Het is best mogelijk dat zij meertalig waren, zeker als er tussen landen werd gereisd. Reizigers waren een gesloten gemeenschap. Dat men daarbij terugvalt op familiebanden is niet verwonderlijk.
Ik heb ook voorouders die reiziger waren en zat met dezelfde vraag, hoe dan? Deze mensen waren niet arm vanuit de definitie die wij tegenwoordig hanteren. Er was sprake van voor ons ongekende diepe armoede die in de huidige tijd ons voorstellingsvermogen te boven gaat.
Het is heel goed mogelijk dat zij deels met schippers meereisden tegen wederdiensten en deels te voet reisden, waarbij zij onderweg meerdere plaatsen bezochten waar zij wat konden verdienen. Voor handelswaar werd vaak een handkar gebruikt. Later in de 19de eeuw werden er ook wel karren gebruikt die door honden werden voortgetrokken. Zo trokken zij van herberg naar logement. Tegen het einde van de 19de eeuw werd er steeds meer gereisd met paard en wagen en werd er vaak aan de kant van de weg overnacht.
In 1984 heeft Frederika Brummer, telg uit een reizigersgeslacht, een boek uitgebracht met de titel: Frederika, het Leven van een Woonwagengeneratie tussen 1900 en 1945. Het is geen literair hoogstandje, maar zeker de moeite waard om te lezen. Het geeft een goed beeld van binnenuit over de levensomstandigheden van reizigers en helpt ook de omstandigheden voor 1900 beter te kunnen plaatsen. Het boek is tweedehands te bestellen bij boekwinkeltjes.nl https://www.boekwinkeltjes.nl/index.php/s/?q=frederika+brummer&t=1&n=1&from=header
Googelen op woonwagenbewoners 19de eeuw geeft ook informatie.