Nu niet een vraag over waar iemand woonde, want dat is goed gedocumenteerd.
Ik kom nu op de vraag wat was de reden dat ze in een gesticht woonde, en wat voor gesticht dat was. Daarvoor mis ik kennis van de couleur locale.
Het gaat om een jonge vrouw uit 1883. Haar vader, fabrikant, sterft eind 1894, ze was toen 11 of 12. In 1895 woont ze van januari tot augustus in Voorschoten, daarna woont ze met haar moeder, broer en zus in de Leidse straat Hoogewoerd, op verschillende nummers. In 1905 verhuist ze als enige uit haar gezin naar de Rotterdamse Eendrachtstraat, en naast het adres vermeldt het bevolkingsregister boven de linker pagina "Gesticht behorende tot de R.C. Kapel", en boven de rechter pagina "Verpleegden".
- Wat was dit voor gesticht?
De vertrekdatum uit de Eendrachtstraat is niet ingevuld, maar in januari 1908 vinden we haar met moeder en zus in de Leidse Hoefstraat. In 1912 verkast ze voor een jaar naar Brussel, met beroep "verkoopster". Bij terugkomst en ook later is ze van beroep Huishoudster. We vinden haar nog in Dordrecht, Leidschendam, Den Haag en in Rotterdam. Daar verhuist ze op zeker moment naar de Van Lennepweg, en een dag daarna komt daar ook een weduwnaar wonen, uit de horlogebranche . Eind van dat jaar trouwen ze. Zijn vier kinderen wonen in Naaldwijk, Rotterdam, het Zwitserse Fribourg en Buones Aires. Na 8 jaar huwelijk sterft hij (1939).
Haar zus is -altijd met haar moeder- op diverse adressen ingeschreven geweest (Den Haag e.o.: Obrechtstraat, Molenstraat, Voorburg:St Antoniushove, Ohmstraat, Regentesselaan 226, Goudenregenstraat, R v Groenstraat, Hillegom: Huize St Joseph, De Riemerstr. en ten slotte Rotterdam . Moeder sterft in 1938 in Schiedam. Zus sterft in Berkel en Rodenrijs in 1945, en ook onze hoofdpersoon sterft daar, ongehuwd, in 1958. Ze laat mijn oom, pastoor in Arnhem, haar vermogen na, te besteden aan de studiekosten van een R.K. Priester. Mijn oom kwam uit de omgeving Groenlo, en studeerde in Tiel en Driebergen. Uit nagelaten brieven blijkt dat hij voortdurend geld tekort kwam. Zijn priesterloopbaan begon met 3 jaar in Ulft, van 1935 tot 1945 in Utrecht, dan ca 8 jaar Groningen en tenslotte vanaf ca 1953 Arnhem. Hij bracht het kapitaal onder in een stichting, die er na een poosje (o.a.?) een ruim huis in de binnenstad van Arnhem van kocht, waardoor er regelmatige inkomsten uit verhuur zijn. Mijn oom stierf in 1993, zijn stichting is nog steeds actief.
Broer (1888) is bij de militiekeuring in 1908 Seminarist in Voorhout. Priesterstudent dus. Op zeker moment vertrekt hij vanuit Warmond (Groot-seminarie) naar Amsterdam, Leiden, Heerlen , Zwolle, Dokkum en Antwerpen. Beroep: Kantoorbediende, Steenfabrikant (????) en daarna telkens Journalist. Zijn spoor loopt in Nederland dood, maar op Familysearch blijkt hij getrouwd, vader van enkele jonggestorven kinderen, en vanaf ca 1950 weduwnaar. Overleden in 1965. Adressen onbekend, ik denk Belgie.
Niemand uit mijn familie woonde tussen 1880 en 1965 in de zuidelijke Randstad. Vandaar mijn nieuwsgierige hoofdvraag:
- Hoe kende mevrouw mijn oom pastoor?
De enige denkbare connectie zou kunnen zijn via mijn andere oom, ook priester, die altijd in midden- en Zuid-limburg heeft gewerkt, o.a. Heerlen (maar zeker 30 jaar later dan onze gesjeesde seminarist).
Uit de woongeschiedenis van de familie trek ik de voorzichtige conclusie dat hij de studie niet afbrak wegens onbemiddeldheid, waar ik eerst van uitgegaan was. Om dat te beoordelen roep ik jullie hulp in:
- Is die conclusie plausibel?
Ik ben benieuwd of er kenners van het oude Rotterdam, Leiden en Den Haag op dit forum rondlopen :-)