Richard gaf op 13 april artikel 11 v/d Ordinnatie van het middel van trouwen en begraven (26.10.1695) weer.
Daarnaast was er ook artikel 21 die aangaf hoe het register bijgehouden moest worden. Het gevraagde detail (welke datum te noteren) staat er echter niet in opgenomen. Voor de compleetheid hierbij de volledige tekst:
-----------------------------------------------------
Ordonnatie van het middel op het trouwen en begraven.
Gearresteerd den 26 October, 1695.
In 's Gravenhage; bij Jacobus ende Paulus Scheltus, ordinaris.
Druckers van de Edele Groot Mog. Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslant.
Anno 1695 met Privilegie.
PUBLICATIE
De Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt: willen de geenen die desen sullen sien ofte hooren lesen,
SALUT: doen te weten, dat we tot verval van de lasten van den
jegenwoordigen oorlogh genecessiteert zijnde geweest, de comptoiren van het
Gemeene landt te bezwaren met importante capitalen op lijf-renten ende interessen,
genegotieert tot een fonds, omme daer upt te vinden de voorschreve jaerlijcksche renten
ende interessen, midtsgaders aflossingen van de gemelte capitalen, goet gevonden
hebben vast te stellen ende te arresteren, soo als we doen op desen.
De belastingh op die geene die binnen de lande van Hollandt ende West-Vrieslandt
sullen komen te trouwen, begraven ofte vervoert te werden, soo ende in voegen als de
Ordonnatie dien aengaende geformeert, hier naer staet geinsereert.
ORDONNATIE
Van het middel van trouwen en begraven.
I. Alle bailliuwen / schouten / burgemeesteren / schepenen / raden / thesauriers / pensionarissen
en secretarissen van de respective steden in Hollandt en West-Vrieslandt mitsgaders alle bailliuwen,
drosten ofte dijckgraven van eenige heemraedschappen ofte districten verschende dorpen ende
plaetsen behelsende alsmede heemraden van de hooge heemraetschappen ende alle andere die
eenige ampten, Officien ofte bedieningen in Hollandt ende West-Vrieslandt bekleeden, sonder onderscheijdt
daer wie de vergevinge soude mogen werden gedaen, waer van jaerlijcks het gesamentlijck
genoten werdt achthondert guldens en daer boven, mitsgaders alle Advocaten ende Medicine Doctores,
haer willende ende begevende in den Huwelijcken Staet, of een van hare kinderen komende te trouwen,
sal alvoorens daer toe werden geadmitteert op ofte wegens den bruijdegom ende bruijt ijeder wegens 't
voorsz recht moeten werden betaeldt een somme van ---- 30 guldens.
II. Dat gelijck recht van dertigh guldens ijder mede sal werden betaeldt in gevalle den bruijdegom
ofte bruijdt ofte wel de ouders van een van beijden schoon soodanigh Ampt, Officie ofte bedieninge
alsvooren niet mochten bekleeden, echter tot twaalf duijsent guldens en daer boven mochten wesen
gegoedt.
III. Alle notarissen, procureurs, solliciteurs, mitsgaders alle schouten ende secretarissen ten platte lande,
alsmede die eenige ampten ofte officien bedienen die jaerlijcks aen tractementen, dagh-gelden ofte
emolumenten renderen vierhondert guldens, ende daerboven tot achthondert guldens als vooren toe,
ofte hare kinderen, die haer ten Huwelijcken Staet begeven, sullen, soo bruijdegom als bruijdt alsvooren,
ijder voor 't recht betalen --------- 15 guldens.
IV. Ten ware deselve, ofte een van beijden, ofte hare ouders, mochten wesen gegoedt tot twaalfduijsent
gulden en daeren boven, als wanneer mede onder de classe van dertig guldens sullen begrepen zijn.
V. Die geene die ses duijsent guldens ende daerboven tot twaalfduijsent guldens toe besitten,
't sij bruijdegom ifte bruijdt, ofte hare ouders respectivelijk, schoon geen soodanige Ampten
ofte Officien als vooren bekleeden sullen betalen ijeder mede ------ 15 guldens.
VI. Alle die geene die eenige beneficien besitten ofte bedieningen creeeren, opbrengende als vooren
jaerlijcks tweehondert guldens tot vierhondert guldens als vooren, ofte gegoedt zijn tot tweeduijsent
guldens ende daeren boven tot ses duijsent guldens toe als vooren, sullen voor 't voorsz recht betalen
ijder -------- 6 guldens.
VII. Ende die eenige beneficien genieten, ofte winsten trecken beneden de voorsz tweehondert guldens,
ofte beneden de tweeduijsent guldens gegoed zijn, ende sulcks onder de voorgaende classe niet begrepen
zijn, sonder distinctie hoedanige persoonen die selve mogen zijn, ten ware de selve 't eenemael van
onvermogende waren, sullen voor het voorschreve recht betalen ijeder ------ 3 guldens.
VIII. Den bruijdegom ende bruijdt in verscheijden Steden ofte Plaetsen woonende, sal 't recht van ijeder
van de selve betaelt werden daer op of bij woonachtigh is.
IX. Die geene die buijten de woonplaets van den bruijdegom ofte bruijdt haer sullen willen laten trouwen,
sullen boven het recht, ter plaetse daer hare gobden zijn aangetekent betaeldt, noch eens het
selve recht moeten betalen daer sij komen te trouwen.
X. Het voorsz recht van dertigh guldens, vijftien guldens, ses guldens ende drie guldens eens sal oock
moeten betaeldt werden wegens alle diegeene, die eenige Ampten, Officien ofte beneficien als vooren
besitten ende genieten ofte in voegen als vooren gegoedt zijn ofte oock wel derselver kinderen,
die binnen den voorschreven lande van Hollandt ende West-Vrieslandt sullen komen te sterven ofte
begraven werden.
XI. Die geene die noijt getrouwt geweest zijnde, komen te sterven ende welckers goederen het recht
van de collaterale successie subject mochten zijn, sullen betalen dubbelt recht van de
respective classen hiervooren gemelt.
XII. Ingevalle ijemandt sich sal willen begeven ten Huwelijken State sal deselve gehouden wesen
sich te addresseren aen den Secretaris van de Stadt ofte Plaetse daer de geboden sullen werden
aengeteeckent, ende aen den selven opgeven in wat classe hetzij ten reguarde van de voorsz Ampten,
Officien ende bedieningen, ofte wegens de gestaltheijdt van de goederen den bruijdegom en bruijdt
behooren ende dien conform het recht betalen ende daervan lichten behoorlijcke acte.
XIII. De magistraten, gerechten, commissarissen, predikanten ende daertoe gequalificeert, sullen niet
vermogen de voorschreve gebode aan te tekenen noch oock eenige personen te trouwen, tenzij dat
haer zij gebleken, dat het voorsz recht sal wesen voldaen.
XIV. Ijemandt komende te sterven ofte begraven te werden, sullen de erfgenamen ofte die het bewindt
van het sterfhuijs is aenbevoolen, gelijke aangevinge moeten doen aen de kosters ofte doodtgravers,
die gewoon zijn het recht ofte onkosten van het begraven van de doodedn te ontfangen ende aen deselve
het voorsz recht betalen, ende sullen deselve niet toestaen ofte permitteren dat de voorsz dooden
begraven ofte uijtgevoerd werden, tenzij het voorsz recht sal wesen betaelt.
XV. Die geene, die de dooden sullen willen vervoeren om buijten de plaetse haerder residentie begraven
te werden, sullen het voorsz recht tweemael betalen, eens daer gestoven zijn, ende eens daer begraven werden.
XVI. De secretarissen in de Steden ende Dorpen sullen gehouden zijn aan die geene die het voorsz
recht betalen daervan te geven een behoorlijcke acte ofte quitantie hebbende opgedrukt
het kleijn zegen van den lande, namentlijck ten regerde:
- van het recht van dertigh guldens een zegel van vierentwintigh stuijvers,
- van het recht van vijfthien guldens, een zegel van twaelf stuijvers,
- ende van het recht van ses guldens, een zegel van ses stuijvers,
- ende van het recht van drie guldens, een zegel van drie stuijvers,
ende sullen aen de kosters ofte dootgravers die den ontfangh van het recht van den dooden sullen hebben,
ertraderen een goedt getal van soodanige gezegelde actens om bij haer gequiteert ende aan de betaelders
overgelevert te werden, des dat sij deselve actens weder aen de voorsz secretarissen sullen moeten verantwoorden,
ende aen deselve het ontfangen recht voldoen die dan weder het een en het ander sullen moeten
brengen in hare maendt-staten, ende aen den lande verantwoorden.
XVII. Alle onvermogende, de welcke in geen van de voorsz classe begrepen zijn, ende het voorsz recht
niet sullen kunnen betalen, sal werden gegeven een acte ofte verklaringe sonder zegel, waer op in de plaats
van dien sal wesen gestelt pro deo, ofte voor den Armen.
XVIII. Een ijeder sal gehouden wesen sich aen te geven na de effective gestaltheijdt van sijne middelen,
edoch sal niet vermogen sich lager aen te geven als op de quohieren van den tweehondertsten penningh
staet betekent, schoon hij minder mochte gegoedt zijn; ende sullen die geene die eene
quade aengevinge mochten komen te doen ende vervolgens op een abusive acte mocthen komen te
trouwen ofte daer op ijemandt begraven ofte uijtgevoert te werden, soo bruijdegom als bruijdt
ofte erfgenaem, ijeder verbeuren een boete van tweehondert guldens.
XIX. Ende indien het mochte komen te gebeuren dat ijemandt sonder eenige acte quame te trouwen
vervoert ofte begraven te werden, sal op den bruijdegom ende bruijdt midtsgaders de erfgenamen
van den overledenen alsmede bij die geene die soodanige personen komen te trouwen ende bij kosters
ofte doodtgravers die de selve sonder acte laten vervoeren ofte begraven, respectivelijck bij ijeder
in 't Generael Placaet begrepen.
XX. In gevalle eenigh dispuut over het betalen van het voorsz recht soude mogen ontstaen
't sij ten opsichte van de qualificatie oftewel van de gegoedtheijdt van de persoonen sal het
selve aenstondts ende de plano bij burgemeesteren ende regeerders van de respective steden
ofte bij soodanige collegien als die daertoe sullen goedtvinden te authoriseren ende ten platten lande
bij de schouten en gerechten van de dorpen soo die vergadert zijn andersints bij den schout ende
den secretaris van de plaetse met adjunctie van den predikant aldaer werden getermineert.
XXI. Ende ten eijnde het voorsz recht niet te moge werden gefraudeert ofte gefraudeert werdende,
de overtreders gestraft nae[r] behooren sullen de secretarissen van de Steden ende Dorpen midtsgaeders
de kosters ofte doodtgravers pertinent register houden van het betalen van het voorsz recht
met bijvoeginge van de opgegeven qualiteijt van de persoonen waer nae[r] het recht sal wesen betaelt,
ende sullen oock de bailliuwen, schouten ende Officieren, soo in de Steden als ten Platte lande,
t' allen tijde mogen hebbe visie ende acces tot de voorsz registers die bij de secretarissen
kosters ofte doodtgravers van de betalinge van het voorsz recht sullen werden gehouden.
ENDE OP DAT EEN VERGELIJCK VAN ONSE goede meninge ende intentie desen aengaende soude wesen
geinformeert omme haer daer naer te regulieren, soo begeeren wij dat desen alomme verkondight
ende geaffigeert sal werden daer het behoort ende te geschieden gebruijckelijk is.
Gedaen in Den Hage onder het kleijne zegel van den lande desen.
26 October 1695. /Onder stondt/ Ter ordonnatie van de Staten
/en was geteeckent/ Simon van Beaumont.
------------------------------------------------------------------------------------------