Ik geloof niet, dat dat onderscheid later nog geldt. Vanaf in ieder geval de 17e eeuw zie ik alleen maar aangestelde voogden (etc.). Mombers komen zeker niet in heel Nederland voor, de terminologie wisselt per streek maar het principe blijft hetzelfde: de "bevoogde" minderjarige had officieel geen enkele stem in het kapittel. Als iemand al boven de 18 was en dan nog bijstand nodig had (meestal omdat er veel bezittingen waren), mocht hij/zij vermoedelijk wel meedenken. Of men oordeelde hem/haar bekwaam om zijn eigen goederen te beheren, dan volgde er een meerderjarigheidsverklaring.
Als iemand vrijwel volwassen (18 jaar of ouder) maar nog minderjarig (jonger dan 25 jaar) was, of al meerderjarig maar niet handelingsbekwaam (vrouwen!) vroeg die zo nodig zelf bijstand van een naaste betrekking die dat wel was (een gekoren/gekozen voogd), maar dat gaat dan doorgaans om één bepaalde actie, b.v. verkoop van onroerend goed. En als iemand onverantwoordelijk bezig was (drank, verkwisting) werden er curatoren over hem/haar aangesteld, maar dat gebeurde door een juridische procedure. En dat hoefde geen familielid te zijn, al waren die wel de eerste die in aanmerking kwamen.
In Groningen is de situatie zo: in principe komt de eerste voogd van de zijde van de overleden ouder, de tweede van de kant van de nog levende ouder, de derde is een neutrale buitenstaander. In andere gebieden waren er soms vier voogden. (Ook de echtgenoten van vrouwelijke familieleden tellen daarbij mee.) Maar waar niet is, verliest de keizer zijn recht, dus als er geen familie bij de hand is houdt het op. Dan worden er allemaal buitenstaanders aangesteld en beëdigd.
De overlevende ouder is overigens wettelijk voogd in z'n eentje, zonder bemoeiing van derden en zonder daartoe aangesteld te zijn; pas wanneer deze gaat hertrouwen (of ook sterft), komen er andere voogden in het geding. Ik heb zelfs wel eens een grootvader of grootmoeder gezien als enige wettige voogd(es), die nam dan de volledige zorg voor het kleinkind op zich.
In alle gevallen geldt het bovenstaande voor personen met enig bezit. Als er helemaal geen geld is, maakt niemand zich druk over voogdij. Zo nodig neemt de diaconie de verzorging van (en de macht over) een kind op zich. Of het wordt in een weeshuis ondergebracht, dan zijn de bestuurders van die instelling verantwoordelijk voor zowel het kind als diens geldelijke middelen.