Beste Folkert,
ja, er zijn meerdere voorbeelden van ouders die een voornaam-met-achternaam aan hun kind gaven. Zo heb ik in mijn stamboom het echtpaar Jan Gerrettse Spijkerman en Gerretje Frederiks van der Donk uit Enkhuizen. Gerretjes vader, Frederik van der Donk, was een rijke grootgrondbezitter in Drenthe, die men extra wilde vereren door een vernoeming met voornaam-met-achternaam. En zo werd, omstreeks 1750, het eerste kind van het echtpaar Spijkerman een Frederik van der Donk Spykerman. Ook een later kind kreeg nog deze naam mee: Vrouwtje Jans van Donk Spykerman.
In Elburg was er het echtpaar Van Diermen-Hengeveld. De vader van de vrouw, Gerrit Hengeveld, had een belangrijke rol gespeeld tijdens de patriottenopstand, en de bewondering voor (schoon)vader was zo groot dat een zoon Gerrit Hengeveld van Diermen werd genoemd.
Maar dit is allemaal van vóór de invoering van de Burgerlijke Stand in 1812. Na 1812 mocht dit soort zaken niet meer, omdat men wilde voorkomen dat op deze wijze nieuwe en dubbele achternamen gingen ontstaan. Want, zoals in jouw voorbeeld, zou de zoon Hendrik van Beusekom Geurink heten, en voor je het weet, is Van Beusekom Geurink een achternaam geworden, die ook door Hendriks nageslacht kon worden gevoerd.
Dit was dus allemaal verboden na 1812, maar sommige mensen zijn er toch in geslaagd dit te ontduiken. Ook in jouw geval was misschien sprake van een onwetende, of wie weet omgekochte (dikke sigaar?) ambtenaar. Waarschijnlijk kende jouw echtpaar Geurink in of buiten de familie een Hendrik van Beusekom die men zó vereerde dat het kind deze voornaam-met-achternaam meekreeg.