Luitenant in dienst van de Nationale zeemacht, werd algemeen aangeduid als "Adelborst" en
was in de regelmaat in opleiding voor officier, om uiteindelijk het commando van het schip
(een oorlogsbodem) te bemachtigen.
Meestal waren luitenanten in s'lands krijgdienst ter zee, van betere komaf en hadden
net de volwassen leeftijd.
De bemanning die het schip moest varen (ook een stuurman) enerzijds,
en de militairen ter zee anderzijds,
stonden in detachementen (er konden zich meerdere luitenants op een schip bevinden)
onder leiding/bevel van een luitenant, die samen onder bevel stonden van een majoor,
of colonel luitenant, meestal de (kapitein (lees verandwoordelijke leidinggevende) van het schip.
Dat een schip, of het nu een oorlogsbodem was of koopvaarder, wel moest worden bevaren,
en dat houd niet in; slechts aanwezig zijn op een varend (zeil) schip, zal voor ieder duidelijk zijn.
Bevaren dat hield in;.de tuigage, de zeilen, navigeren, eten en drinken, schoonhouden, repareren,
mediceren, etc.
Dat werd toen niet zoals nu gedaan door militairen, maar door matrozen (meest ervaren zeelieden)
in dienst van de Nationale Zeemacht.
De eenigste taak waar de matrozen een militair karakter hadden, was bij het bedienen van
de stukken.
Dat was zwaar sjouwwerk, omdat er (1800) nog geen achterladen bestond.
Om een stuk telkens weer te laden, moest het rolpaard naar achter worden gereden, de loop
gekrabt (binnenzijde reinigen) en opnieuw worden geladen en terug in stelling worden gereden.
Doe dat maar eens op volle zee, als er dan ook nog eens 20 stukken aan weerszijden aanwezig zijn !
Nu was het wel vereist dat officieren ter zee, volledige kennis van navigeren (varen en plaatsbepalen)
hadden.
Naast die bemanning, was er ook een detachement, (op een fort zou men spreken over
garnizoen) soldaten aanwezig, vol bewapend en bepakt.
Dat was de gang van zaken in theorie.
Maar mijn gevoel geeft in, dat soldaten en zeelieden elkaar gewoon bij stonden waar het hun
kundigheid toeliet.
Dit heeft gaande weg geleid naar de marinier zoals we die heden kennen;
Gedisiplineerd zeekundig soldaat.
Onderbouwende taken (de marine) zou men kunnen bestempelen als 'militaire zeelieden'.
Dat er aan boord van een schip, en zeker een oorlogbodem, strenge orde behoorde te heersen
behoeft weinig twijfel.
Men zat allemaal in "het zelfde schuitje" en ongehoorzaamheid bracht bovendien een missie
in gevaar, maar betekend aan boord van een schip op zee in alle gevallen kwetsbaarheid.
Was uw voorvader goed gesteld ?