Ik mijn stamboom ben ik personen tegen gekomen die verbleven in stichting Veenhuizen.
Bijvoorbeeld:
Grietje Klasens Jongens - Zij is geboren op 12 juni 1785 in Jisp.
En stond te boek als kolonistenmoeder.
Zij heeft daar een kind gekregen genaamd Grietje Antonia Muijs - Zij is geboren op 17 april 1822 in stichting Frederiksoord.
Grietje Antonia is getrouwd met Gerhardus Reuzel - Hij is geboren op 31 oktober 1820 in IJsselmuiden en hun huwelijk vond plaats op 5 december 1847 te Krommenie.
Gerhardus stond te boek als kolonist.
Wat betekenen deze termen kolonistenmoeder en kolonist in de context van stichting Veenhuizen?
Wat een kolonist in het algemeen genomen betekend is mij uiteraard wel duidelijk maar gezien deze stichting zijn dubieuze kanten had wil ik meer achtergrond informatie weten.
Kan het bijvoorbeeld inhouden dat zij vrijwillig zijn heengegaan? Anderszijds heb ik ook gevonden dat Grietje Klasens op 21-02-1826 is "gedeserteerd" en op 23-02-1826 terug was.
Hopelijk weten iemand hier meer?
Je hebt het in eerste instantie over Frederiksoord. Dat was geen echt strafkamp. Ik raad je aan het boek de proefkolonie te lezen, want het leven aldaar was zeker niet gemakkelijk en je diende je aan allerlei regels te houden.
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/
Deze site, van de schrijver van de proefkolonie, geeft goed weer hoe het leven aldaar was.
- Grietje Klaas Jongens staat op de kolonie bekend als de weduwe Muis en komt 1820 uit Krommenie. Raakt in de problemen, zie bij hoeve nummer 12 van Wilhelminaoord.
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/indexlater.html
mvg-Ben
Mijn over-over-over-overgrootmoeder en haar kinderen verbleven lange tijd in de Ommerschans, de bedelaarskolonie in Ommen. Ze zaten eerst in het Provinciaal Werkhuis in Veere (Z), alwaar haar echtgenoot, mijn over-over-overgrootvader Joannes Baptiste de Vulder overleed. Ze zaten daar omdat ze zich aan landloperij en overlast schuldig hadden gemaakt in hun woonplaats Hoofdplaat.
Op basis van een expiriment werd zij met haar kinderen onvrijwillig naar de Ommerschans overgebracht.
Daar is ze ook overleden. Haar kinderen, toen nog klein, bleven achter en woonden tot hun meerderjarigheid in de Ommerschans. Een van hen is mijn over-over-overgrootvader Franciscus de Vulder.
Ik heb me grondig in hun levens daar verdiept. Er zijn uitgebreide registers met woongegeven, maar ook met straffen die met gulle hand werden uitgedeeld. Het leven was er geen pretje, maar toch wat beter dan in
de provinciale werkhuizen. Het was formeel geen gevangenis, maar ergens toch wel, want Franciscus wist
een week voor zijn formele ontslag uit de Ommerschans te ontsnappen en werd snel weer opgepakt en gestraft met eenzame opsluiting.
Er zijn meerdere boeken over de kolonie en er komt er nog een aan met een diepgaande studie over het leven in de diverse kolonies en tehuizen. Een zeer interessant onderwerp, waarmee een prachtig beeld over voorouders in die huizen kan worden verkregen.