gevonden op
Kwartierstaat van Hidde Onsta. - Index of
VERHAAL BIJ Detmer Rengers van ten Post [5617]
DE BORG UNGERSUM
Wanneer in 1489 in de rechtstoel van Uithuizen en Uithuizermeeden een regeling wordt getroffen over de omgang van het redgerrecht is er sprake van Tyarckinga, Tyadingahuis of Ungersma. Het redgerrecht behoort dan aan Dutmer Rengers. Deze woont op het huis Ten Dijke.
Zijn kleindochter Anna Rengers, een dochter van Luirt Rengers ten Dijke, trouwt met Wolter Huinge, een stad-Groninger, die daardoor Tyadingahuis, zoals het dan genoemd wordt, verkrijgt. Bovendien erft hij in 1553 van zijn vader het huis de Wijert bij Helpman, waar hij en zijn vrouw gaan wonen. Tyadingahuis wordt verhuurd.
Niet alleen heeft Wolter Huinge de Wijert verbouwd, maar ook te Uithuizermeeden heeft hij 'gewaldich getymmert'. Bovendien heeft hij in de kerk aldaar een graftombe laten oprichten voor zijn in 1574 overleden zoon Rudolf. Deze tombe staat aanvankelijk midden op het koor, maar is in het midden van de vorige eeuw verplaatst naar de muur. Zijn bouwactiviteit kost Wolter meer geld dan hij zich kan veroorloven. Eerst worden zijn goederen met hypotheken bezwaard, daarna verkocht; de Wijert in 1575 en Ungersma, welke naam nu de gewone wordt, in 1576. Wolter zelf, die de Hervorming is toegedaan, moet in 1580 uitwijken naar Oost-Friesland. Hij sterft in 1587.
Bij verkoop in 1576 wordt Ungersma opgemeten, waarbij vermeld wordt, dat Wolter zelf de gebruiker is geweest.
De koopster is Anna Gijsens, weduwe van Johan Sickinghe op Warffumborg. Ungersma wordt dan omschreven als het 'principaele huys ende veer cameren omtrent dat huis staende' en onder andere bruggen, poorten, singels, vele rechten, graven en gestoelten in de kerk. Bij Ungersma horen ruim 75 grazen binnendijks en bijna 58 grazen buitendijks. Het buitendijks land is van Wiersmaheerd afgenomen en bij Ungersma gevoegd.
Hiermee is wel zo ongeveer een eind gekomen aan het bestaan van Ungersma als borg. Het is niet bekend, dat er leden van de familie Sickinghe hebben gewoond. Wel hebben ze de rechten uitgeoefend. Om de 20 jaar valt het redgerrecht op de heerd. In 1674 komt dit recht aan Menkema.
De heerd zelf komt na de dood van Anna Gijsens aan haar zoon Harmen Sickinghe. Omstreeks 1626 wonen er Enne Mellens en zijn vrouw Hillechien Aljes. Enne Mellens overlijdt er in dat jaar ten gevolge van een val.
Een gevelsteen in de boerderij die er thans staat draagt het opschrift 'Mello Ennens en Elisabet Luierts hebben dit huis geset anno 1664.' Daarbij staat een huismerk. De boerderij staat niet op de plek van het oude Ungersma, waarvan de sloping omstreeks die tijd zal hebben plaatsgevonden, maar waarschijnlijk op 'het grote hof', onder welke benaming Ungersma later voorkomt.
Het borgterrein met de oprijlaan en gracht is nog intact. De gracht is waarschijnlijk een buitengracht geweest. Op het zuidwestelijk gedeelte van het terrein tekent zich namelijk een singel af, terwijl men in 1892 bij graafwerk voor een nieuw voorgebouw stuit op een oude gracht, de binnengracht dus. (* Bron: De Omm. Borgen en Steenhuizen).