uit het archief;
Poorters in Amsterdam
Al in de dertiende eeuw werd er in Amsterdam onderscheid gemaakt tussen inwoners en poorters. Als iemand officieel poorter was had hij of zij méér rechten en privileges dan bewoners die geen poorter waren; het hield niet in dat je als niet-poorter illegaal in de stad verbleef.
Voordelen die aan het poorterschap verbonden waren:
- in aanmerking komen voor een bestuurlijke functie
- eigen handel opzetten (tot 1668 was hiervoor het poorterschap benodigd) en/of lid worden van een gilde
- wezen van poorters hadden toegang tot het Burgerweeshuis, in aanzienlijk betere leefomstandigheden dan de overige weeshuizen
- vrijstelling voor tolbetalingen, binnen Holland en enkele gebieden daarbuiten (vanaf het tolprivilege uit 1275)
Er waren drie manieren om het poorterschap van Amsterdam te verkrijgen:
- bij de geboorte: 'Ingeboren poorter'
kinderen van poorters (alleen via de mannelijke lijn)
- via een huwelijk met een poorter: 'Behuwd poorter'
mannen van buiten de stad die met een geboren poorter, dochter van een poorter, of weduwe van een poorter trouwden
- via betaling, als men van buiten de stad kwam of ingezetene was: 'Bekochte poorters' (niet hetzelfde als ingezetenen)
gekocht poorterschap, meestal in verband met werk/beoogd lidmaatschap van een gilde.
Een heel enkele keer werd het poorterschap geschonken en was men voortaan ereburger van Amsterdam. Joodse poorters moesten altijd betalen, al waren zij kinderen van poorters.
Rond het midden van de zeventiende eeuw bedroegen de kosten van het poorterschap vijftig gulden, een enorm bedrag. Aangezien vele ongelukkigen dat niet op konden brengen werd in 1668 toegestaan dat iemand ook zonder poorter te zijn een ambacht kon uitoefenen. Nadat de eed aan de stad was afgelegd en 28 stuivers waren betaald, werd een ingezetencedel (klein poortercedel) afgegeven en was men ingezetene.
Deze index bevat de namen van de gekochte poorters.
Nieuwe poorters
Amsterdammers die poorter wilden worden dienden zich te vervoegen op het stadhuis en de eed (of een belofte) af te leggen. Hierin belooft men plechtig een trouw en goed poorter van Amsterdam te zullen zijn.
helaas zijn de poorterboeken na 1700 nog niet digitaal, wel zijn er scans te vinden, wie helpt pim wervelman verder waar die te vinden zijn? het is weggezakt bij mij.