Beste mensen,
Ik kom in "boedelbeschrijvingen" geregeld tegen dat de overledene nog geld te goed heeft van derden middels een "schepenkennisse" en / of een "obligatie". Als ik op internet zoek, kom ik tegen dat het beiden een soort schulbrief is. De eerste (mede) getekend door de schepenen. Kan iemand me uitleggen wat het specifieke verschil is. Wanneer geef je de eerste uit en wanneer de tweede.
Groet
Wim
Wim
Ik kende het begrip 'schepenkennisse' niet, ben het in mijn regio (Rijnland) nog niet tegengekomen maar het MNW beschrijft het als een verklaring door schepenen afgelegd aangaande een bij hen bekend feit. Dat kon dus blijkbaar van alles zijn, maar kennelijk heeft het hier en daar later de specifieke betekenis van een schuldbrief gekregen.
Nu was een schuldbrief niets meer dan de vastlegging op papier dat de ene partij geld schuldig is aan een andere, en of je dat nu bij een notaris liet vastleggen of bij schepenen, lijkt mij niet zo veel uit te maken. Het zou wel aardig zijn als je een voorbeeld kan vinden om te zien of er een wezenlijk verschil is in de formulering met een notariële obligatie.
Ik ben in een heel ander geval wel eens tegengekomen dat iemand door de familie werd aangeraden een verklaring die bij een notaris was vastgelegd (attestatie), voor alle zekerheid maar opnieuw voor schepenen af te leggen. Kennelijk vond men dat toen wat meer zekerheid geven.
Maar ja, je bent geld schuldig of niet, waar je dat ook vastlegt.
groeten, Frans
Hallo Frans,
Dank je wel voor je meedenken. Ik ben een paar "inventarissen" (Amsterdam 1600-1700) aan het transcriberen. Daarin worden de bezittingen van de overledene volgens vaste rubrieken geïnventarisserd: Huijsen en Erven, Goud en zilver, Contante Penningen, Schepenkennisse, Obligatien enz. Ik ga eens kijken of ik het onderscheid kan vinden tussen de schuldbrieven onder de ene en onder de andere kop. De formulering is vrijwel identiek: het bedrag van de uitstaande lening en de jaarlijks verschuldigde interest.
Groet
Wim