Voor 1811 was naamgeving in principe vrij, vanaf 1811 veranderde dat omdat toen de Franse wetgeving in geheel Nederland werd ingevoerd (als onderdeel van het keizerrijk). Mensen die geen vaste familienaam hadden moesten een naam aannemen. Dat ging niet geheel vlekkeloos, want nog in 1825 werd een KB gepubliceerd waarbij nogmaals bepaald werd dat men een vaste familienaam diende te hebben. Wijziging van een naam bleef mogelijk, en ook uitbreiding. Er werd bepaald dat hiervoor een keizerlijk decreet, later een koninklijk besluit verplicht was. Zelf de naam veranderen was dus niet meer toegestaan.
Nu schijnt het zo te zijn dat je in Nederland niet door rood mag rijden. Dat gebeurt echter toch. Analoog daaraan zijn namen gewijzigd zonder dat daaraan een K.B. ten grondslag lag. Soms spelfouten of verkeerd begrepen namen (voorbeelden uit mijn eigen familie: Freijters werd Vretes, Felius werd in een aantal gevallen Feleus). Die fouten kun je door een verzoek bij justitie in te dienen eventueel weer laten herstellen. Maar ook toevoegingen aan familienamen kwamen tot in de twintigste eeuw nog voor zonder dat daar de verplichte toestemming voor werd aangevraagd. Soms werd de naam van een ambachtsheerlijkheid toegevoegd (niet bestaand voorbeeld: Jansen, heer van Kievitsdorp, werd dan Jansen van Kievitsdorp). Als je dat maar lang genoeg vol hield sleet dat er wel in. En hetzelfde gebeurde met toevoeging van andere familienamen of patroniemen. Daar zijn al voorbeelden van genoemd in verschillende antwoorden. Ook daar gold, als je dat maar lang genoeg volhield sleet dat er wel in.
Formeel niet toegestaan. En de overheid heeft daarom ook maatregelen genomen. Zo werd de inschrijving in het geboorteregister veranderd. Eerst de familienaam, en daarna de voornamen, zodat het clandestiene zijweggetje op die manier werd afgesloten. Nu was controle moeizaam. Iemand wordt geboren in Friesland en gaat in Limburg wonen, meldt zich daar op het gemeentehuis met de melding dat zijn familienaam zo en zo was. Bewijs werd niet gevraagd, dus op die manier slopen allerlei clandestiene veranderingen in de naam er in. Een hulp werd het trouwboekje, dat in het laatst van de negentiende eeuw gaat ontstaan. Dan had een ambtenaar van de burgerlijke stand een vorm van bewijs.
Uiteindelijk werd het bevolkingsregister aangepakt, en werd het systeem van de persoonskaart ingevoerd. Onderdeel daarvan was het formeel controleren van de geboorteakten. Om gezeur over al lang gevoerde samengestelde familienamen te voorkomen werd daarmee coulant omgegaan. Als de naam al gedurende geruime tijd gevoerd werd mocht hij gevoerd blijven worden. Er werd in diezelfde tijd ook een breed onderzoek gedaan naar de samengestelde familienamen. Bij mijn eerste archiefbaan (de toenmalige gemeente Oostflakkee) heb ik daar wel briefwisseling over gezien. Het ging daar ook om enkele lokale namen die niet waren ontstaan via de procedure van formele aanvraag met een K.B. als slot.
Als een naam door een procedure via justitie is gewijzigd, dan volgt daar een K.B. op. In de geboorteakten van de betrokkenen wordt dat via een kantmelding aangegeven, als het goed is met datum en nummer van het K.B.; die dossiertjes worden bewaard bij het Nationaal Archief in Den Haag. Als de wijziging een verbetering is die aangekaart is bij de officier van justitie, dan zal er ook sprake zijn van een kantmelding, in dat geval met vermelding welke rechtbank de beschikking nam tot verbetering, en de datum van de beschikking.
Bij de familie Jappe Alberts is blijkbaar geen kantmelding te vinden, dus dat is een voorbeeld van een samengestelde naam die "clandestien" ontstaan is. En wat clandestien ontstaan is, daarvan is geen bewijs te vinden. De naam zal een tevens voorbeeld zijn van de door gedogen toegestane samengestelde familienamen.