Misschien bedoel je De kinderen van de grote Fjeld van Laura Fitinghoff. Dat heb ik gelezen in de jaren 50.
De Zweedse schrijfster Laura Fitinghoff las in de krant een artikel over zeven kinderen die tijdens de hongerwinter van het noodjaar 1868 een zwerftocht maken. Ze besloot om er een verhaal over te schrijven. Dat werd ‘De kinderen van de Grote Fjeld’.
Nadat eerst hun vader en daarna hun moeder is overleden, besluit de oudste zoon van het gezin om met zijn broers en zusjes van hun hut in de Grote Fjeld weg te lopen. De dertienjarige Anders wil niet dat ze in het armenhuis terechtkomen. Samen met Anna Lisa (bijna 11), Malena (9), Magnus (7), Erik (6), Kajsa (3), Greta (1,5) en hun geit Goudsik vertrekt hij met de slee vanuit het hoge noorden richting het warmere en rijkere zuiden.
De kinderen lopen door dichte bossen, over dichtgesneeuwde paden en bevroren meren en moeten zichzelf in leven zien te houden. Ze kloppen na een lange dag lopen vaak aan bij een hutje of boerderij om daar onderdak en iets te eten te vragen. Soms treffen ze aardige mensen die hen graag willen helpen, andere keren worden ze weggejaagd. Anders is echter vastbesloten om voor z’n zes broers en zussen een goed tehuis te vinden.
De kinderen hebben het af en toe behoorlijk moeilijk, maar het verhaal is gelukkig niet aldoor zielig (dat gaat zo snel vervelen). Er is altijd de hoop op een maaltijd of het idee dat hun moeder hen een teken vanuit de hemel geeft. Anders vergelijkt de mensen die hij op zijn tocht tegenkomt steeds met de lessen van zijn moeder over goede mensen. Het is voorspelbaar, maar ook prettig overzichtelijk: met goede mensen klikt het altijd en bij slechte mensen komt er ellende. Een enkeling wordt onder invloed van de keurig opgevoede kinderen weer een goed mens.