Het WNT geeft de volgende beschrijving bij KOMMER;
*****1. Arrest, handlegging, met betrekking tot goederen (beslag) en personen (gijzeling wegens schuld). Sinds lang verouderd.
Kommer, Retensio: %26 Manus iniectio. vulgò arrestum, kil. [1599].
— Als dergene der zynen commer nyet gehalden en heeft ende daermet ewech gegangen si, weder in de stadt compt, soe sal der heere zyn handt aen hem slaen, Cost. v. Limb. 246 [1612].
Commer, Arrest, oft Besett Recht, wordt int gemein allein gebruickt … tegens Vrembde, die onder tselue Gericht niet en syn geseten, ende moegen hun daermede behelpen, soe wel Vrembde als Ingesetene des Landts, Landt- e. Stadtr. Ruremundt 285 (a°. 1619).
Alsoo … tot vervorderinge van de justitie, gebruykelyk is geweest, commer oft arrest te mogen slaan, soo op den persoon als goederen, Cost. v. Loon 2, 342.
By commer word geprocedeert om te hebben betalinge van schult, schade, tot leveringe van gegolden goed, en diergelyke, Ald.
ᴁ— In eenigszins andere toepassing: aanspraak, vordering.
Den verkooper en is niet gehouden waerborgh te stellen, ten zy … dat voor de volle betalinghe der koop-penninghen een derde hem vermeet recht ofte kommer op het verkochte, de groot, Inl. 3, 14, § 7 [1631].
*******2. Last, verplichting tot (geregelde) betaling van een zekere som, rustende op een zaak of op een persoon, servituut; ook in het algemeen: schuld. Oudtijds bepaaldelijk in Z.-Nederl. gebezigd maar ook in N.-Nederl. bekend, en nog door HOEUFFT, Bred. T. 319, vermeld.
96 mergen … lants, die wederomme belast zijn mit … losrenten, ende mit … lijfrenten, mit noch meer commers daerup gehaelt, Inform. a°. 1514, 360.
De stadt was nu in zwaren commere ende lasten ghestelt, v. vaernewijck, Ber. T. 2, 302 [1567].
Een landt daer kommer wt gaet. Terre chargee de quelque taille ou rente, plant. [1573].
Schulden van personnele commeren die een poortere ende inwonende … den sterfhuuse heescht, Cost. v. Gent 1, 114 [1563].
De apparente hoyrs, huerlieden deelboucken … overziende, indien zy bevinden meer commers dan bate …, vermoghen enz., Cost. v. Gent 1, 124 [1563].
Naer t overlyden van man ofte wyf deelt de lancst levende van hemlieden de rechte helft van de achterghelaten goedinghen, commeren ende lasten, Cost. v. Brugge 1, 28 [1619].
Des moesten zy (de Groningers) allen kommer afdoen van de goedren der Ommelanderen, hooft, N.H. 611 [1642].
De renten en kommeren op de zelve goedren, hooft, N.H. 662 [1642].
(Onder de schulden) zijn … te begrypen de Croyserende Obligatien, …, ende dierghelijcke Kommeren, daer-mede de Goederen ofte Persoonen zijn belast, Vl. Settinghb. 16.
ᴁ— Kommer maken op goederen, ze bezwaren, belasten.
Gheens mans wijf en mach maken commer op have no op erve, sonder haren wettigen man, Cost. v. Ukkel 10. Soo wie van den Borgeren van Utrecht lyfrenten op de voorsz Stad heeft, en mach de selve lyfrenten niemant overgeven, noch kommer daer op maken, Utr. Placaatb. 3, 356 a [1600].
— Ook voor de verplichting tot betaling van rente eener schuld, b.v. in de verbinding geld op kommer nemen, geld leenen (opnemen) tegen rente (KIL.).
*******3. Ter aanduiding van iets dat in materieel of psychisch opzicht bezwaart, hindert of kwelt.
---a. Lichamelijk ongemak, lichamelijke ellende, moeite, inspanning. In dezen zin geheel of nagenoeg geheel verouderd.
L. Och lieve Meester ick macht niet langer herden … M. Hout v vromelick want ick … een goet confortatijff heb om v commer te stelpen, Mr. Kackadoris 12. Hoewel 't met de lyftoght wat ruimer omquam, het volk was afgement, de kommer en koude ondraaghlyk, hooft, N.H. 400 [1642].
De Kooningschen, hebbende, met kommer, … zes groove stukken geplant, 1171.
Een Zee-varend man …, wanneer hy na veel kommers en gevaer het lieve Vaderland begint te genaecken, sprankhuisen 8, 34 b [1648].
Gants geen toesigt … off eenige behoorlycke assistentie …, waer door de voorsz. siecke … persoonen veeltyts in de alder uytterste elendicheyt van honger, commer, stanck ende vuylicheyt leggen vergaen, N.-I. Plakaatb. 1, 446 [1640].
Sonder … om eenich verlies van haer eygen Goet ofte Kleederen, om eenich geleden kommer ofte ongemack, eenich berch-loon ofte andere recompense te pretenderen, Gr. Placaetb. 1, 641 [1647].
---b. Gebrek, tekort, aan een bepaalde zaak. In dezen zin sedert lang verouderd.
Soo de wijn koever en overvloedigh was, elck te geven soo veel hy eyschte: maer sooder kommer was, dat hy elck soude geven sijn juyst even mate, visscher, Sinnep. 63 a [c. 1600].
Ons Vader-landt, ondervinden wy tot ons leetweesen, dat daar van (t.w. van geschiedschrijving), by na, kommer ende oock groot gebrek … lijde, de bert, Trag. Hist. 1, 4.
---c. Armoede, gebrek aan al datgene wat men voor zijn bestaan behoeft.
Vp dat jc mach mynen commer stelpen Weist myns ghehuldich, everaert 249 [1530].
Alle katiuigheidt, hongher, kommer, bedroeffenisse ende kranckheidt, ende wat het leuen verderuen ende te niet maken mach, gnapheus, Tob. 71 [1557].
Van kommer krimpt uw ziel Midlerwyl uw beurzen zwellen, poot 1, 344 [c. 1715].
Dit was hun armoed; … De kommer lag er t'huis en was hun trouwste maat, bild. 4, 281 [1805].
Geen rijkdom die zijn werklust verslappe, geen kommer die zijn geest inkrimpe, geel 151 [1838].
Jaren onder verdrukking en in kommer … doorgebracht, J. V. LENNEP, Lev. v. C. v. L. 295. Dezen leven ruim en volop, de overigen zwoegen en sterven in kommer, ziekte en verdriet, quack, Soc. 1, 238.
ᴁ— Vaak verbonden met gebrek, oudtijds ook met honger.
Kommer ende ghe-breck. Egestas, penuria, inedia, kil. [1599].
— Mijn kinders … Die van honger en commer benaest verwoen, Trou m. bl. 238. In grooten noodt van honger ende commer, principalijck van dorste, DE ZARATE, Hist. v. Peru 28 a. W. Wat draecht ghy voor een pack? L. Hongher en kommer, en ick sterf van onghemack, coster 194 [1615].
De … gesalveerde persoonen (werden) seer armelijck getracteert, sulcx dat van honger en commer schier mosten vergaen, Daghreg. Bat. 5, 126 [1642].
Honger en kommer hebben meermaal dieven en roovers gemaakt, wolff en deken, Blank. 2, 127 [1787].
Er wordt harder gewerkt dan noodig is om allen in overvloed te doen leven en toch leven de meesten … in kommer en gebrek, v. eeden, Stud. 3, 208 [1897].
ᴁ— Klaas Kommer, Jonker Kommer, en derg., personificaties van de armoede.
In Claes kommers Herberghe, byden viere Daer bleefden buydel met al zijn geldt, Veelderh. Gen. Dicht. 112. Sy dansten dat men saghen, Jonck-heer Kommer was de speel-man, Speelden t'dansten (l.: dansken?) van droevige daghen, Bloem-Hof d. Ned. Ieught (ed. 1610) 28 a (Op de bruiloft van Vrou Lors en Mijn Heer van Calis). Wel is 't waer … dat ick hier bevrijt sit van … Eylacy, de dochter van Commertje, maer evenwel is 't geen volmaeckte vreugt: want het eeten is hier nergens na so goet als in Hollandt, V. OVERBEKE, Reys-beschryvingh 292.
— Zegsw. Gereed geld lijdt geen kommer, wie geld heeft, lijdt geen gebrek (TUINMAN 1, 165 [1726]).
---d. Psychisch leed, verdriet, kwelling; voorheen ook in toepassing op de bejegening welke men ondervindt of de omstandigheden waarin men verkeert: tegenspoed, overlast, hinder, moeilijkheid, benarde positie.
H. Ick weet u goeijen raet, Dat ghij u moeijer wel sult verschalcken. L. Ick spronge van blijsscap tot aen de balcken, Cost ghij … mijnen commer stelpen, Trou m. bl. 68. Die nieuwe religie …; waer duere zij in grooten commer ende verdriet ghecommen zijn, v. vaernewijck, Ber. T. 2, 96 [1567].
Menschen, daervan in tyden en wylen gheen dienst, nut noch profijt en staet te verwachten, mer groote commer, benautheyt ende bezwaernisse, V. HOUT, in Bijdr. Hist. Gen. 26, 134 (a°. 1577).
Eer men zich des hoedde, (werden) de Noorthollanders van 't ys beklemt … In dus een' kommer, ontbood men de Waaterlandsche dorpen op, om een' vaart … te byten, hooft, N.H. 291 [1642].
Hoe dat hert … sijn' kommeren veeltijds niet weet waer langhs te loosen, huygens 1, 374 [1651].
'k Ben van wegen al mijn zonden, Die mij wonden, Vol van kommer en verdriet Psalmber. 38, 18.
Wy die leed en kommer droegen En van God niet anders vroegen Dan te lijden met elkaâr, bild. 11, 100 [1810].
Als wij den kommer des levens, de zorgen der wereld vergaten, spandaw 2, 52 [1837].
Zuchtend en met loôme schreên, Komt zij … Kommer is in 't oog te lezen, v. lennep, Poët. 12, 25 [1842].
---e. Zorg, bezorgdheid, bekommering, ongerustheid.
Kommer … sollicitudo, kil. [1588].
— Een paer volcx sonder gelt, dan weer sonder kommer, coster 507 [1613].
De beleegherden, hoewel zy reeds … 't paardevleesch moesten aanspreeken, toonden geen' kommer, hooft, N.H. 830 [1642].
Hebt geen kommer: zo lang die Pedagoog by ons woont, Zal 'er geen gebrek zijn, v. halmael 1¹, 13.
O Gij! die onzen kommer ziet, Gebied de wolken, dat zij niet Des landmans hoop verwoesten, Evang. Gez. 173, 1 [1806].
Over het gelaat des Stedevoogds (was) eene uitdrukking van kommer verspreid, en hy schudde nadenkend het hoofd, consc. 1, 274 a [ed. 1867].
S. sloeg haar … met angst en kommer gade. Dit voorspelde niets goeds, en C. zag zoo rood! loveling, Sophie 22 [1885].
Al zijn zorg en zijn kommer ging naar haar genezing, timmermans, Anna-Marie 182.
ᴁ— Soms: datgene waaraan men zijn ernstige aandacht schenkt, zorg; en vandaar ook: zorgvuldigheid, toewijding. Zie ook voorbb. van deze bet. in verbinding met slommer Dl. XIV, 1868.
Ghy koyluy dit moet zijn u eerst, en meeste kommer, Dat tamme eentjens vry gaen weyden inde lommer, RIJCKELSMA, Wilde Eendenj. 13. Hoe weinigen kommer men, oudtyds, in het plaatsen der zinsneden hadt, Bijv. op wagen. 12, 81.
Met liefderijken kommer reinigde zij zijn hoofd van het … bloed, consc. 1, 159 b [ed. 1867].