Hallo Lex en Dirk,
Taal wordt 'gemaakt' door de mensen die hem spreken. Een nu nog niet-bestaand woord kan zomaar als nieuw taalgebruik in de volgende versie van de Van Dale verschijnen en is daarmee opgenomen in de woordenschat van het Nederlands.
De lijst die jullie afgedrukt hebben, pint een betekenis van een voorvoegsel vast aan een bepaalde gradatie van verwantschap. Terwijl dat in de gangbare taal een andere betekenis heeft of helemaal, zelfs niet in de Van Dale, bekend is. Zie mijn opmerking over de betekenis van bet- en oud-.
Oud- is volgens jullie lijst vastgesteld op de 5e generatie, of nauwkeuriger 1 generatie verder dan betovergroot-. Maar hoe noem jij dan de broer van je grootvader? Bij de takken naar links of rechts (dus niet meer de lijnrechte lijn), komen termen als groot- en over- niet voor. De broer van je grootvader is de oom van je ouders en voor jou een oudoom (3e generatie!).
Ik wil hiermee maar zeggen, dat een voorvoegsel meerdere betekenissen heeft, terwijl het in jullie lijst op één betekenis vastgepind wordt.
En daarmee kom ik dan terug op het begin van deze discussie: is iemand een achterneef of een achterachterneef? Antwoord: een achterneef, want het voorvoegsel achter- heeft een ruimere betekenis dan alleen maar die ene gradatie in de verwantschap.
Het zwakke in jullie lijst is ook het feit dat hij alleen maar 'van boven naar beneden' gaat, de rechte lijn zo gezegd. En niet in de breedte, naar neven/nichten en ooms/tantes. Dat was wel waar deze discussie om begon.
Waar vind je nu een bevestiging over de terminologie?
Als ik in mijn CAO kijk, dan zie ik daarin opgenoemd wanneer ik recht heb op een vrije dag voor bijv. een huwelijk of begrafenis. Dat is natuurlijk beperkt tot een paar generaties en je ziet dat er in eerste instantie gesproken wordt over bloedverwanten van ... graad, met als uitleg de termen t/m achterneef/nicht.
Maar hoe zit dat in het erfrecht? Dat kan veel verdergaan dan de 4e graad van verwantschap. Ik heb hier geen verstand van, maar even googelen geeft mij de indruk dat ook hier gesproken wordt over gradaties van verwantschap en dat men naar omschrijvingen uitwijkt, zogauw je voorbij de vierde graad komt:
Voorbeelden:
Je moeder is 1e graads (in rechte lijn).
Je opa is 2e graads (in rechte lijn).
Je zus is 2e graads (in zijlijn): moeder (1) - zus (2).
Je tante is 3e graads (in zijlijn): moeder (1) - oma (2) - tante (3).
Het kind van je achternicht is 7e graads (in zijlijn): moeder (1) - oma (2) - over grootmoeder (3) - oudtante (4) - nicht van moeder (5) - achternicht (6) - kind van achternicht (7).
Bij die (7) staat niet achterachternicht maar kind van achternicht.
Misschien dat iemand die bekend is met het erfrecht hierover wat meer kan zeggen.
Als er inderdaad in het wetboek termen als in jullie lijst opgenomen zijn als zijnde officiële benamingen, zal ik de eerste zijn die de Van Dale zal vragen het woordenboek uit te breiden.
Nog even terugkomend op het probleem van het kind van een neef/nicht (startbericht): in het Nederlands heeft het woord neef/nicht nu eenmaal twee betekenissen: neef/nicht t.o.v. neef/nicht (in principe dezelfde generatie) en neef/nicht t.o.v oom/tante (generatieverschil). En daarmee wordt het bij ons wat lastiger verschil uit te drukken. Dat mensen dan uitwijken naar extra voorvoegsels, is begrijpelijk, maar het blijven pogingen iets te preciseren wat niet preciezer gezegd kan worden.
Deze discussie zal wel altijd blijven bestaan op zondagochtend aan de ontbijttafel of op een verjaardagsfeest.
Jullie lijst zal beperkt blijven tot de woordenschat van een zeer select groepje binnen de genealogie, ook als blijkt dat hij in het erfrecht ook gehanteerd wordt.
Maar ik moet toegeven dat ik het echt niet zou weigeren als ik op een dag een miljoen erf van een onbekende edelstambetovergrootvader!