Mijn voorvader Abraham Husoon was in 1630 een van de vier 'ommeganghers' van het kleermakersgilde in Zierikzee.
Weet iemand wat de functie van ommeganger inhield?
Google "ommegangher gilde" link 1
https://www.zeeuwseankers.nl/verhaal/concurrentie-en-compagnie
Schildering voor bestuurder en ‘ommegangher’ Lieven Jansse van het scheepsbouwersgilde van Zierikzee, 1595 (Stadhuismuseum Zierikzee). Deze schildering werd in 1595 gemaakt voor Lieven Jansse, bestuurder en ‘ommegangher’ van het scheepsbouwersgilde van Zierikzee. Een ommeganger had als ceremoniële taak voor drank te zorgen voor de leden van het gilde.
Bedankt voor de reactie, RoberT. Toch kan ik me niet voorstellen dat die verklaring klopt. Waarom zou je voor de genoemde taak VIER ommegangers nodig hebben? Verder zegt mijn taalgevoel me dat een ommeganger iemand is die rondgaat. Ik heb wel gevonden dat het, als voorwerp, een grote beker is die tijdens een feestmaal rondgaat en waaruit dan iedereen drinkt. Maar, wat was het als functie?
Misschien mag het woord 'gaan' hier ook vervangen worden door 'lopen'?
Omlo(o)per, omloopster
- Venter o.a.met kooien en muizenvallen.
- Werkzaam in een sajetfabriek.
N.B. In Zeeuws-Vlaanderen kende men het woord omlooper (ommelooper) eveneens voor in de zin erfregister, kadastraal boek.
- Visverkoper, visverkoopster.
Zij kochten vis op de afslag met de bedoeling deze weer door te verkopen langs de deuren.
Bron:
Holland, Regionaal-historisch tijdschrift 21e jg. Nr. 1, febr. 1989. J. Stegeman, Scheveningse visverkoopsters.
bron: http://www.beroepenvantoen.nl/
Een quote uit het laatst genoemde boek "GILDEN EN REGENTEN IN ZEELAND 1600-1800" van OzLady:
3. Het gildenbestuur
Het bestuur bestond, meestal, uit een of twee dekens en enkele bestuursleden, in Zierikzee en
Goes ommegangers genoemd, in Veere beleders en in Vlissingen beleders of ouderlingen. Het
is niet geheel duidelijk door wie de bestuursleden werden benoemd. In een ordonnantie van
1684 inzake het bakkersgilde in Goes werd in artikel 1 uitdrukkelijk bepaald dat de magistraat
jaarlijks de dekens benoemde.32 Ook de opdracht van het stadsbestuur aan de bakkers om
voortaan een koekenbakker op te nemen in het gildenbestuur wijst op een benoemingsrecht
van de stedelijke overheid. Daar stond tegenover dat in 1675 in Zierikzee al werd bepaald, dat
de ommegangers voortaan alleen konden worden gekozen met toestemming van de
overdeken33 en in 1748 werd bepaald, dat de gilden voortaan op de gildendag een deken uit
hun midden moesten kiezen.34 Heel expliciet werd in 1796 de bevoegdheid om een deken te
kiezen aan de gildenleden gegeven, toen het stadsbestuur de gilden toestemming verleende
bijeen te komen om hun dekens te kiezen.35 Ook een resolutie uit 1756, waarin werd vermeld
dat bij de aanstelling van ommegangers vooral gekeken moest worden naar geschiktheid,
wijst op een bevoegdheid van de gildenbesturen en een toezichthoudende rol van de
overheid.
A van Egmond en Ozlady, hartelijk dank voor de gegeven antwoorden. Mij lijkt de verklaring van een "persoon die omgaat of rondgaat, vooral belast met de eene of andere inspectie" heel plausibel. Zou het om de inspectie op de naleving van de gilderegels kunnen gaan? Ik denk dan bijvoorbeeld aan de inspectie op de kwaliteit van de producten of op de naleving van de werktijden?