Inderdaad AnneMarie,
-----------------------
Het helpt geen zier om wederom dit probleem aan te zwengelen en op zoek te gaan naar bijval, daar het probleem er niet mee wordt opgelost of het er nu 5 of 10 zijn of meer.
Vele PK's zijn verdwenen in de tweede wereldoorlog en daar kan het CBG niets aan doen, maar geeft wel een onnodige zoekaktie van een werknemer die betaald moet worden.
Indien men zeker weet of iemand in een bepaalde plaats tussen 1939 en 1994 is overleden en niet aanwezig bij het CBG, een poging bij de Gemeente wagen om daar een PK op te vragen, let wel eerst informeren hoeveel dit kost. Ook kan er iets verkeerd gegaan zijn bij de verzending van de Gemeente naar het CBG.
Vaak worden er lukraak PK's aangevraagd bij het CBG van personen die achteaf voor 1940 zijn overleden, ook van personen die zijn geëmigreerd, dus ook hier een onnodige zoekaktie door het CBG en natuurlijk waar mensen werken kunnen fouten worden gemaakt en is het aantoonbaar dan kan men het CBG verzoeken om geld terug te storten. Vaak zijn er verkeerde naamspellingen b.v. Rosier/Rozier enz.
Van foute Nederlanders in de 2e wereldoorlog zijn eveneens vaak geen PK's aanwezig.
Digitale vrienden betalen voor een PK meer dan de gewone vrienden, dat is duidelijk kenbaar gemaakt of dit vriendlijk is, is een andere case.
Als er 10 kaarten worden aangevraagd en er is er 1 niet aanwezig dan kom ik uit op 10%.
Als ik er 1 aanvraag en de PK is er niet dan kom ik uit op 100%, maar is het dan rieël om met percentages te gaan schermen?
Ik denk, dat ik de afgelopen 44 jaren meer dan 500 PK's heb aangevraagd en er ongeveer 10 niet aanwezig waren, waarvan achteraf zeker de helft mijn eigen schuld was en dan kom uit op circa 1%.
Geef altijd aan wanneer iemand nog in leven was bij de aanvraag.
----------------
Zie ook
Niet alle door mij aangevraagde uittreksels van persoonskaarten en persoonslijsten zijn door het Centraal Bureau voor Genealogie geleverd. Waaraan zou dat kunnen liggen?
In een aantal gevallen blijken de opgegeven personen voor 1939 te zijn overleden. Van deze personen is nooit een persoonskaart aangelegd. Van hen zijn de gegevens terug te vinden op de zogenaamde gezinskaarten (1920-1939) en/of de vast-bladige bevolkingsregisters (1850-1920). Die bevinden zich in de archiefbewaarplaats of berusten nog bij de afdeling Burgerzaken van de betreffende gemeente. Soms zijn er geen persoonskaarten omdat die tijdens de Tweede Wereldoorlog ten gevolge van oorlogshandelingen verloren zijn gegaan. Persoonskaarten van Nederlanders die na 1938 zijn geëmigreerd of tijdens de Tweede Wereldoorlog in concentratiekampen zijn omgekomen berusten bij de Gemeente Den Haag, Directie Burgerzaken (DBZ), Bureau Vestigingsregister, Spui 70, 2511 BT Den Haag, Postbus 12620, 2500 DL Den Haag
http://www.ngv.nl/wwwWNB/Geninfo/Pkenpl.pdf
Gr.
Everardus