tentrice of centrice of is het misschien contrice…
Tontrice zou dan ook nog kunnen, maar bezwaar lijkt mij o.a. dat de -o- in deze hand niet doorverbonden wordt. Een tontrix is een kapster, en een zelfstandig naamwoord contor/contrix bestaat niet, voor zover ik het overzie. (Een centrix is een prostituée, overigens...) Blijft over tentor/tentrix.
Zoals Chris al opmerkte, kan tentor/tentrix zijn afgeleid van het werkwoord tendĕre, (aan)reiken, aangeven, of tenēre, (vast)houden. Een tentor/tentrix is dan iemand die iets/iemand aangeeft of iets/iemand vasthoudt. Voor tentor in de laatste betekenis zie: https://www.perseus.tufts.edu/hopper/text?doc=tentor&fromdoc=Perseus%3Atext%3A1999.04.0059.
Voor beide mogelijkheden valt iets te zeggen; voor het werkwoord tendĕre vind ik wel bewijsplaatsen, maar niet in de context van een doop, voor het werkwoord tenēre ligt dat anders. Bij de doop van 12 oktober staat bijvoorbeeld 'tenente [natam] Jacobia Goethals obstetrice', 'terwijl vroedvrouw Jacobia Goethals (het kind) vasthield'. Ik vind voor dit gebruik veel citaten on line, bijvoorbeeld infantem tenuit, puerum tenuit, prolem tenuit etc.
Voor latrix geeft het Mittellateinisches Glossar van Habel en Gröbel de betekenis 'Überbringerin' (bij lator staat: 'Träger, Überbringer, Zeuge'); het woordenboek van Pinkster noteert s.v. lator: '(over)brenger', met als toevoeging (Laatl.). Betekent dat in onze tekst dat vroedvrouw Maria Straseele het kind (op de arm) naar de kerk gebracht heeft (en tijdens de doop vastgehouden heeft)? Helemaal onlogisch klinkt dit niet.