Berent Rikkerink is waarschijnlijk een zoon van het volgende echtpaar:
JAN RICKERINK, jm van de Es, overl. voor 21.7.1754
tr. Delden 15.12.1737 (94-12)
BERENDINA SMEEKS, jd in Delden
tr. Delden 6.5.1759 (94-63)
EVERT BELDERINK, wednr. van Janna Graas (tr. 6.5.1754 (94-50)), ged. 8.5.1718 (86-92), zv Hendrik Belderink en Aaltje Morsman
Uit het eerste huwelijk NG ged. te Delden:
1. HERMANNUS, ged. 31.8.1738 (87-5/87-45)
2. JAN HENDRIK, ged. 30.[..].1741 (87-6); hij tr. 10.3.1784 (95-32) Jenneken Huuskes, dv Hendrik Huuskes uit Deventer
3. HELMIG, vm 1748; hij tr. 6.8.1783 (95-30) Fenne ter Meulen
4. JOHANNA, ged. 2.2.1744 (87-8)
5. BERENT, ged. 7.8.1748 (87-11)
6. MARIJE, ged. 13.6.1751 (87-12)
7. JAN, ged. 21.7.1754 (87-14)
Bij de boedelscheiding op 6.4.1759 verklaarde de wed. van Jan Rikkert, dat zij haar kinderen Jan Hendrik, Helmig, Berent en Maria niets kon nalaten uit haar huwelijk met hun overleden vader, aangezien de nalatenschap bestond uit een “desolate” boedel. (HCO, RA Stadgericht Delden, inv.nr. 7, fol. 56)
De zoon Berent is kennelijk met zijn gezin in 1781 verhuisd van de Deldener Es naar de stad Delden: op 5.12.1781 verklaarde hij immers te hebben gekocht van Sander Vos een huis en erf te Delden voor fl. 250,- (HCO RA Stadgericht Delden, inv.nr 37 (50e penning), blz. 19); het betreffende pand lag kennelijk aan de stadsgracht (HCO, idem, blz. 92), in het zgn. Torenvierdel van Delden (d.i. het stadsdeel ten N van de Langestraat en ten W van de Marktstraat aldaar) Vlgs. de VT 1795 woonde Berend Rikkert aldaar, als hoofd van een huishouding van 3 personen; in 1811 en 1819 had dat huis het nr. 163. Vermoedelijk betreft dit het latere kadastrale perceel nr. 728 of 737, welke in 1832 ten name stonden van resp. J. Rikkert en H. Rikkert. Jan Rikkert, woonde in 1811-1819 in huis nr. 157, Piepenbroek (een van de aangevers van de geboorte van Berendina (1818)), was diens buurman en woonde in huis nr. 158. N.B.: Lammert overl. 1819 in huis nr. 159.
Aangezien Delden toen (en ook nu) geen weeshuis kende, is het minderjarige kind van Lammert wellicht opgevoed door diens broers Jan of Harmannus.