STAATSBLAD
VAN HET
KONINKRIJK DER NEDERLANDEN.
(N°. 151.) BESLUIT van den 2den November 1883,
houdende vaststelling van nieuwe reglementen op
het geneeskundig onderzoek omtrent de geschikt-
heid voor den dienst bij de Zee- en Landmacht.
Wij Willem III, bij de gratie Gods, Koning der Neder-
landen, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg,
enz., enz., enz.
Op de gemeenschappelijke voordracht van Onze Ministers van Oorlog,
van Marine en van Binnenlandsche Zaken, van 5 September 1883;
Gezien ons besluit van 3 Maart 1871 (Staatsblad n°. 9), houdende
vaststelling van een nieuw reglement op het geneeskundig onderzoek
omtrent de geschiktheid voor den dienst bij de Zee- en Landmacht;
Gezien mede Onze besluiten van 10 Maart 1878 (Staatsblad n°. 16)
en van 7 April 1881 (Staatsblad n°. 47), tot wijziging van gemeld
reglement;
Overwegende, dat het noodzakelijk is, nieuwe regelen te stellen
voor het geneeskundig onderzoek, boven bedoeld;
Den Raad van State gehoord (advies van 16 October 1883, n°. 18);
Gelet op het nader gemeenschappelijk rapport van Onze Ministers
voornoemd, van 20 October 1883, Kabinet, litt. B 53, 23 October
1883, litt. B, n°. 1, en 30 October 1883, n°. 1385, afdeeling Militie
en Schutterijen;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1°. met intrekking van voorschreven gewijzigd reglement, ten
opzichte van het geneeskundig onderzoek omtrent de geschiktheid
voor den dienst bij de Zee- en Landmacht vast te stellen de drie bij
Ons tegenwoordig besluit gevoegde reglementen, als:
A. het reglement op het geneeskundig onderzoek omtrent de ge-
schiktheid voor den krijgsdienst van hen, die tot vrijwilligen dienst
bij Zee- of Landmacht wenschen te worden toegelaten, en van hen
die daarbij vrijwillig dienen;
B. het reglement op het geneeskundig onderzoek omtrent de ge-
schiktheid voor den krijgsdienst van militieplichtigen en van hen die
als vrijwilliger, plaatsvervanger of nummerverwisselaar bij de militie
wenschen te worden toegelaten of als zoodanig zijn ingelijfd;
C. het reglement op het geneeskundig onderzoek omtrent de ge-
schiktheid voor den dienst der Schutterijen;
2°. te bepalen:
Artikel 1.
Voorschreven sub 1°. bedoelde reglementen zullen, ten aanzien van
het geneeskundig onderzoek van militaire geëmployeerden en ten op-
zichte van dat van vrijwilligers voor den kolonialen militairen dienst,
alleen in zooverre toepasselijk zijn, als dit door Ons bij besluit nader
zal worden bepaald.
Wij behouden Ons voor omtrent dat onderzoek zoodanige andere
voorschriften te geven, als Wij zullen noodig oordeelen.
Artikel 2.
Omtrent het middel tot opheffing van bet accomodatievermogen,
omtrent de letters en figuren, bij het onderzoek van de gezichts-
scherpte te bezigen, alsmede omtrent de proeven voor het bepalen
van den kleurenzin, worden door Ons voorschriften gegeven.
Onze Ministers van Oorlog, van Marine en van Binnenlandsche
Zaken zijn, ieder voor zooveel hem betreft, belast met de uitvoering
van dit besluit, dat, met de daarbij behoorende reglementen, in het
Staatsblad zal worden geplaatst, en waarvan afschrift zal worden ge-
zonden aan Onzen Minister van Koloniën en aan den Raad van State.
Het Loo, den 2den November 1883.
WILLEM.
De Minister van Oorlog,
Weitzel.
De Minister van Marine,
F.L. Geerling.
De Minister van Binnenlandsche Zaken,
Heemskerk.
Uitgegeven den dertienden December 1883.
De Minister van Justitie,
Du Tour van Bellinchave.
Gera,
Ik ga er vanuit dat voor jouw document reglement B van toepassing is:
» B. het reglement op het geneeskundig onderzoek omtrent de ge-
schiktheid voor den krijgsdienst van militieplichtigen en van hen die
als vrijwilliger, plaatsvervanger of nummerverwisselaar bij de militie
wenschen te worden toegelaten of als zoodanig zijn ingelijfd; «
Artikel 1. van dit reglement luidt:
» De geschiktheid voor den krijgsdienst van militieplichtigen en van hen die als vrijwilliger, plaatsvervanger of nummerverwisselaar bij de militie wenschen te worden toegelaten of als zoodanig zijn ingelijfd, wordt onderzocht en beoordeeld overeenkomstig dit reglement. «
Artikel 2. van dit reglement luidt:
» Voor den krijgsdienst zijn ongeschikt de in het voorafgaande artikel bedoelde personen, die ziekten of gebreken hebben, in art. 7 vermeld. «
In Artikel 7. volgt dan een uitgebreide opsomming van ziekten en gebreken.
Bij nummer 186. staat te lezen:
» Gezichtszwakte (amblyopia), wanneer de gezichtsscherpte is gedaald, zooals in n°. 156 is omschreven. «
En bij nummer 191. staat:
» Oververziendheid (hypermetropia totalis), te bepalen zooals bij n°. 190 is aangegeven:
a. van 6 of meer Dioptrieën van het rechteroog, ook wanneer het linkeroog normaal is;
b. van 9 of meer Dioptrieën van het linkeroog, ook wanneer het rechteroog normaal is. «
Groet, Pauwel