stamboomforum vragen, antwoorden en tips voor uw stamboomonderzoek

Forum logoLeeshulp, transcriptie, vertaling, betekenis » "vertaling" van notariële akte delft opgelost



Profiel afbeelding
Niet meer geregistreerd

ik doe via internet onderzoek naar de familie Ketting(h). Bij Jacob Kettingh de Jonge stuit ik op een notariele akte uit Delft, zo te zien een testament. Wie kan mij - eventueel in grote lijnen - vertellen wat er in de akte staat.  Ik kan een link aanbrengen met de betreffende akte. Alvast bedankt voor de moeite.

Gerard Kooman - 7 jun 2020 - 16:07

Profielafbeelding

vervallen

Jan K. - 7 jun 2020 - 16:12 (laatst bijgewerkt 7 jun 2020 — 18:20 door auteur)

Niet meer geregistreerd

Als je niet weet, hoe je een link plaatst: een datum is ook goed.

Dan weten wij, welke van de 30 er bedoeld wordt.
https://zoeken.stadsarchiefdelft.nl/zoeken/groep=Personen/Voornaam=jacob/Achternaam=kettin%2A/pagina=1/aantalpp=14/f_Soort_Akte=Notarieel/?nav_id=0-0

Wesley Fokkens - 7 jun 2020 - 16:18 (laatst bijgewerkt 7 jun 2020 — 16:19 door auteur)

Niet meer geregistreerd

Beste Wesley, 

Moet nog even achterhalen hoe ik een link aanmaak, maar het gaat om de akte van 8 april 1712, met Jacobus Kettingh als testateur en Jacob Kettingh en Cornelia Strick als erfgenamen.

Met vriendelijke groeten,

Gerard Kooman

Gerard Kooman - 7 jun 2020 - 17:07

Niet meer geregistreerd

Dit is de link: https://zoeken.stadsarchiefdelft.nl/detail.php?nav_id=0-1&id=17572598&index=27

Hij staat op het punt om naar Indië uit te varen en maakt voor de zekerheid een testament,
waarin hij zijn ouders Jacob Ketting en Cornelia Strick tot zijn enige erfgenamen aanwijst.
De rest van de akte is gewichtigdoenerij van de notaris, om zoveel mogelijk bladzijden te vullen.
Die man moest ook wat leveren voor zijn geld.

Wesley Fokkens - 7 jun 2020 - 17:17 (laatst bijgewerkt 7 jun 2020 — 17:19 door auteur)

Niet meer geregistreerd

Wesley Fokkens - 7 jun 2020 - 17:28 (laatst bijgewerkt 7 jun 2020 — 17:30 door auteur)

Profielafbeelding

Het zal dus om deze Jacobus gaan:

Akte
Soort DTB
Bron DTB dopen
Inventarisnummer 14.12
Folio 33
Datum 9/3/1687
Plaats Delft
 
Persoon
Naam Cornelia Strick
Rol moeder
 
Overige personen in akte
Jacobus Kettingh (kind)
Jacob Kettingh (vader)
Willem Guldenarm (getuige)
Maria Strick (getuige)

Annemarie57 - 7 jun 2020 - 18:53

Niet meer geregistreerd

Beste Wesley,

zeer bedankt voor je snelle reactie. Vanwege de datum van de akte ging ik er van uit dat het hier ging om een testament van Jacob Kettingh de Jonge.  Het blijkt nu dus te gaan om de zoon Jacobus. En dat is niet mijn voorvader, want dat is Kornelis Kettingh. (1694 - 1770), getrouwd met Johanna Wagenaar. Mijn dochter en ik zijn vooral op zoek naar de oorzaken van de daling op de maatschappelijke ladder van "onze" Ketting(h)en. Behoorden de oudste Kettinghen tot de elite (advocaten, notarissen, trouwen met adel), bij Jacob Kettingh de Jonge ( 1630? - 1718?), zien we een kentering (via gerechtsbode naar timmerman, e.d.) bij het nageslacht. Een verklaring hiervan hebben we nog niet. Wellicht zijn huwelijk met Cornelia Strick? Interessante stukken trouwens over  de VOC.

Met vriendelijke groeten,

Gerard Kooman

Gerard Kooman - 7 jun 2020 - 19:25

Niet meer geregistreerd

Beste Jan,

Zeer bedankt voor je snelle reactie. Ik heb inmiddels informatie binnen gekregen via Wesley Fokkens. Maar mocht ik tzt andere informatie willen hebben, dan zou ik graag van je expertise gebruik maken.

Vriendelijke groeten,

Gerard Kooman

Gerard Kooman - 7 jun 2020 - 19:28

Niet meer geregistreerd

Jacob Kettingh was bij zijn huwelijk (Delft 11-9-1683) met Cornelia Strick weduwnaar
en inderdaad "gerechtsbode deser stadt". Dat is toch niet mis.

Geef anders even duidelijk aan, waar het probleem zit. We zijn ervoor.

Wesley Fokkens - 7 jun 2020 - 20:20

Profielafbeelding

Er zijn heel veel vragen in de genealogische literatuur over of de latere naamdragers Ketting(h) wel stammen uit de oudere naamdragers. Namen ontstaan soms "gewoon" of vererfden in vrouwelijke lijn. Ik ben nergens een afdoend antwoord of bewijs tegengekomen. 

Annemarie57 - 10 jun 2020 - 11:56

Profielafbeelding

@ Annemarie57,

Namen ontstaan soms "gewoon" of vererfden in vrouwelijke lijn. 

Bestaat daar eigenlijk literatuur over, over dat vererven van achternamen via de vrouwelijke lijn? Ik zou daar graag meer over weten.

Groet, Pauwel

Pauwel - 11 jun 2020 - 22:31 (laatst bijgewerkt 12 jun 2020 — 22:29 door auteur)


Profielafbeelding

Ik heb het onderstaande wel gevonden.

 

"[...] patrilineaire vererving van de geslachtsnaam [is] nog niet eens zo lang [...] ingeburgerd en is ingevoerd in de Franse tijd. Voordien was er hier op dit punt sprake van volstrekte vrijheid. Een kind kon de 'toenaam' van de vader, van de moeder of van beiden krijgen. Ouders gaven het kind als laatste voornaam ook wel de familienaam van de moeder."

https://www.trouw.nl/nieuws/keuze-ouders-van-achternaam-kind-doet-beider-verantwoordelijkheid-recht~b5a198ea/

 

"Tot diep in de vijftiende eeuw is er in de erfelijkheid van de familienamen nog niet de minste regelmaat te bespeuren. Herhaaldelijk noemen de zoons van eenzelfde vader zich met verschillende familienamen, of wel nemen enkelen de familienaam aan, die ook hun vader droeg, terwijl anderen volstaan met het patronimicum. Een sterk voorbeeld daarvan is dat van de vijf zoons van Goeswinus Cnode uit 's-Hertogenbosch (1408), die alle vijf verschillende achternamen voerden: Goeswinus Cnode, Johan Bye, Ghisbertus Bac, Theodoricus Posteel en Laurentius Volkaert. Van de drie zoons van een zekere Luyt uit Amsterdam (2e helft 15e eeuw) noemen de eerste en de tweede, die beiden huidenkoper werden, zich naar hun beroep: Willem Luytsz Huydecoper en Meyndert Luytsz Huydecoper; de derde noemt zich Jacob Luytsz zonder meer. Elk van deze drie broers krijgt een zoon; de namen van deze neven zijn respectievelijk Antonis Willemsz Bontekoe (zeepzieder ‘in de Bonte Koe’ op de Zeedijk, † 1594), Luyt Meyndertsz Huydecoper (korenkoper) en Lucas Jacob Luytszoonsz (houtkoper, 1540-1569). De drie zoons van de Amsterdamse korenkoper Jan Jansz (zoon van Jan Pledtser) noemen zich Willem Jansz Brouwer († 1566), Jan Jansz Pledtser († 1567) en Dirck Jansz Louw († 1561).

Ter aanvulling enkele voorbeelden uit Zieriksee. Willem Simonsz, ambachtsheer van Stavenisse en Cromstrijen (1498-1557), zoon van Simon Maarten Simonsz, heeft tien kinderen, die allen Cromstrien heten, behalve een der zoons, die Cornelis Stavenisse (1529-1575) heet en als zodanig de stamvader wordt van een aanzienlijk Zeeuws regentengeslacht. Een ander invloedrijk Zierikseeënaar, Jan Anthonisse (1520-1588), lakenkoper, had negen kinderen, waaronder drie zoons, die ieder de stamvader werden van een invloedrijke Zeeuwse familie. Zijn zoon Jan Anthonisse de Jonge (1546-1617), aanvankelijk Jonge Jan Jan Anthonisse genoemd, was de eerste drager van de familienaam de Jonge en grondvestte het geslacht, waaruit vele staatslieden zijn voortgekomen. Een jongere broer Mr. Hubrecht Jan Anthonisse (1565-1618) komt sinds het einde der eeuw voor als Hubrecht Janszoon geseit Steengracht en wordt de stamvader van het eveneens bekende regentengeslacht Steengracht.

Nog in de achttiende eeuw vinden we een geval vermeld van een Doopsgezind vermaner Willem Jansz Schoen uit Wormerveer, wiens drie zoons respectievelijk onder de namen Melis Willemsz Lakeman, Dirck Willemsz Breeuwer en Jan Willemsz Blauw werden gedoopt.

Soms noemt een zoon zich zowel naar zijn vader als naar zijn moeder; zo Simon Abbe Jan Pontenz (1467-1550?) uit Amsterdam, zoon van Jan Pont en N. Simonsdr Abbe. De oudste zoon van Simon noemt zich Jan Pont († 1542), de tweede zoon Ysbrant Simonsz Abbe († 1559), de derde Marten Simonsz Abbe, genaamd Schuyt. Hier zien we dus het geval dat de oudste zoon zich naar zijn vader, de tweede naar zijn moeder en de derde zich eveneens naar zijn moeder noemt, maar tegelijk een nieuwe familienaam aanneemt.

Dat kinderen zich naar de moeder noemen komt herhaaldelijk voor, vooral wanneer de familie van de moeder voornamer was dan die van de vader of - men kan ook zeggen: en dientengevolge - in tegenstelling tot de familie van de vader al een geslachtsnaam bezat. Zo trouwde een dochter van de zojuist genoemde jonge Jan Pont, Trijn Jansz Pont (geb. 1525) met Pieter Claesz. Een uit dit huwelijk geboren zoon noemt zich Jan Pietersz Pont († 1601). De Amsterdamse vroedvrouw Oetgenmoer (moer = vroedvrouw) (± 1420-1486), de stammoeder van het bekende regeringsgeslacht Oetgens had een dochter Oetgen Oetgens, die met Claes Jacobsz trouwde. De zoon uit dit huwelijk noemde zich Frans Claesz Oetgens (± 1490-± 1550). Van de kinderen van Mr. Gerrit Boel (± 1485-1562), secretaris van Amsterdam, noemen de eerste en de derde zoon zich naar hun moeder Persijn, de tweede, die eveneens secretaris van Amsterdam is geweest, noemt zich evenwel Boel. De naam van de Amsterdamse regentenfamilie Boelens heeft zich niet voortgezet door de oudste zoon van de stamvader, maar door diens dochter Lijsbeth. Alhoewel deze met een Amsterdams burgemeester, Cornelis Hendricksz Loen was getrouwd, namen haar kinderen toch de naam van hun moeder aan. In bepaalde families schijnt het zelfs een traditie te zijn dat de kinderen zich steeds weer naar de moeder noemen. Zo heten die van de Amsterdamse chirurgijn Pieter Thijsz (midden 16e eeuw) evenals hun moeder Schrijver. Een van deze kinderen, Thijs Pietersz Schrijver (geb. 1548) heeft een zoon Philip Thijsz, die zich naar zijn moeder Philip Thijsz de Bisschop noemt. Een andere zoon, Hendrick Pietersz Schrijver, heeft een zoon Jan Hendricksz, die zich naar zijn moeder Jan Hendricksz Soop noemt. Men vindt in Elias' Vroedschap van Amsterdam, waaraan deze voorbeelden ontleend zijn, tal van soortgelijke en dikwijls onverklaarbare gevallen vermeld. Ter aanvulling nog enkele voorbeelden uit Zieriksee. Hier noemde de oudste zoon uit het huwelijk van Cornelis Willemse de Keijser (1550-1623) en Neeltje Cornelis Huigense Mulock zich Willem de Keijser, een jongere zoon echter Cornelis Mulock. Beiden werden de stamvader van een regentenfamilie, die oorspronkelijk ook eenzelfde wapen voerden, tot in de achttiende eeuw de Mulocks een nieuw wapen aannamen. Uit het huwelijk van een ander Zierikseesch patriciër, Joris Pieterse (geb. ± 1555) met Maria van Rijswijk noemden alle elf kinderen zich naar de moeder, klaarblijkelijk omdat de vader nog geen familienaam had.

Ook komt het voor dat kinderen zich naar de grootmoeder noemen. Zo werden uit het huwelijk van de Amsterdamse schepen Pieter Bicker (zoon van Meeus Doos Dircksz en Aef, dochter van Jan Bout) en Ael Duynen (dochter van Albert de Veer en N. Duyn) vier dochters en drie zoons geboren. Alle vier de dochters heten Bicker, maar de zoons noemen zich respectievelijk Mr. Albert de Veer (geb. 1462) (dus naar zijn grootvader van moederszijde), Willem Duyn (± 1470-1522) (naar zijn moeder) en Jan Bout (1476-1516) (naar zijn grootmoeder van vaderszijde, eigenlijk naar zijn overgrootvader van vaderszijde). Ook hiervan vinden we een voorbeeld in Zieriksee, en wel uit het midden van de zeventiende eeuw. Uit het in 1647 gesloten huwelijk van Cornelis 't Gasthuys (zoon van Adriaan Jacobse 't Gasthuys en Jacomina Boeye) met Maria de Groote noemen de oudste twee kinderen zich 't Gasthuys, maar de jongste drie naar hun grootmoeder Boeye, onder welke naam trouwens ook een van de oudste dochters bij haar huwelijk optreedt. Ook hier heeft het aanzien van de familie Boeye stellig een rol gespeeld bij de naamgeving. In een Amsterdams regentengeslacht vinden we een IJsbrant Albrechtsz, zoon van Albert Cornelisz Brouwer († 1575), die zich zelfs naar een half-oom, IJsbrant Jansz Ben, eveneens IJsbrant Albrechtsz Ben noemde. Duidelijk blijkt uit deze voorbeelden, hoe weinig men in de zestiende eeuw nog in de familienaam het uiterlijke symbool voelde van een familie-eenheid, waarop men zich maar al te zeer liet voorstaan zodra het financiële aangelegenheden betrof.

In 1600 droeg nog maar 14% van de Amsterdamse bruidegoms een familienaam - van de Amsterdamse bruidegoms van Zuidnederlandse afkomst daarentegen 80%. Duidelijk blijkt uit deze cijfers, hoeveel vertrouwder de Vlamingen en Brabanders met het instituut van de geslachtsnaam waren dan de bewoners van de Noordelijke Nederlanden. Eerst in de loop van de zeventiende eeuw werd de gewoonte om vaste, erfelijke familienamen aan te nemen in Amsterdam en de andere steden van Holland en Zeeland algemeen gebruikelijk."

https://www.dbnl.org/tekst/meer035bete01_01/meer035bete01_01_0002.php

Pauwel - 12 jun 2020 - 22:34 (laatst bijgewerkt 13 jun 2020 — 20:06 door auteur)







De auteur van het eerste bijdrage in dit bericht heeft aangegeven dat de vraag is beantwoord of het probleem is opgelost.

Plaats een reactie

Om reacties (en nieuwe onderwerpen) te plaatsen op het Stamboom Forum dient u eerst in te loggen! Nog geen lid? Registratie is gratis en snel!


Inloggen Registreer nu