Met "Armen" wordt in dit geval inderdaad bedoeld het college dat verantwoordelijk is voor de armenzorg. In het Zeeuwse is het verschil meestal tussen de Kerkenarmen (dus het Gereformeerde armbestuur, ofwel de diaconie), of de Plaatsenarmen, dus de algemene armenzorg van het dorp. De "Armen" hadden bezittingen, meestal door goedwillende dorpsgenoten gelegateerd om behoeftigen te ondersteunen. Bij de Plaatsenarmen is dat vaak bezit dat ooit van de R.K. kerk / pastoor / kloosters is geweest, en dat na de Reformatie voor dit doel werd aangewend. Die bezittingen werden verpacht, en de pacht werd dan gebruikt voor de uitkeringen aan behoeftigen. Het "pachtboek armen" is daar de registratie van.
Polders in Zeeland werden verdeeld in onderdelen die gebruikt werden in de polderadministratie. Die polderregistratie werd vastgelegd in de zogenaamde veldboeken of overlopers (de verschillende eilanden in Zeeland kennen verschillende termen). In de veldboeken of overlopers werden de belastingplichtigen genoteerd. Dat konden de eigenaren zijn, maar ook de pachters, die ook werden aangeduid met het woord "baander". Formeel is banen inderdaad effenen of egaliseren van grond, maar in Zeeland wordt het woord gebruikt in de zin van "bewerken", dus ploegen, zaaien, oogsten. Om aan te geven in welk gedeelte van de polder men grond in eigendom of pacht had werd elke polder weer verdeeld in kleinere onderdelen. Ook die kunnen per Zeeuws eiland met verschillende termen worden aangeduid. Soms werden ze aangeduid met het woord "hoek" (of "hoec"), soms met het woord "bevang". Die hoeken of bevangen konden worden aangeduid met nummers (in de ZusEnZopolder, het 12e bevang), of met namen. Soms werd een oude of nog steeds levende eigenaar gebruikt (in het bevang daar Crijn Oolese in woont), of met een andere aanduiding (het Kerckebevang, het Molenbevang).
"Oostkerckehoeck" en "Suijdtambt van Kloetinge in de hoec voor de opperel" zijn dus plaatselijke nadere aanduidingen, die in de zeventiende eeuw voor alle inwoners van 's-Gravenpolder en Kloetinge duidelijk aangaven waar Lucas zijn grond pachtte. Vergelijkbaar met het antwoord op de vraag: "Waar is hier de HEMA?", "Deze straat rechtuit, bij het eerste verkeerslicht rechtsaf, tweede straat links." Wil iemand weten waar in de polder de grond precies lag, dan is specifieke historisch / topografische kennis nodig. Voor het dorp Renesse kan ik dat wel aangeven, maar in Zuid-Beveland helaas niet...