Ik weet niet meer wie mij destijds geholpen heeft om die pagina in het Nationaal Archief te vinden, maar in ieder geval reuze bedankt. De pagina heeft een schat aan gegevens. Er staat echter iets op het blad wat ik niet helemaal begrijp:
Op 12 juli 1860 werd Gerardus ingedeeld bij het 6e Regiment Infanterie als “achtergebleven loteling van de loting van 1859 uit de Provincie Noord Holland, Gemeente Amsterdam onder N° 3710 (4e Klasse) voor den tijd van 5 jaren te rekenen van het jaar zijner indienststelling, tot aanzuivering van de ligting van 1859”. “De redenen van achterblijven zijn door Heeren Gedeputeerde Staten bij het ingevolge art. 167 der wet van 3 januari 1817 ingesteld onderzoek als geldig aangenomen”.
Vervolgens vermeld zijn stamboekpagina dat hij op 12 december 1860 met groot verlof ging.
Volgens het militieregister was zijn broer namens hem opgetreden (hij was toen op zee), tevens was er een missive van de Commissaris der Koning. Vijf jaar bij de National Militie, dat is nogal wat! Of was dat toen normaal. En de opmerking vanaf het jaar zijner indienststelling, moet ik dat rekenen vanaf 12 juli 1860 of vanaf het moment dat Gerardus bij de Marine ging varen (1854). Ik kan anders het groot verlof op 12 december 1860 niet goed verklaren. Overigens trad hij op 27 december 1860 in het huwelijk, misschien was dat de reden voor groot verlof? Vervolgens meldt zijn pagina dat hij op 16 september 1862 inscheepte op MS Wilhelmina. Heeft hij dan die twee jaar bij de infanterie gezeten of is hij gewoon burger geweest.
Bij voorbaat dank voor all hulp.
Thomas