijk een pionier voor? Meestal als een nors en tyranniek mens. Dat was de oude heer Meyer geenszins. Hij was integendeel een zeer vriendelijk man, schraal van gestalte. Ik heb nooit veel te maken gehad met hem. Vaak speelde ik in de grote tuin om zijn huis met zijn twee kleinzoons. De oudste daarvan overleed vroeg. De jongste ontmoette ik twintig jaar later te Batavia, waar hij deurwaarder en vader van veel kinderen was.
De oude heer Meyer bezocht ik eens toen zijn einde reeds naderde. Hij bezat nog zijn volle verstand, maar zijn lichaam wilde niet meer mee. Duidelijk herinner ik me nog wat hij toen zei, namelijk, met iets van spijt in zijn stem: "Ik ben nu 88. Dat is een hoge leeftijd, jongen. En een groot verschil met wat ik vroeger was".
Vier jaar later las ik in de krant zijn overlijdensbericht. Wéér was de Soendanese landbouwers een vriend ontvallen. De oude heer Meyer en zijn vrouw rusten op het destijds mooie kerkhof van Garoet. Hij was een man die weinig over zichzelf sprak. Maar hij had kunnen zeggen: "Ik heb hard moeten werken en het niet makkelijk gehad, maar ik heb datgene wat men elkaar pleegt toe te wensen: gezondheid, een lang leven en welstand".
Het was echter méér dan welstand. Het was rijkdom, verkregen door noeste arbeid en een groot doorzettingsvermogen. Maar alles verdween na zijn heengaan. RIJKLOF VAN GOENS
edit
Uit: Tong Tong, 15 oktober 1976, p. 15
(Met dank aan Ben Wegman)
edit
In een later artikel in Tong Tong, getiteld “Waspada, de stichting van Holle” reageert de schrijver, die ondertekent met STATES., op de eerdere bijdrage van Rijklof van Goens:
Aan het einde van m’n verhaal gekomen, kan ik mij voorstellen, dat onze medewerker, die te Paramaribo de naam Waspada “op straat” zag, waardoor bij hem zoveel jeugdherinneringen opflitsten, dat hij zal zeggen: ja, maar waar blijft “mijn” pionier Meyer nu? Mijn antwoord moet zijn: in de schaduw van grote bomen kunnen geen grote bomen groeien.
De oude vriend uit Uw herinnering was ’n slimme zakenman, ook hij was bezield maar niet met idealisme en humanisme als K.F. Holle. Uw oude vriend heette R.F.N. Meyer, hij werd na het verlaten van Waspada omstreeks 1890 niet alleen tokohouder, maar ook nog commissionair en venduhouder. Waarschijnlijk waren het zijn kinderen, met wie U nog gespeeld heeft, die - in mijn tijd - agenten waren van resp. het Indische Veem (J.H.W. Meyer) en van het Batavia Veem (W. Meyer) beide te Garoet.
Uit: Tong Tong 15 maart 1977, p. 15
