Een paar namen opgezocht in de voornamendatabase van het Meertens instituut:
Dina
Dit kan uiteraard een verkorting zijn uit meisjesnamen op -dina, zoals Arendina, Berendina enzovoort. Vooral in Drenthe en Groningen komen veel vrouwelijke afleidingen voor van jongensnamen gevormd met -dina. Deze uitgang kan een eigen leven leiden als Dina of Dien (vergelijk Chien en Gien). Als zelfstandige naam kan hij echter Oudtestamentisch zijn: Dina is de naam van een dochter van Jakob en Lea. De betekenis is 'oordeel' (zie de Bijbel, Genesis 30, 21 v.). Als Bijbelse naam vooral bij refugié-families in het Land van Cadzand en op Walcheren (Meertens, Zeeuwse familienaam; 28).
Lea
Dit kan een verkorte vrouwelijke vorm zijn van Leendert, Leopold en dergelijke. Het is echter ook een Hebreeuwse naam met de betekenis 'wilde koe, antilope'. Naam van een dochter van Laban, vrouw van Jakob (zie de Bijbel, Genesis 29). Een heilige Lea was een aanzienlijke weduwe in Rome, die zich met een kring van vrome, ontwikkelde vrouwen om St.-Hieronymus schaarde (gestorven 384). Kerkelijke feestdag: 22 maart. Als Bijbelse naam vooral bij refugiéfamilies in het land van Cadzand en op Walcheren (Meertens, Zeeuwse familienamen 28). Ook joodse naam.
Izaäk
Hebreeuws 'Hij (God) moge lachen', vermoedelijk een wens ten aanzien van de toekomst van de naamdrager. Het is de naam van de zoon van Abraham en Sara en van een van de aartsvaders (Genesis 17 en 18). Volksetymologisch werd de betekenis in verband gebracht met Sara die ging lachen toen God haar liet aankondigen dat zij in haar ouderdom nog een zoon zou krijgen. De naam werd door het christendom al vroeg geïmporteerd: Isaac, St.-Gallen 876 (Socin); Ysaac, Keulen 1033 (Littger); in Frankrijk aangetroffen als priesternaam vóór het jaar 1000 (Lebel, 119); West-Vlaanderen 10e eeuw (Leys 1958, 4). Oudste voorbeeld in Holland is uit 1317. In de 18e eeuw een vrouwelijke vorm Isacqa aangetroffen (Ned. L. 1960, 179). Zoals verschillende andere Oudtestamentische namen komt de naam veel voor in Zeeuws-Vlaanderen, een herinnering aan de Hervormingstijd, toen namen van heiligen vervangen werden door Oudtestamentische (vergelijk de Puriteinen in Engeland).
Nehemia
Hebreeuws 'vertroosting van Jahweh'. Naam van een van de Oudtestamentische figuren, schrijver van het gelijknamige boek. Bij de Engelse Puriteinen was de naam in de 17e eeuw vrij veel in gebruik. Aangezien men ook in Zeeland tijdens de Hervorming Oudtestamentisch namen ging gebruiken, komt hij tegenwoordig ook daar nog voor, bijvoorbeeld in St.-Maartensdijk. Nehemia vroeger ook bij de Friese adel (1716, Ned. L. 1961, 443).
Salomon
Hebreeuws sjelômoh, gewoonlijk verklaard als 'de vreedzame'. Naam van de bekende koning van Israël, zoon van David en Batseba (zie de Bijbel, 1 Koningen 1-11); spreekwoordelijk geworden door zijn wijsheid. Als voornaam vooral in joodse kringen in gebruik. Bij Socin al in 772 (St.-Gallen), Bonn 853 (Littger 194: invloed van de Germaanse naam Salman, Saleman(nus)); Gent 1136 (Tavernier-Vereecken); Zeeland 14e eeuw. Oudste gevonden voorbeeld in Holland dateert van 1495; in de 16e eeuw wordt de naam frequenter. Bijvoorbeeld bij refugié-families in land van Cadzand en op Walcheren (Meertens, Zeeuwse familienamen 28).