Dit is een mooie copie, dank je wel.
Eerder had ik in een ander gremium al eens de hulp ingeroepen, en toen had één latinist daarop gereageerd. Hij vond het erg leuk en ook een uitdaging om deze acte te vertalen. Maar hij kwam er niet goed uit. Hij weet dat aan gebrek aan kennis van het middeleeuwse latijn en van middeleeuwse juridische en handelstermen.
Vandaar dat ik het opnieuw wilde proberen, nu in onze eigen genealogie-omgeving.
Hierbij de vertaling die ik toen ontving, u zult zien dat hij hier en daar krom loopt of zelfs onbegrijpelijk is.
Ik, Herman de Keppele, hulp van de Legerplaats van het Bisdom van Neuburg, verklaar openlijk en officieel ten overstaan van de aanwezigen, dat Engelbertus Engerink en zijn zoon Everhardus voor mij verschenen uit eigener beweging, aan mij hebben teruggegeven de zeggenschap over villa en inboedel Kempink, gelegen in de parochie Sutlon, dewelke zij eens op basis van koop door mij hadden aangeschaft en waarvan zij later rechtens dienstbaarheid door mij afstand hebben gedaan, wat zij in rust bezaten, hetgeen alledaags Manstat wordt genoemd.
Overigens heb ik overgedragen en draag ik over, wat Lene heet, dezelfde villa en dezelfde inboedel aan Henricus Sybink, pachter, opdat met dezelfde rechten waarmee Engelbertus en Everhardus, voornoemd, het hadden gebruikt ,hij met al zijn rechten en wat daaruit voortvloeit en nadien ook zijn kinderen en erfgenamen vrij en vredig bij voortduring ervan mogen genieten.
Evenzo heeft mijn jongste zoon, Gerhardus, in het openbaar aan voornoemde Henricus genoemde villa en inboedel teruggegeven zonder overigens een oorkonde voor het een en het ander te vervaardigen.
En Henricus, mijn oudste zoon, heeft samen met mij aan meergenoemde H. alle rechten overgedragen die vervat zijn in het voorgaande.
Evenzo zal, van hetgeen is verdwenen van genoemde villa en genoemde inboedel (wat Herewede wordt genoemd) en wanneer dat is tevoorschijn gekomen, aan mij gegeven worden of aan mijn erfgenamen al naar gelang de omstandigheden, tegen een wettige totaalsom van maximaal 30 denariën.
Bij deze zo redelijk volvoerde transactie waren aanwezig, wier namen hier volgen: Nicholaus de Borken, priester, Ludolfus Hake of de Asbeke, soldaat,
Gerhardus enSpenge, knechten,
evenzo
Johannes Sculdere,
Bernardus de zoon van de Schout Provestink,
Albero Brinkink
en nog meer andere betrouwbaren.
Op de voorliggende akte van deze transactie is ten overstaan van de aanwezigen mijn zegel aangebracht.
Gedaan en gegeven op de sterfdag van Thomas van Canterbury (Thomas More) (= 29 december) in het jaar des Here 1299.