Beste Wim,
Als kleine aanvulling op bovenstaande bijdragen nog het volgende.
Vóór het instellen van onze eenheidsstaat in 1813, toen op veel plaatsen in Nederland
de burgerlijke overheid en de kerk nog "twee handen op één buik" waren, was er nog geen sluitende registratie van "binnenkomst, verhuizing en vertrek" in handen van de burgerlijke overheid (de burgerlijke stand, algemeen ingevoerd in 1811 en regionaal al vanaf 1796, gaat daar niet over; alleen over 'momentopnamen' als geboorte, huwelijk en dood).
Wel zijn er twee heel interessante archiefbronnen op het gebied van vestiging en vertrek uit die periode, zowel voor verhuizingen tussen plaatsen in Nederland als voor emigratie naar en uit NL,
en zowel van overheidswege als uitgaande van de kerken:
- attestatie
- akte van indemniteit
a) Burgers hadden soms een wat losse verhouding tot de overheid, maar waren voor het
overgrote deel wèl aangesloten bij een kerk - en die kerken gaven bij een verhuizing uit de kerkelijke gemeente een bewijsje af, dat de verhuizende persoon en zijn gezin konden overhandigen aan de kerkelijke gemeente van de nieuwe woonplaats, met de garantie dat zij "degelijk, zindelijk en van goed levensgedrag, oftewel: een goed en eerbaar christen" waren: de attestatie (attest = getuigenis, verklaring). Zie bijv. http://www.kerkrecht.nl/main.asp?pagetype=artikel&item=11&subitem=69
en http://www.kerkrecht.nl/main.asp?item=17&pagetype=onderdeel&subitem=1266.
Een soort aanbeveling, en verzoek aan de collega-kerkgemeente, om gunstig te beslissen over
de opname van de hierheen verhuisde personen in hun nieuwe kerkgemeenschap.
(Deze religieuze attestatie is overigens niet te verwarren met de "attestatie de vita"!)
b) Verandering van woonplaats of zelfs emigratie gebeurde meestal met het oog op een verbetering
van de levenssituatie: om veiligheid, werk of een beter inkomen te vinden.
Maar soms was de toestroom zo massaal en waren de omstandigheden economisch zo slecht,
dat ook de nieuwelingen in bittere armoe terechtkwamen.
De nieuwe woonplaatsen wilden hiertegen maatregelen nemen; men verlangde voortaan
een garantie van de stad of kerkelijke gemeente van herkomst, dat de toeverhuisde personen
bij armoede niet ten laste van de nieuwe gemeente zouden komen, maar van de oude: een akte van indemniteit (= verklaring vooraf van bereidheid tot schadeloosstelling). Zie bijv. http://www.regionaalarchiefzutphen.nl/informatiebladen/52-indemniteit-akten-van . -
Ook als zo'n akte ontbrak was er een oplossing : de toegereisde burger/immigrant
kon dan simpelweg verklaren niet een beroep op de armenzorg te zullen doen ;
ook hiervan zijn vaak nog exemplaren in archieven aanwezig.
__________
Het is echt de moeite waard om deze attestaties, akten van indemniteit en verklaringen
bij uw onderzoek te betrekken, en er actief naar op zoek te gaan: zij geven veel waardevolle informatie,
en er zijn nog in heel veel regionale archieven exemplaren van bewaard gebleven!
Wilt u deze documenten snel op het spoor komen, zoekt u dan op websites van archiefinstellingen
(in archief-inventarissen) met die termen als trefwoord.
Zie bijvoorbeeld voor de archiefcollecties bij het Westfries Archief (de inventaris-links aanklikken!) :
- http://www.westfriesarchief.nl/zoeken?q=attestatie
(kijk uit naar formuleringen als "met attestatie ingeschreven"
of "met attestatie aangenomen lidmaten")
- http://www.westfriesarchief.nl/zoeken?q=Indemniteit
Veel succes met uw onderzoek,
met vriendelijke groet,
Dimitri Vlas